Laatste

Daarachter

In de film The conjuring, gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen, wordt een gezin geteisterd door negatieve paranormale verschijnselen.

De inwerking van deze energieën bouwt zich steeds verder op en vooral een vrouwelijke geest, in haar aardse leven sterk op het negatieve gericht, weet bezit te nemen van de moeder van het gezin.

Omdat een officiële uitdrijving nog niet is goedgekeurd maar uitstel niet langer te verantwoorden is, wordt tot uitdrijving overgegaan. Als onderzoeker van paranormale activiteiten en als assistent van veel uitdrijvingen, is hij niet bevoegd maar wel op de hoogte van dit ritueel.

Hij wordt bijgestaan door zijn vrouw die helderziend is.

De kracht van het negatieve is echter zo sterk dat de uitdrijving dreigt te mislukken. 

Dan herinnert de helderziende vrouw zich wat deze moeder een tijdje geleden tegen haar had gezegd. Bij hun kennismaking had ze een foto laten zien van het gezin, en daarbij had deze moeder gezegd: dit was een van de gelukkigste dagen uit mijn leven. Iedereen was die dag vrolijk, blij, gelukkig.

Op het moment dat de uitdrijving niet voldoende blijkt te werken, praat de helderziende op de bezeten vrouw in door haar aan deze gelukkige dag te herinneren.

Het is dankzij de activering van deze herinnering dat een deel van haar positieve energie wordt gewekt en versterkt. Dankzij deze innerlijke versterking en de invloed van de uitdrijving wijkt de negatieve energie en wordt deze moeder weer zichzelf.

Het goede overwint het kwaad. Het goede is sterker dan welk kwaad ook.

Dit is een gegeven dat we niet duidelijk genoeg kunnen beseffen.

Ook wij zijn in vele verschillende energieën opgedeeld, ieder mens met een geheel eigen samenstelling. Het naar voren halen, het herinneren aan, het bevorderen van goede energieën die in een ieder van ons aanwezig zijn, is een verantwoordelijkheid die we ons allemaal kunnen aantrekken.

Het goede in een bezeten vrouw zien is door het lelijke van dat moment kijken en weten dat erachter een goede energie aanwezig is.

Steeds weer zullen we erdoorheen moeten kijken. Wat er ook gebeurt. Hoe negatief het er ook kan uitzien. Ergens daarachter, verborgen, misschien heel ver weg, ergens is daar het goede.

Zijn we immers niet allen uit dit goede ontstaan en zijn we niet allen daar naar op weg?

Theije Twijnstra

 

 

Blindganger

We lopen. Stap, stap, daar gaan we.

We voelen ons heel wat. We hebben plannen. We voeren ze uit. Zo denken we. En vaak lukt het ook nog. Maar zo zien we het niet. We zien het als: wie maar genoeg wil, lukt het ook. We denken onszelf wilskracht toe. En kundigheid. We hebben het allemaal door. We zijn slim. Daarom lukt het ons.

Tot er plotseling iets onverwacht gebeurt. Dan zijn we van slag. Dan raken we in paniek. Dan hebben we veel medelijden met onszelf. Met ons lot. Ons onverdiende lot.

De werkelijkheid is echter dat dit onverwachte voorval heel duidelijk maakt dat we blindgangers zijn. We zien niets aankomen. Als alles naar wens gaat, dan komt dat niet door onze inspanning, maar door de ontwikkeling waarin we ons bevinden.

Deze persoonlijke ontwikkeling geeft ons precies wat we nodig hebben. Voor onze groei. Voor onze bewustwording. Soms is dit voorspoed, soms is dit tegenspoed, soms geleidelijkheid en soms chaos.

Maar hoe het ook is, het hoort bij onze ontwikkeling. Nooit bij onze wilskracht. Nooit bij ons denken, maar bij ons diepere gevoelsleven dat het beste met ons voorheeft. Veel beter en ruimer dan wij zelf vaak denken hoe het zou moeten gaan.

Maar hebben wij ook het beste voor met ons diepere gevoelsleven? Meestal niet. Meestal gaan we onze eigen gang.

Het enige wat ons te doen staat is ons over te geven aan het proces waarin we ons bevinden. Wat we ook denken te kunnen sturen, dit innerlijke proces bepaalt wat er echt gebeurt. Ons daaraan overgeven is de meest reële houding tegenover de werkelijkheid.

Theije Twijnstra

 

 

Democratie

De formatie van een nieuwe regering kan eigenlijk maar op één manier gebeuren: iedereen die overduidelijk gewonnen heeft, komt in het kabinet.

Nu is het zo dat partijen die hebben gewonnen niet in de regering komen omdat ze weigeren met een andere partij samen te werken. Deze reactie komt niet ten goede aan de democratie, enkel aan het imago van een partij die zich wil profileren door deze weigering.

Wanneer we de democratie ernstig nemen, dan honoreren we de ontwikkeling die zich afspeelt. Of deze ontwikkeling ons aanspreekt of niet doet er niet toe. De meerderheid van de bevolking heeft gestemd en met deze uitslag laat ze zien wat haar bezighoudt, waar ze zich zorgen over maakt, wat ze belangrijk vindt.

Al deze gegevens komen tot uitdrukking via partijen die deze onderwerpen eveneens als belangrijk naar voren hebben gebracht. Deze voorkeuren hebben geleid tot winst bij de ene partij en verlies bij de andere.

De partij die heeft gewonnen, laat een toenemende beweging zien, een ontwikkeling van een maatschappelijk onderwerp, zoals het vluchtelingenbeleid bij de PVV, het klimaat bij de PvdA-Groenlinks en een nieuwe bestuurscultuur bij de NSC.

De genoemde onderwerpen leven blijkbaar in de maatschappij en het zou het meest eerlijk zijn als deze onderwerpen centraal zouden staan in de formatie. Vanuit deze gedachte zijn de onderwerpen leidend en niet de afzonderlijke partijprogramma’s.

Wanneer langs deze richtlijnen een formatie zou worden gesloten, zouden burgers, die eerst hartstochtelijk werden uitgenodigd om te komen stemmen, het idee weer kunnen opbouwen dat de overheid er inderdaad voor hen is en zij niet alleen maar tijdelijk noodzakelijk zijn als stemvee.

Democratie als weerspiegeling van de ontwikkeling in de maatschappij is een dynamisch proces. Hoe meer deze dynamiek ook terug te vinden is in het kabinet en het beleid, hoe groter het vertrouwen in de overheid weer kan worden.

Partijen die weigeren met elkaar te werken, ook al hebben ze duidelijk gewonnen, vinden zichzelf belangrijker dan wat er in de maatschappij leeft. Dit is een arrogante opstelling en daarmee contraproductief voor het herstel van vertrouwen in de overheid.

Theije Twijnstra

 

 

Waarom?

De waarom-vraag wordt nauwelijks nog gesteld. Alsof er geen enkele nieuwsgierigheid meer is naar het ontstaan der dingen of de bron van gebeurtenissen.

Een toenemend aantal jongeren kampt met de seksuele vorm en aard van hun lichaam. Ze voelen zich er niet in thuis. Het maakt hen ongelukkig zich in het actuele lijf te moeten bevinden. Ze willen een ander lichaam, ze voelen dat ze in dat andere veel blijer en harmonischer zullen zijn.

De vraag waar dit vandaan komt, wordt niet gesteld. Waarom het toeneemt, eveneens niet. En als de vraag wel wordt gesteld, blijft de beantwoording oppervlakkig: er is meer aandacht voor gekomen, daarom neemt het toe. Maar waar komt het vandaan? De vraag wordt als onmogelijk beantwoordbaar geacht en daarom niet gesteld. Het is nu eenmaal zo.

Waar komt antisemitisme vandaan? Waarom bestaat het?

Opnieuw een vraag die niet gesteld wordt, want voordat je het weet ben je een antisemiet omdat je je dit afvraagt. Veroordelen dat het er is, is meer dan genoeg.

Waarom moet Israël in Gaza zo veel gebouwen bombarderen? Zullen ze zo Hamasstrijders kunnen vinden? Waarom zoveel huizen vernietigen? Vanuit de gedachte dat er misschien ook Hamasstrijders daar zouden kunnen wonen? Maar die zitten toch in tunnels?

Waarom willen steeds meer mensen euthanasie? Waar komt deze ontwikkeling vandaan? Als iemand zwaar lijdt aan pijnen en beperkingen, is deze gedachte voorstelbaar, maar waarom neemt men steeds vaker genoegen met de gedachte: het is genoeg geweest. Voor mij hoeft het niet meer.

Door het ontbreken van de kennis van de oorzaak der dingen blijft alles onveranderlijk. Deze status quo op vele gebieden zorgt ervoor dat we vooral een reagerende samenleving worden.

Een gemeenschap van mensen waar het niet meer noodzakelijk is om dingen uit te leggen of een oorzakelijkheid aan te tonen, maar die gewoon accepteert wat er als narratief naar voren wordt gebracht.

Een volgzame groep die zich steeds minder afvraagt. Ideaal voor hen die deze massa willen sturen en naar hun ideeën wil vormen.

Theije Twijnstra

 

 

Wraak

Wraak komt voort uit haat. Haat komt voort uit een combinatie van machteloosheid en hoogmoed. Waar hoogmoed wordt getart, ontstaat de vlammende haat.

Vlammende haat is nietsontziend. Het is niet ontvankelijk voor welk argument ook, alleen voor de eigen zienswijze. Dit maakt haat zo gevaarlijk en grenzeloos wreed. Haat heeft geen genoeg, haat stroomt over als een vulkaan gevuld met gif.

Machteloosheid ontstaat omdat men dacht macht te hebben. Alleen waar men denkt controle en overheersing te hebben, kan het tegenovergestelde ontstaan.

Het beleven van macht geeft een gevoel van superioriteit. Men is meer dan de ander. Dit gevoel meer te zijn creëert een menstype dat neerkijkt op anderen die geen macht hebben. Ze vinden deze machtelozen maar een stom volkje. Als ze ook zo slim waren als zij, hadden ze meer macht kunnen hebben, zo redeneren ze.

Wanneer deze machthebbers, gewend om te vernederen en neerbuigend te denken, te voelen en te interpreteren, wanneer ze met het tegenovergestelde te maken krijgen, ontstaat er een omkering in emoties. Terwijl macht in hen een soort rust creëerde, schept machteloosheid een onrust, een paniek, een onverwachte ontmoeting met de mogelijkheid de eigen macht weleens te kunnen verliezen.

Het is vanuit deze schrik, deze aanraking van de eigen kwetsbaarheid, die men zo goed dacht te hebben verborgen, dat de wraak tevoorschijn komt als de wrede zijde van macht. Wraak is meer dan hoogmoed.  Wraak is losgelaten haat. Alle haat die er is, oud en vers, ze worden losgelaten, ze komen samen, ze stormen als wilde dieren naar buiten.

Deze wraak wordt nog eens extra versterkt door oude boeken waarin oog om oog en tand om tand als wet van het recht wordt aangemoedigd. Maar terwijl die oude boeken nog een vorm van evenwicht in zich hebben, hoe primitief ook, kent wraak dit evenwicht niet.

Wraak, haat en een oud boek komen samen als een duistere drie-eenheid van menselijke ontluistering die zelfs in de Middeleeuwen zouden zijn veracht.

En het gevaarlijkste van wraak is de verwekking van nieuwe haat, nog dieper en intenser dan de vorige. Niets verspreidt zich zo snel als haat en niets is dan zo aantrekkelijk als wraak.

Hoe arm de wraakzuchtige! Hoe terug naar af keert de beschaving die zich door haat laat leiden en geen grens meer kent om het duister tegen te houden.

Theije Twijnstra

 

 

Wegzetwoorden

Wegzetwoorden worden gebruikt om iemand of een groep mensen weg te zetten, in een klap als verderfelijk, gevaarlijk of destructief te elimineren.

Terrorist is een woord dat al lange tijd wordt gebruikt om een groep die zich verzet tegen een onderdrukkende macht, in een kwaad daglicht te plaatsen. Zoals het ANC tijdens de apartheid in Zuid-Afrika steevast terroristen werden genoemd. Zoals Hamas nu zonder enige aarzeling of onderbouwing terrorist wordt genoemd.

Een terrorist mag je vernietigen, want ‘terroristen’ zijn moordenaars, ze onthoofden mensen, ze willen de westerse beschaving ombrengen, dus, ja, weg met dat ongedierte. Uitroeien!

Antisemiet is een eveneens een wegzetwoord dat veel ten onrechte wordt gebruikt. Zodra dat wordt ingezet, is het oordeel en het vonnis meteen geveld en kan de beschuldigde maar beter zijn boeltje pakken. Deze heeft geen schijn van kans meer.

Een ander wegzetwoord is complotdenker. Wie zo wordt genoemd, wordt daarna niet meer geloofd, alles wat deze beweert, komt voort uit verdachte theorieën en oncontroleerbare bronnen. ‘Dit zijn gevaarlijke mensen,’ is het oordeel, ‘luister er niet naar,’ is het vonnis. ‘Ze destabiliseren de werkelijkheid,. Ondermijnen de democratie, laten we bij de feiten blijven. Wij, de gevestigde macht, wij vertellen de waarheid.’

Grensoverschrijdend is eveneens een wegzetwoord waarmee al vele mensen doeltreffend tot zwijgen zijn gebracht, lang voordat het onderzoek werd afgerond, was het publieke vonnis al geveld en werd de beschuldigde tot zwijgen en isolement verbannen.

Wegzetwoorden zijn mogelijk doordat steeds meer mensen gewend raken aan snelle conclusies.

Sinds de digitale werkelijkheid een centrale rol in de totstandkoming van onze mening speelt, zijn we uiterst ongeduldig geworden. Als iets ons niet binnen een paar seconden heeft meegenomen, haken we af.

Op alle terreinen zijn we ontvankelijk geworden voor intimiderende boodschappen (dit moet je zien!) en zijn we steeds minder bereid de gelaagdheid van de werkelijkheid te willen leren kennen.

Wegzetwoorden zijn dan een ideaal middel om grote groepen te beïnvloeden zonder ze verder lastig te hoeven vallen met meer achtergrondinformatie.

Het gevaar van deze eenzijdige en uiterst oppervlakkige meningenwereld is de toenemende manipulatie die met deze woorden mogelijk is geworden.

Iemand of een idee wegzetten is het makkelijkste wat er is.

Maar ook het meest ondermijnende om de onderliggende werkelijkheid te doorgronden en vanuit een veel evenwichtiger standpunt te denken en te kunnen handelen.

Theije Twijnstra