Een goede vraag zou zijn:
neem je de verantwoordelijkheid?

.

Veel keuzen worden impulsief genomen.
Vanuit een opwelling omdat men iets gezien heeft dat aansprak,
wat warme gevoelens opriep,
of dé oplossing leek.
Evenveel redenen als er mensen zijn om impulsief te reageren.

.

Zonder er langer bij na te denken schaft men zich (bijvoorbeeld) een hond aan.
Kinderen enthousiast,
ouders blij,
hond kwispelt wat onwennig mee,
iedereen gelukkig.

.

Maar de dagen slijten elke impuls tot er niets meer van over is gebleven.
Behalve een nieuwe verplichting minimaal drie keer Beppie uit te laten.
Afgezien van rondslingerende haren,
een onaangename geur na een wandeling in de regen,
dierenartskosten en andere onvoorspelbaarheden.

.

‘Neem je de verantwoordelijkheid?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Dat je ook voor Beppie zal zorgen als je geen zin hebt,
als je ziek bent,
als je je chagrijnig voelt,
als je het buiten te guur vindt
en de hond het liefst haar behoefte in de tuin laat doen
om er verder niet meer naar om te hoeven kijken?’
‘Ja natuurlijk, dat is toch logisch!’
‘Logisch?
Want als je deze verantwoordelijkheid niet neemt,
verdwijnt de hond weer.
Dan breng ik haar naar het asiel.
Dan zal dat de uitkomst zijn van jouw keuze
en het niet willen nemen van de verantwoordelijkheid.’

.

‘Waarom reageer je zo dogmatisch?’
‘Omdat we nu beter ruzie kunnen maken over iets wat er nog niet is
dan straks als we naast ruzie ook nog een paar hondenogen op ons hebben gericht.’
‘Laat maar.
Mijn plezier is al over.’
‘En daarmee laat je aan mij weten dat je geen verantwoordelijkheid wil nemen.’
‘Hoe dan?’
‘Door je reactie nu.
Had je je verantwoordelijkheid wel genomen, dan zou je zeggen:
je hebt gelijk.
Ik ga daar nog eens heel goed over nadenken.
Maar omdat je ook op dit moment die verantwoordelijkheid niet wilt aangaan,
weet ik ook hoe je dit straks zult doen.’

.

Veel impulsieve keuzen kunnen voorkomen worden
door na te gaan of je in staat bent
dezelfde keuze ook op de lange duur aan te willen gaan.
Impulsieve keuzen worden gedragen door de wind die vandaag waait,
maar dezelfde keuze wordt neergesmeten door de wind van morgen
die heel andere plannen met ons voorheeft.
Het is de wind die onze boot laat zeilen,
maar het is onze koers die bepaalt waar we heen willen gaan.

.

(c) Theije Twijnstra

Je moeder zet je af.
Dan kom je in een zaal.
Je bent publiek.
Een kind nog.
Je mag er ook bij.
Maar wel daar waar alle kinderen zijn.

.

Daarna mag je op een andere plaats.
Nog steeds kind maar niet meer klein.
Je begint al een beetje mee te doen.
Zeker in gedachten.
En in je dromen.

.

Je droomt ervan eens op het toneel te staan.
Dat het doek je afsluit voor de zaal.
Dat je dan door het gaatje tuurt om te kijken hoe vol de zaal is.

.

Je gaat je dromen waarmaken.
Voor zover het lukt.
Wat ervan overblijft.

.

Je concurreert.
Je wordt beter.
Er vindt onderscheid plaats.
Je mag nu in de zaal vooraan zitten.
Je hebt het verdiend.

.

Dan gebeurt eindelijk wat je al lang wou:
je mag het toneel op.
Eerst nog op de achtergrond.
Je rol is nog klein.
Je mag niets zeggen.
Alleen iets aandragen.
Maar zelfs dat kleine is spannend.
Je hoopt dat je goed zult aandragen.
Dat je de beste aandrager zult zijn sinds tijden.

.

Alles gaat goed.
Je hoort bij de groep die het applaus mag ontvangen.
De volgende rol heeft al een beetje tekst.
Niet veel en pas helemaal aan het einde maar toch,
je mag je stem laten horen.

.

Zo werk je je naar voren.
De rollen worden belangrijker,
de teksten langer,
het uiterste wordt gevraagd aan concentratie en gevoelsuitdrukking.

.

Nu ben je aan de top.
Je hebt de hoofdrol.
Je schittert.
Iedereen krijgt applaus maar jij het meest.
En bovendien is het alleen voor jou
en pas daarna voor het hele gezelschap.

.

Je geniet van je plaats,
de aandacht en het succes,
maar merkt ook dat de prijs zwaar weegt op je innerlijk.
De spanning komt niet meer tot ontspanning.
Ze bouwt zich op.
Je lijkt wel een elektriciteitscentrale.

.

Je gaat rustiger aandoen.
De hoofdrol laat je aan een ander.
Het gaat beter.
Je geniet weer.
Maar dan wordt ook deze plaats te zwaar.
Geleidelijk verdwijn je naar achter.

.

Je wordt ouder.
Het geheugen faalt,
teksten worden met trucs en techniek ondersteund,
maar de meewarigheid maakt plaats voor medelijden.
En daarna voor ergernis.

.

Je wordt overbodig.
Het is beter dat je de eer aan jezelf houdt.
Je stopt.
Je vindt het mooi geweest.
Het afscheidsbetoon is overweldigend.
Je krijgt zelfs nog een prijs.
Je bent ontroerd.

.

Een poosje later merk je
dat je weer in de zaal zit.
Je kijkt maar het beeld is wazig.
Je luistert maar het geluid is vervormd.

.

Toch blijf je komen.
Tot je de spelers niet meer herkent.
Er geen reden meer is ze in de kleedkamer op te zoeken.

.

Je verlaat de zaal.
Het is stil op straat.
Vaag herinner je je dat je hier als kind werd afgezet.

.

Dan zie je in de verte je moeder.
Ze zwaait.
Je zwaait terug.
De lege straat heeft jullie beiden opgenomen.

.

(c) Theije Twijnstra

Vergeet je kindertijd niet.
Stel dat je een ongelukkige jeugd hebt gehad.
En je wilt er niet meer aan denken.
Je wilt nu leven,
nu genieten,
maar ondertussen jaagt deze verbannen kindertijd
je op en wordt al dit genieten geforceerd,
te krampachtig in zijn verlangen je jeugd te willen vergeten.

.

Een ongelukkige kindertijd is altijd gelaagd samengesteld.
Als je er op terugkijkt
dan zie de manieren die je vond
om je staande te houden.
Dan onderzoek de uren die je doorbracht
in relatieve ‘veiligheid’ of ‘geluk’.
Een kind in nood wordt vindingrijk.
Een eenzaam kind vindt altijd wel een plek
waar een dier met hem verkeert,
waar een boom hem beschutting biedt,
waar een weiland of duin hem opneemt en aanvaardt.

.

Terugkijken naar onze kindertijd
en dan gericht zijn op de wijze waarop we ondanks de omstandigheden ons wisten te redden,
geeft vele aanwijzingen voor hoe we het nu ook kunnen doen.

.

Dat kind is niet verdwenen, begraven of verbrand.
Dat kind leeft in ons en houdt zich nu stil.
Waarom zou het van zich laten horen als het genegeerd wordt?
Verbannen naar een tijd die afgesneden is
met bedachte messen en rationele hakbijlen?

.

Het kind dat we waren is er nog.
En als dit kind een gelukkig kind was,
de bescherming ervoer die het verlangde,
de liefde ontving die het kon dragen
en dit kind mist als volwassene zijn jeugd,
dan is er ook nog steeds die oproep
vanuit dezelfde kindertijd
om dezelfde omstandigheden
als verworvenheden nu in jezelf waar te maken.
Wat toen als vanzelf,
licht en stromend ging,
zul je nu als volwassene moeten bevechten en veroveren,
gram voor gram in bewuste keuzen moeten omzetten.

.

Altijd is in de kindertijd een oproep geplaatst voor onze actuele dagen.
Dit komt omdat we dit kind blijven.
Zoals we waren zo zijn we nu.
Zoals we nu zijn,
zo waren we meestal niet.
De meeste mensen worden minder
dan het kind dat ze waren.
Ze missen de fantasie,
de dromen,
de stilte,
de avond,
de geheimen die ontdekt kunnen worden.

.

Ze verloren de spontane weerklank,
ze bedachten zich,
ze sloten zich af met een verstandig wantrouwen.
In zo’n klimaat kan geen kind overleven.

.

Onze jeugd, hoe miserabel deze ook is geweest,
valt in het niet bij wat we later onszelf aandoen uit zelfbescherming.
Om ons veilig te kunnen voelen.
Maar het is een veiligheid die gevangenen ook beleven.
Een soort gehechtheid aan wat bekend is geworden.

.

Terug naar de kindertijd gaan
en deze opnieuw ontsluieren levert andere beelden op.
Maar alleen als we terug blijven gaan.
Want één keer teruggaan is te weinig.
Dat is hetzelfde als een volwassene
die vanuit een volle agenda tien minuten met zijn kind inplant.
Terug en terug en terug
en dan erachter komen dat je toch vindingrijker,
sterker en creatiever bent
dan je ooit had gedacht.

.

(c) Theije Twijnstra

Zorg altijd dat het stroomt.
Als het niet vloeiend en vanzelf gaat,
dan hou ermee op.
Het heeft geen zin.
Het is je wil die je verder laat gaan,
het is je verlangen dat je duwt en forceert,
maar niet de stroming die bij je hoort.

.

Je hebt relaties,
ze stremmen,
ze stroeven,
ze sneuvelen.

.

Je hebt gesprekken.
Ze stokken,
ze sterven,
ze smoren in onbegrepen stilten.

.

Je hebt werk.
Het strubbelt,
het struikelt,
het scheurt je uiteen.

.

Er zijn dagen.
Ze huiveren.
Ze willen zich verbergen.
Ze zijn er niet als je ze vraagt.

.

Moeilijk is het de stromendheid te vinden
en daarin te verblijven als een fontein,
als bron van de vloeiendheid zelf.

.

Er zijn morgens.
Ze haken zich vast aan elke minuut.
Ze halen op aan elke oneffenheid.
Ze hellen naar achteren toen je nog sliep.

.

Er zijn middagen.
Ze strompelen als vergane benen.
Ze zakken weg in herinneringen
die je nooit had willen bewaren.
Ze drijven als lege kisten op een dodemansrivier.
Maar stromen doen ze niet.

.

Er zijn avonden.
Ze flonkeren als kristal
maar als je dichterbij komt
is het plastic dat nog druipt.
Ze fluisteren van beloften
maar als je luistert naar wat ze bedoelen,
wordt het vals en laag bij de grond.
Gebukt gaat deze avond onder de last van een stilgevallen dag.

.

Stromend zijn betekent dat het tijd is verder te gaan,
dat de weg openligt en hindernissen zich hebben gesleten
in de begrepenheid van het bestaan.

.

Je staat op.
De zon schijnt maar ze verblindt niet.
Ze schijnt en jij schijnt
en jullie beider straal belicht de morgen
die geen morgen is maar een tijdloos gaan
dat in en overgaat in zichzelf
en daarna in een steeds meer zichzelf.

.

Stromend te zijn is voor de enkeling
die alle hindernissen zich heeft aangerekend
als keuzen die hij ooit maakte.
Keuzen als hekken die hijzelf
een voor een moest openen
om daarna bij het laatste hek
de vrijheid te voelen die nu leven heet.

.

Vrij is hij nu.
Niemand die hem nog begrijpt.
Die hem wil begrijpen.
Iedereen die hem zou willen zijn.

.

(c) Theije Twijnstra

Stel dat ieder mens in zijn gehele leven één seconde meer geduld had gehad.
Eén seconde langer had nagedacht over zijn reacties, zijn keuzen, zijn uitlatingen.
Hoe anders zou de wereld dan zijn?
Waarschijnlijk zou een conflict dat nu vele slachtoffers veroorzaakt
er dan niet gekomen zijn.
Ook zouden vele huwelijken en relaties niet begonnen zijn
of op een andere manier zijn verlopen.
Zelfs de afronding zou anders zijn geweest.
Kinderen zouden anders zijn opgevoed.
Of er niet zijn geweest.
.

Eén seconde lijkt weinig,
maar er passen vele beslissingen in.
Het aantal zelfmoorden zou veel minder zijn geweest.
Zowel doordat er meer aandacht was geweest voor de wanhopige
als meer twijfel bij de uitvoerende.
Evenzo zou euthanasie minder worden gekozen,
zou politiek minder op direct resultaat of effectbejag zijn gebaseerd,
zou de natuur er beter voor staan.

.

Eén seconde van stilte,
van ingekeerdheid,
van voorkomende gedachten
kan alles wat erna gebeurt, beïnvloeden.
En omdat het om zoiets eenvoudigs als één seconde gaat,
kunnen we er meteen aan beginnen.
Eén seconde langer wachten voordat je uit ontevredenheid, boosheid of ergernis reageert,
iets aanschaft als troost,
iets kapot maakt uit vergeldingsdrift.
Eén seconde waarin je beseft hoe weinig tijd je inruimt voor een extra gedachte,
een toegevoegde ruimte,
een wijziging die anders door de altijd voortdenderende patronen onopgemerkt zou blijven.

.

Eén seconde meer tijd te geven aan wat je echt belangrijk vindt,
om te kiezen,
om terug te kijken,
om vooruit te voelen.
Eén seconde lijkt niets te zijn.
Maar tijd is wat je bedenkt,
een seconde is wat je beleeft.

.

Elke seconde meer geduld is een toegang tot een andere tijdbeleving.
En misschien krijg je de smaak te pakken.
Maak je er twee of meer seconden van.
Wie weet wat er dan niet allemaal kan gebeuren!

.

(c) Theije Twijnstra

De smartphone verbindt de mens met een andere wereld.
De wereld waarin ze zich bevinden
maakt meer en meer plaats voor een wereld op afstand, ergens daar.
Het gevolg is dat de directe gewaarwordingen verdwijnen.
Het gras wordt niet meer geroken.
De stemmen die tegen je spreken,
raken op de achtergrond.
De temperatuur wordt niet meer gevoeld.
Maar ook gevoelens als:
waar ben ik?
Hoe ziet het er hier eigenlijk uit?
Wie wonen hier?

.

Zo wordt de mens een behoeftig wezen.
De weg vinden van A naar B zonder navigatiemiddelen
maar op basis van een kompas zal alleen nog door de Rode Baretten worden geleerd.
De rest verdwaalt hopeloos door afgeleerde oriëntatievermogens.
Ook vissen die altijd in het donker zwemmen verliezen hun ogen.
De wetten van de evolutie voor lichaam en gevoel zijn consequent:
wat je niet gebruikt, sterft af.
Wie zijn spieren niet meer gebruikt,
verliest spierkracht.
Wie zijn denken eenzijdig gebruikt,
verliest fantasie, veelzijdigheid, oorspronkelijkheid.

.

In hoog tempo verliezen mensen natuurlijke capaciteiten.
Gemakzucht is een grote verleider.
Als het nóg gemakkelijker kan dan heel graag.
‘Hoe los ik dit op?’ vraagt de mens.
Je hoeft alleen maar op deze knop te drukken en wij nemen al je zorgen (lees: keuzen) over.
‘O, graag!
Ik word helemaal gek van al die keuzen.
Deze knop?’
Ja.
‘Ingedrukt!’
Fijn. Nu nog uw handtekening dat u ons niet gaat aanklagen als het anders loopt.
‘O, maar u bent zo vriendelijk en behulpzaam.
Ik vertrouw u volkomen.’
Mooi, het is een wettelijke verplichting, maar volkomen overbodig.
Hier bij dit kruisje, alstublieft.

Gefeliciteerd.
U hebt een belangrijke stap gezet naar een probleemloos leven.
Vanaf nu hoeft u niet meer zelf te denken.
Dat doen wij voor u.

‘O, heerlijk!’
Als u morgen wakker wordt,
geven we via uw smartphone de eerste aanwijzingen.
We loodsen u door de dag,
vertellen u wat u het beste kunt eten en wanneer,
dit alles volgens de meest actuele metingen
die gedurende de dag plaatsvinden
en die rechtstreeks naar een centraal medisch dossier worden doorgestuurd
zodat zodra er iets is,
u gebeld wordt,
een behandeling kan worden gestart.

‘Heerlijk. Geen zorgen meer!’
Het dagprogramma is afgestemd op uw levenspatronen
waardoor elke impuls tot denken of kiezen overbodig is geworden.
Aan het einde van de dag ontvangt u de laatste aanwijzingen
voor een goede nachtrust,
inclusief eventuele medicijnen of slaaptherapie.
Heeft u nog vragen?

‘Eh… zo net wist ik het nog.’
U zult zien,
morgen heeft u ook deze laatste herinnering aan een eigen gedachte niet meer.

‘O, heerlijk!’

.

(c) Twijnstra

Violeta Parra schreef het lied Gracias a la vida,
onvergetelijk vertolkt door Mercedes Sosa.

.

Het lied verhaalt over de dankbaarheid die ze voor het leven voelt.
Tegelijk is het een afscheid.
Kort erna pleegt ze zelfmoord.

.

Ook zonder deze kennis
voelt het lied als een melancholieke ode aan het bestaan
dat ondanks alle mooie dingen toch heel triest is.

.

Veel mensen beleven de diepte van het leven
als een uiteindelijke, vergankelijke en droefstemmende aangelegenheid.
Wie je liefhebt,
blijft niet altijd bij je.
Al waar je van geniet,
zal je weer achter moeten laten.
Het is een grens waar velen tegenaan lopen.
Voor hen is het beleven van deze grens de kern van de werkelijkheid.
Dit betekent dat het leven geen bevrijding kent,
maar gedoemd is om opgesloten te zijn in zijn eigen onvolmaaktheid.
Wie gelovig is, ziet via zijn geloof een uitweg.
Wie niet gelovig is
en toch een uitweg ziet,
wordt niet serieus genomen,
want op welke basis is deze bevrijdingsgedachte dan gebouwd?

.

Ik zie mezelf niet als een religieus iemand.
Ik geloof in een god noch in de onbetwistbaarheid van een heilig boek.
Ik geloof in een voortbestaan waarin mensen verblijven
die ooit op aarde leefden zoals ik nu.
Er zijn er die zich tot grote liefde en wijsheid hebben ontwikkeld.
Hen zie ik als voorbeeld.
Er zijn er die zich in grote kwaadheid en wraakzucht hebben ontwikkeld.
Hen zie ik als mensen die gesterkt moeten worden de goede weg te kiezen,
tegelijk zie ik ze ook als de uitkomst van hun keuzen.
Waar ze weigeren laat ik ze met rust.
Ik dring niet aan.

.

Dit is mijn bevrijdingswereld.
Voor mij geen idee maar een werkelijkheid
die ik vele malen echter en concreter ervaar dan de aardse waarin ik verblijf.

.

Het leven bedanken tekent de goede ziel van Violeta.
De zelfmoord uit liefdesverdriet omdat haar partner de relatie had verbroken,
zo gaat het verhaal,
maakt haar ook tot een kwetsbaar mens.
Goedheid en kwetsbaarheid zijn een fase.
Goedheid en kracht vormen eveneens een fase.
Goedheid en kwetsbaarheid horen bij de aarde.
Goedheid en kracht,
daar komt een ieder ten slotte op uit.

.

(c) Theije Twijnstra

Aarde zal met aarde zijn.
Wind met wind.
Zee met zee
en mens met mens.

.

Rijken zullen met rijken zijn,
armen met armen.
Wie rijk is en bij arm verkeert,
herinnert zich zijn armoede
of voorziet deze als toekomst.
Waar hij innerlijk is, zal hij uiterlijk zijn.

.

Dier met dier,
neerslachtig met neerslachtig,
vrolijk met opgewekt,
een ieder zal daar zijn waar zijn bewustzijn is gekomen.

.

Avond met avond,
duister met duister,
boef met boeven
en edelen met edelen.

.

Goedhartig met goedhartig,
zachtmoedig met zachtmoedig,
waar dit niet zo lijkt,
zal beter gekeken moeten worden.
Want ook al lijkt het alsof men met een tegenstelling omgaat,
men is met zijn gelijke
of men was er niet.
Vorm zal met vorm zijn,
inhoud met inhoud,
zienden zullen met zienden zijn,
de bevooroordeelde met de bevooroordelenden.

.

Geluk zal met geluk zijn,
er is geen andere plaats
dan waar de groei iemand heeft gebracht.

.

Hoogbegaafden zullen met hoogbegaafden zijn,
zwakbegaafden met zwakbegaafden.
Wanneer een hoogbegaafde een zwakbegaafde verzorgt,
verzorgt hij zichzelf als verleden,
er is geen andere plaats
dan daar te zijn waar men gelijk is.

.

Mensen denken zich verschillend van elkaar,
maar zij die werkelijk verschillend zijn
gaan met niemand om.
En daardoor met iedereen zonder uitzondering.

.

Mens met mens zal de mens zijn.
En waar hij zich als mens is ontgroeid,
zal hij ontmensd zijn,
ontvleesd,
ontbot,
ontaardt.

.

Hij zal met de alleenheid zijn.
Met de alleenheid zijn
is met de aarde zijn.
De oude aarde
die voor het laatst wordt gezien.

.

(c) Theije Twijnstra

Beloof niets.
Beloven is onmogelijk.
Je kunt wel zeggen: ik zal altijd bij je blijven,
maar alles verandert.
Hoe weet je hoe je over een tijd zult zijn?
Ik beloof je dat je weer beter wordt.
Flauwekul.

.

Hoogmoed en sentiment maken vele beloften aan.
Maar we kennen onszelf nu al niet,
laat staan hoe we straks zullen zijn.

.

Beloven is hopen
en daarna geloven
dat als je maar genoeg hoopt.
dat het ook zal gebeuren wat je hebt beloofd.
Ik beloof je dat we de volgende vakantie naar een warm land zullen gaan.
O ja?
Hoe wou je daarvoor zorgen als je intussen bent overleden,
ziek of zo arm bent geworden
dat je nauwelijks in staat bent het dagelijks voedsel te betalen?

.

Beloften roepen rampen aan.
Rampen die verhinderen dat de beloften zullen uitkomen.
Al was het maar om ons te leren
dat we niets kunnen beloven.
We kunnen op iets vertrouwen.
Dan gaat het vooral ons aan.
We kunnen op iets hopen,
dat gaat meestal de ander aan.
Verder reikt ons vermogen niet.

.

Ik beloof dat ik de moordenaar zal vinden,
zegt de rechercheur tegen de bedroefde vrouw van de vermoorde man.
Maar dat kan ook alleen in een serie van 50 minuten.

.

Waarom kunnen we niets beloven?
Beloven veronderstelt een voorkennis van wat zal gebeuren.
En ook van macht om die voorkennis te kunnen richten,
te besturen en te beheersen.
Daarom is beloven hoogmoedig.
Je schrijft jezelf krachten en toekomstbeheersingen toe
die bovenmenselijk zijn.
En als de ander jou iets belooft,
zeg je alleen: niets beloven.

.

Beloften maken niet alleen schuld maar ook zwakte aan.
Want wat als je het niet waar kunt maken?
Schaamte?
Ontkenning?
Zoeken naar uitvluchten?

.

En bij de ander: teleurstelling?
Ontgoocheling?

.

Beloven is een loos gebeuren,
voortkomend uit een verlangen naar geruststelling en troost,
maar struikelend over de reikwijdte van ons werkelijke kunnen.

.

(c) Theije Twijnstra