Wanneer iemand zelfmoord pleegt
of euthanasie laat uitvoeren,
komt hij op een plaats die niet bij hem hoort.
Iemand is immers niet zijn somberheid of wanhoop,
zoals ook niemand zijn kanker is of dementie.
Een ieder is zo veel meer
dan die enkele fase van zijn leven.

.

Men is een totaal,
geen onderdeel.
Wie vanuit een fragment kiest,
komt in een geïsoleerdheid terecht.

.

De logica van dit gebeuren ligt in het gegeven
dat elk mens een eigen levensduur bezit.
Een uiterst persoonlijk bezit
waar niemand aan mag tornen.
Ook hijzelf niet,
want deze duur komt niet voort uit zijn oppervlakkige aardse leven
maar uit de diepte van zijn doorgaande ontwikkeling.

.

Wie dit bezit verkwanselt
komt in een fragmentarische wereld aan.
Nu wordt het vreemd.
De wereld waarin men hoopte aan te komen,
ziet er juist tegengesteld aan uit.
De ellende verdubbelt zich in plaats van dat ze afneemt.
Hoe kan dit?

.

Vanuit wanhoop, ellende, uitzichtloosheid
een einde aan je leven maken,
is hopen op verlossing.
Maar hoe helder denkt de mens
als hij wanhopig, angstig, zich in het nauw gedreven voelt?
Wanneer denk je het meest helder?
Het is op die momenten waarop je je rustig en evenwichtig voelt.
Dan heb je ruimte om te denken,
om nog eens te denken,
af te wegen,
maar vooral om te voelen wat je werkelijk wilt.

.

Maar wie zich ellendig voelt,
ontsnappen wil,
voelt zich opgejaagd.
Hij wil vluchten.
Weg zijn.
Weg van waar hij nu is.
Uit deze gemoedstoestand komt deze keuze voort.
Ook als er een keuze wordt gemaakt
ver voordat er een direct gevaar is.
Ook dan is de veronderstelde ellende
voor deze persoon genoeg
om nu al te beslissen straks dood te willen.

.

De wanhopige beroept zich op zijn ellende
en stelt deze als ultiem recht
de ander onder druk te mogen zetten.
‘Hoe zou jij kiezen onder mijn omstandigheden?’
Nu gaan velen overstag.
Ze weten niet wat ze zelf zouden doen.
De troebelheid in denken heeft nu een groep mensen bereikt.
De euthanasie wordt uitgevoerd.

.

Bij zelfmoord speelt alles zich in eenzaamheid af.
Maar in beide gevallen denkt men vanuit een opgejaagdheid,
een drang en een wens te kunnen ontsnappen.

.

De wereld waarin deze mensen terechtkomen
weerspiegelt de wereld van waaruit ze kozen.
De somberheid is nu echter totaal geworden.
De uitzichtloosheid is overal.
Waar men dacht te ontsnappen
is men nu volledig ondergedompeld
in de eigen troebelheid van denken en beleven.
Het is een mistige, koude, uitzichtloze en verlaten wereld.
Men is alleen.
Het is de uitwerking van het isolement
waarin men zelf verbleef.
De uitwerking van de afgeslotenheid van anderen,
de vastbeslotenheid het zelf te weten
en zich door niemand meer iets te laten gezeggen.

.

Nu is men daar.
Er is niemand meer.
Hoe hard men ook roept.
De sfeer is schemerig,
de uitdrukking van de troebele sfeer waarin men dacht.
De sfeer is koud en mistig
zoals ook het gevoelsleven dit was
door voorbij te gaan aan wat men anderen aandoet
door hun opvang en zorg,
liefde en aandacht weg te blazen
met de koude adem van een macaber besluit.

.

Sommigen beweren: het is moedig zelfmoord te plegen,
voor euthanasie te kiezen.
Maar veel moediger is het
om het actuele bestaan
te doorstaan.
Hoe moeilijk ook.
Hoe onterend, vernederend, pijnlijk ook.
Dat is pas echt moedig.

.

Zelfmoordenaars zijn geen helden.
Laten we anderen niet aanmoedigen deze weg te nemen.
Laten we de volhouders als voorbeeld nemen.
De mensen die deze laatste, moeilijke periode dragen,
hun ego laten breken en breken
tot er niet meer dan wat kruimeltjes overblijven.

.

Laten we deze mensen,
stil starend in een hospice,
rustig etend in een verpleeghuis,
of zachtjes stervend in een hoekje van een kamer,
laten we hen als helden zien.
Als een voorbeeld van volle aanvaarding
van hen die hun leven tot aan de laatste seconde
in volheid hebben aangedurfd.

.

(c) Theije Twijnstra

Wie zichzelf niet kent, kent niets.
Want alles wat hij kent,
komt uit dat wat hij niet kent.
Wat hij kent is onbekend
omdat hijzelf de onbekende is.

.

Wie zichzelf niet kent,
kan niet liefhebben.
Want wat hij liefheeft,
komt voort uit wat hij niet kent.
Wat heeft hij anders lief
dan wat hij denkt te kennen maar niet kent?

.

Hij houdt iemand vast,
maar dat is geen liefhebben.
Hij heeft iemand nodig.
Ook dat is geen liefhebben.
Hij spreekt ervan,
hij zingt erover,
maar ook dat is geen liefhebben.
Het is alleen een bedekking
van wat daaronder ontbrekend is.

.

Wie zichzelf niet kent,
kan geen aandacht geven.
Vanwaaruit zou dit moeten komen?
Hij is met iets bezig dat hem rustig maakt,
maar dat is geen aandacht.
Hij doet iets waarmee hij geld verdient.
Ook dat is geen aandacht.
Hij geeft er veel tijd aan,
maar dat zegt nog steeds niets.
Ook een alcoholist besteedt veel tijd aan drinken
en een belegger aan futures.

.

Wie zichzelf niet kent,
kan niet opvoeden.
Hoe zou dit moeten als niemand aanwezig is?
Hij laat de onbekende in hem het werk doen.
Deze onbekende zegt:
doe het omdat ik het zeg.
Of: wees stil als ik praat.
Deze onbekende spreekt veel.
Het is een kenmerk van iemand die zichzelf niet kent.

.

Wie zichzelf niet kent,
verdwaalt voortdurend.
Er zijn velen die zichzelf niet kennen.
Er zijn velen die dwalen
en toch menen de weg te kunnen wijzen.
Daar moet je naar toe!
Zo moet je leven!
Neem het maar van mij aan.

.

Wie zichzelf niet kent,
meent ook dat dit niet nodig is.
Hij zal zeggen dat hij zichzelf al heel goed kent.
Hij zal beweren dat hij zichzelf beter kent
dan anderen die hetzelfde beweren.

.

Wie zichzelf leert kennen,
gaat weg.
Hij zoekt de stilte,
niet de strijd.
Hij zoekt de vereenvoudiging,
niet het eigen gelijk.
Hij trekt zich terug
en is onopvallend.
Waarom zou hij de aandacht opeisen
als juist door dat aandachtopeisende al zo veel gebeurt
dat zichzelf niet kent?

;

Wie zichzelf leert kennen, verdwijnt.
Vandaag nog meer dan gisteren.
En morgen weer.
Een eigen wereld ontstaat in een steeds grotere gedetailleerdheid.

.
Wie zichzelf leert kennen is nooit alleen.
Hij is bij degene die hem het best verstaat.
Samen gaan ze daar.
Degene die zichzelf leert kennen
en degene die hij daardoor steeds meer nadert.
Ze naderen elkaar en noemen dit leven.
Ze spreken elkaar en noemen dit verstaan.
Ze leggen het overbodige van zich.
Ze noemen dit schoonmaken.
Ze halen het vervormde bij elkaar weg.
Ze noemen dit ruimte maken.

.

Soms zie je het bij iemand.
Zelfs iemand die zichzelf niet kent, voelt het aan.
En houdt zich even stil.
Dat is het bijzondere van iemand die zichzelf leert kennen.
Zonder dit te willen laat hij voelen
hoe het is jezelf te leren kennen.
Eén moment waarop het duidelijk is.
Discussies verstommen,
gevechten staken.
lawaai verdampt.
Geraas verstilt.
Alleen de planten groeien door,
de leeuw rekt zich uit.
Ook de wolken gaan verder.
Waarom ook niet.
Ze kenden zich al.

.

(c) Theije Twijnstra

Zolang we grotendeels met de aarde verbonden zijn,
zullen we niet in staat zijn helder te denken.
Aardse verbondenheid houdt in
dat we een te beperkt zicht aanhouden
voor onze interpretaties.
Het opvallende is dat iemand
die zich juist met de aarde heeft verbonden
het omgekeerde zal beweren.
Hij zal zeggen dat als je niet met beide benen op de grond staat
en nuchter tegenover alles bent,
dat je dan niet capabel zult zijn
om een juist oordeel te vellen.
Daarvoor ben je in zijn ogen
te zweverig en te vaag.
Hoe nu te weten wie gelijk heeft?
Wie als duiding aan te houden?
Ofwel:
hoe de werkelijkheid te vinden
te midden van tegenstellingen?

.

De werkelijkheid wordt gekenmerkt
door dat ze niet bevat kan worden
maar zelf omvattend is.
Het aanhangen van een bevattelijke,
bestuurbare, beheersbare werkelijkheid
is een illusie.
Ze voldoet wel aan het menselijk verlangen.
Door deze voldoening geeft deze interpretatie
een vorm van rust, veiligheid en geborgenheid.
Maar ze is vals.
Alles wat het aardse leven kan bieden
is verbonden met tijdelijkheid.
Er is niets wat blijft,
behalve degene die dit tijdelijke beleeft.
Maar ook dit is alleen voorbehouden
aan die ene persoon omdat elk individu
vanuit een eigen geschiedenis zijn invalshoek beleeft.
Is degene die alles beleeft,
dus niet de mens die we zien, spreken,
maar die ene,
die onvergankelijke en ondeelbare,
is die niet juist de meest onaardse?

.

We leven, we werken, we hebben lief,
we worden ziek, we zijn alleen, we gaan dood.
En bij dit alles proberen we elkaar te begrijpen.
Elkaar te naderen, te duiden, te corrigeren soms,
te bevechten vaak, te misverstaan bijna altijd.
En ondanks al deze pogingen
is er dat ene, geïsoleerde gevoel:
je bent alleen geweest.
Je bent uiteindelijk altijd alleen geweest.
Ondanks alle pogingen deze alleenheid op te heffen.

.

Wie dit gegeven leert aanvaarden,
zal juist dit ondeelbare en indviduele leren ontdekken
als het doorgaande en onvergankelijke
dat hij in de kern is.
Het is dit ondoorgrondelijke principe in elk mens,
in elk levend wezen dat hem onafgebroken met het leven,
aards of niet aards, verbindt.
Kan er een grotere werkelijkheid bestaan dan deze?

.

Leef je aardse leven,
geniet van de zon en de ander,
ontmoet en vier,
ontdek en groei,
maar weet bij dit alles meer en meer
dat je in de kern die onbevattelijke verbinding
met het onbegrensde bent.

.

(c) Theije Twijnstra

Iedereen is opgewonden.
Iedereen doet blij.
Dat geeft veel drukte.
Wie niet opgewonden is,
moet het snel worden.
We niet luidruchtig blij is,
kan niet gelukkig zijn.
Zo wordt gezegd door allen die opgewonden zijn.
En blij.

.

Iedereen praat snel.
Iedereen beweegt met z’n hoofd en handen.
Wie langzaam praat wordt niet serieus genomen.
Wie niet beweegt met hoofd en handen,
wordt niet opgemerkt.

.

Dit legt veel beslag op wie het ziet.
Wie het ziet,
neemt afstand.
Wie afstand neemt, heeft iets abnormaals.
Ook dit geeft druk.

.

Er moet veel.
Er moet beleefd worden.
Er zijn lijsten voor.
Beleven betekent hier:
verplicht meemaken op straffe dat je niet geleefd hebt.
Wie niet met een parachute is gesprongen,
noch een ver land heeft bezocht,
met de Indianen heeft gedanst
of met de dolfijnen heeft gezwommen,
heeft niet echt geleefd.
Ook dit geeft druk.
Want hoe te leven als je dit niet voelt?
Hoe te hebben geleefd
als je leven onopvallend verloopt?
Zonder verhalen die imponeren?

.

Iedereen werkt mee aan druk.
Ook zij die geen druk veroorzaken.
Ze geloven de verhalen.
Ook zij die jaloers zijn.
Ze verlangen naar deze verhalen.
Ook zij die het proberen.
Ze imiteren de verhalen.
Alleen zij die zich afsluiten
en zich toch niet afgesloten voelen,
werken niet mee.
Ze verkeren in zichzelf.

.

Kan dat?
Soms.
En het is moeilijk.
Mag dat?
Alleen als je ervoor openstaat
en wel zo open dat je niets anders meer wilt.

.

Iedereen gaat snel.
Wie snel gaat, leeft.
Wie glanzend gaat, heeft het begrepen.
Wie groots gaat,
maakt het waar.
Wie over alles heen gaat,
wordt nagekeken.
Nagekeken worden is een hoog doel.
Je wordt namelijk niet alleen nagekeken
maar ook overmatig benijd.
En niet alleen nagekeken en overmatig benijd
maar ook verkettert.
Hoeveel geluk wil je nog meer?

.

Iedereen is moe.
Je ziet het in de avond.
Je ziet het in de morgen.
Je ziet het als een droge sloot
die door het dagelijks leven stroomt.
Er is geen water in deze levenssloot.
Er zwemmen geen visjes en salamanders,
er groeit geen pijlkruid of waterlelie.
Het is een dorre greppel van moeheid
en oplopende, niet te stuiten teleurstelling.
Er spelen geen kinderen bij deze sloot.
Ook geen ouder die zich kind voelt.
Er varen geen kleine bootjes,
noch hoor je gelach en gespartel.
Iedereen is bij de grote rivier.
Deze is van plastic
maar omdat iedereen zegt dat het water is,
gelooft iedereen dat het een rivier is.
Tot de zon ondergaat.
Het plastic is verdroogd en gaat kraken.
Scheuren.
Uiteenvalt.

.

Iedereen was erbij.
Deed mee.
En wie zich erbuiten bevond,
had zich al bevrijd.
Hij was niet waar de anderen waren.
Hoe gelukkig is hij
die niet bij de plastic rivier zijn leven heeft beleefd.

.

(c) Theije Twjnstra

We verlaten de wereld die we ‘zo goed ‘ kennen.
We komen in de wereld die we meer zijn dan die andere.
Het is er stil.
Aan deze stilte moeten we wennen.
Het is er eenvoudig.
Ook daaraan zijn we niet gewend.
Drukte en meervoudigheid,
daarmee zijn we vertrouwd.
Maar stilte en enkelvoud,
dat is vreemd.

.

We zetten ons neer.
Dit doen we niet uit luiheid
maar uit de wetenschap
dat we hier overal tegelijk zijn
zodra we ons verbinden.
Dit verbinden gaat het snelst
door even te gaan zitten.

,

Om ons is ruimte.
Deze ruimte is onbegrensd.
Zodra we rondkijken dijt deze ruimte uit.
Hoe langer we kijken
hoe groter deze ruimte wordt.
En met het groter worden van deze ruimte groeien ook wij.
Niet in letterlijke grootte
maar in eenheid met de ruimte.
We sluiten onze ogen en zinken in onszelf.
Nog stiller wordt het.
Noch ruimtelijker.
Alsof we door het heelal omgeven worden
en tegelijk met elk deel van het heelal een verbinding voelen.

.

We zijn alleen en dit gevoel is zo anders dan het alleen dat we ‘buiten’ gewend zijn.
Dit alleen is een volledigheid van zichzelf.
Dit alleen is vredig en diep doorademend.
Het zorgt voor een verdere eenheid met alles én onszelf.
Alle droefheid, onbegrepenheid, teleurstelling en verlatenheid
is uit dit alleen verdwenen.

.

Wat het wel is?
Overwonnenheid.
Zegeviering.
De beproeving begrepen
en tot nieuwe lichtheid omgezet.
Dit alleen is heel sterk.
Zo sterk dat het alles draagt waar het nu is.
Deze alleenheid en dit universum horen bij elkaar.

.
Tijd om verder te gaan.
Opnieuw dieper in onszelf.
De tijd is verdwenen.
Ook het heelal.
Wat er nog is,
is donkerte.
Deze donkerte voelt als een eindeloze nacht.
Maar er is angst noch verdwaaldheid.
Het is alleen diep zwart van onbekendheid.
Dit is het deel dat we nog helemaal moeten leren ontdekken.
Het wacht op onze nadering,
onze eerste aanraking.
Nu staan we nog aan de rand.
Wie zijn we? klinkt het vanuit het donker.
Wie zijn we dat we niet zien,
niet voelen, niet aandachtig zijn?
.

De diepte en omvang van deze duisternis
is talloze malen groter dan het universum
waaruit we zojuist zijn gekomen.
Ondanks dat we niets kunnen zien,
dringt dit weten als een feit naar voren.
Een daarmee tegelijk de opdracht:
verken de duisternis in jezelf.
Maak er licht.
Veroorzaak er leven.
Laat ontstaan.
Schep jezelf naar een volgend niveau van leven.

.

(c) Theije Twijnstra

Alles wat we doen stelt niets voor.
Dit klinkt vervelend.
Zeker als we het gevoel hebben met iets belangrijks of interessants bezig te zijn.
Of iets vreselijks nuttigs.
Het stelt tegelijk alles voor.
Alles en niets.
Daarmee bedoel ik dat alles wat we doen binnen het alles valt.
Alles wat is.
Alles wat was.
Alles wat zal worden.
Binnen dit alles stelt het niets voor.
Maar als we dit niets met alle aandacht,
betrokkenheid en overgave tegemoet gaan terwijl we op hetzelfde moment
onze overgave en concentratie relativeren tot iets
wat in het niet valt bij dit alles,
dan zijn we in het juiste evenwicht beland.

.

Wie iets doet en hij doet het zo geconcentreerd,
zo aandachtig en met liefde dat er niets anders meer bestaat dan dat,
dan verdwijnt hij in het doen.
Hij en het doen zijn in elkaar opgegaan.
Wanneer je na dit werk in staat bent het zo achter te laten,
je er zo vrij van te maken dat het verdwijnt,
geen waarde meer heeft dan de waarde die het aan jou geeft,
laat je het gedane zich bewijzen in het alles.

.

Je laat het alleen in het alles.
Als het dan nog iets is,
een zelfstandigheid bezit,
een werking,
iets dat tegen je spreekt,
iets dat zonder dat je eraan denkt je kan verrassen,
dan heb je iets tot stand gebracht
dat binnen het alles niets voorstelt,
maar binnen jouw universum een eigen bezieldheid heeft verworven.

.

Zo te doen en te werken geeft voldoening en nalatenschap.
Wie doet en werkt om er ‘vanaf’ te zijn,
doet niets ook al werkt hij er nog zo hard
en nog zo lang aan.
Al wat hij deed en werkte was ongeïnteresseerd,
etalagedoe voor anderen
maar een eigenheid heeft hij niet veroorzaakt.

.

Veel wat gedaan wordt, mist bezieling.
Je komt het tegen in de talloze producten en diensten van deze maatschappij.
Het is gemaakt om snelle winsten te maken,
niet om iets tot stand te brengen,
het is gefabriceerd om iets te lijken
terwijl de maker heel goed wist dat het niet lang mee zal gaan.
Wie veel van deze spullen om zich heen verzamelt,
woont in een kerkhof.
Te midden van het onbezielde en onverschillige
leeft hij zijn dagen en merkt niet dat de dode dingen zijn energie afnemen,
zijn betrokkenheid verschralen,
zijn eigenheid laten verpieteren.

.
Wie doet en terwijl hij dit doet alles geeft,
brengt iets tot stand dat hem geneest,
versterkt, naar zichzelf brengt.
Wie iets doet om het daarna zo snel mogelijk achter zich te kunnen laten,
brengt alleen iets doods tot stand.
Passend binnen alle andere dode spullen die vanuit hebzucht,
ongeduld en een groot gebrek aan betrokkenheid zijn ontstaan.

.

Daarom: als je iets doet,
doe het zo dat het alles is,
ook al weet je dat het binnen het alles niets voorstelt.
Al is het werk nog zo banaal,
doe het met alle overgave en aandacht
alsof het het mooiste is wat er op dat moment te doen is.
En als je er niet tot in staat bent,
dan doe niets en doe dit niets met alle overgave en aandacht.
Wat je ook doet,
als je er alles in stopt wat je hebt,
ontmoet je de wereld die jou het meest herkent
en tot draging en richting zal zijn.

.

(c) Theije Twijnstra

Waar de natuur nog onbesmet is gelaten,
toont ze de mens precies dat
waar zelfs de meest talentvolle kunstenaar
of het grootste genie een beginnende leerling wordt:
de volmaakte onaangeraakte wereld.
Zolang de mens meer schade toebrengt dan leerling wil zijn,
is hij de achterblijvende ten opzichte van het onbesmette.
Zolang hij meent te weten en te kunnen beheersen,
is hij de verliezende, de achteroprakende.
Zolang hij de volmaaktheid van het natuurlijke leven niet hoger leert waarderen
dan zijn eigen tekortkomingen,
is hij de vertrapper die meent iets op te richten,
is hij de vervormer en beschadiger
die denkt met zijn ingrijpen beter te weten, verder te zien.

.

De onaangeraakte aarde,
hoe weinig er ook nog van is,
hoe moeilijk te vinden ook,
is de laatste plek waar de mens zijn eigen plaats kan leren beseffen.
Hij hoeft alleen maar te kijken.
Van een afstand.
Goed te kijken hoe het onaangeroerde eruitziet,
hoe het ruikt,
hoe het hoort,
trilt op een geheel eigen werkelijkheidsgetal.

.

Niet aankomen!
Niet betreden!
Alleen tot je door laten dringen.

.

De aarde heeft haar oorspronkelijke geboortegezicht
allang achter zich gelaten.
Een gewond lichaam is haar woonplaats geworden.
Een uitgeteerd lijf waarover we reizen.
Een vermoeid gelaat dat ons aankijkt.

.

De aarde laat ons onszelf zien.
En dan vooral dat wat we in onze haast,
in onze gulzigheid en hebzucht hebben gedaan
en nog steeds doen.

.

Ze laat het gebeuren.
Ze verzet zich niet.
Waarom zou ze ook?
Ze heeft niets te verliezen.
Al wordt de allerlaatste ongereptheid verbrand,
verpletterd, onteerd en verkracht.
Ze weert zich niet.
Ze weet dat de mens zichzelf aandoet.

.

Haar plaats is bodem te zijn.
De voeding en het water.
Het licht en de warmte.
Ze is een huis voor het lichaam.
Een verblijfplaats voor wie beneden kwam.
Ze is geen paradijs.
Geen vakantieplaats.
Geen oase voor wie onderweg is.

.

Ze is de tweede mens,
de afdruk van ons,
de materialisatie van ons begrijpen.

.

Waar ze zich herstelt,
toont ze ons waar we hebben begrepen.
Waar ze verpietert en vergruist,
laat ze onze eigen degeneratie zien.
Zij is het meervoudige en alom aanwezige voorbeeld
van een mens die zichzelf nog vinden moet.

.

(c) Theije Twijnstra

De wetten van het leven
lopen als fijne zenuwen door het bestaan.
Hoe beter men zichzelf wil kennen
hoe meer men deze fijn geaderde zenuwbanen
zal leren opmerken en daarna ernaar leren handelen.

.

Voorbeeld: een echtpaar doet samen een werk.
Hij doet het zware werk zoals tillen en bukken,
zij het ondersteunende werk zoals vasthouden en aangeven.
Een alledaags gebeuren.
Na verloop van tijd is het werk gedaan.
Het verliep moeilijker en zwaarder dan gedacht.
Hij heeft 80% van de aanwezige energie verbruikt,
zij 20%.
Zij zegt: laten we dat andere ook nog even doen.
Dan zijn we klaar.
Ze ziet en weet wel dat hij meer arbeid heeft verricht
maar voelt het zelf heel anders
omdat ze veel minder energie heeft verbruikt.
Het is geen kwaadwillendheid van haar
maar een te gering verplaatsen in de ander.
Hij voelt dat hij moe is en geen energie meer heeft dit nog eens te doen.
Hij moet kiezen:
haar tevreden stellen of naar zichzelf luisteren,
in dit geval naar zijn energievoorraad.
Wanneer zij aanhoudt
dat ze het af moeten maken
en hij is te weinig opmerkzaam van zijn eigen energie
maar wel gericht om het haar naar de zin te maken,
dan zal hij alsnog overstag gaan
en doen wat zij graag wil.
Als hij het af heeft,
is hij gesloopt
en zij heeft ook daarna nog genoeg energie over.
Dankzij de fijne zenuwbanen merkt hij op
dat zij geen moeite deed hem te steunen
om de juiste beslissing te maken.
Ze had moeten opmerken:
heb je nog wel genoeg energie over?
Want ik heb alleen maar vastgehouden en aangereikt,
maar jij deed al het zware en moeilijke werk.
Maar nog beter is het als hij dit zelf opmerkt en het haar vertelt.
Wanneer ze het begrijpt is alles in orde.
Wanneer ze het niet begrijpt
omdat ze alleen gericht is op het afmaken van het werk,
dan zal hij nog steviger in zijn besluit moeten zijn
en nog duidelijker in zijn woorden.

.

Vaak echter gebeuren deze fijn geaderde zenuwaanrakingen onopgemerkt.
Het is hier waar de eerste scheurtjes in een relatie ontstaan.
Deze scheurtjes zijn even fijn van structuur als de adertjes van de zenuwbanen.
Maar wanneer dit een terugkerend patroon wordt
en de rolverdeling zich vaster en vaster maakt binnen deze relatie,
dan zullen ook de scheurtjes in scheuren overgaan.
En daarna in barsten, brokstukken, ineenstorting.
De fijne adertjes van de levenszenuwen
dienen om ons de wetten te laten ervaren.

.
Wie de wetten leert kennen,
wordt intelligent.
Wie de wetten weigert te kennen,
komt in strijd.
Intelligent is hij die elke dag de levenswetten
in een nog fijnere structuur wil leren opmerken.
Ongelukkiger wordt hij
die zich naar de wensen van anderen voegt
zonder rekening te houden met de wetten
die door zijn levensweg als de meest subtiele wegwijzers zijn aangebracht.

.

(c) Theije Twijnstra

Het dagelijks huishouden bestaat uit veel onderhoud
dat door gebruik, onverschilligheid of verwaarlozing ontstaat.
Opruimen, schoonmaken, herstellen, vernieuwen,
het is de praktijk van elk huishouden.
Veel klusjes worden met tegenzin gedaan.
De gemakscommercie speelt graag in
op deze weerstand door nog slimmere,
snellere of handiger spullen aan te bieden.
Eenvoudiger wordt het dan niet.
Wel onoverzichtelijker doordat je weer meer spullen om je heen hebt
die een plaats behoeven,
onderhoud vragen,
een levensduur hebben die altijd op het verkeerde moment ten einde loopt.

.

Daarom de vraag:
waarom wordt het huishouden als zo vervelend ervaren
terwijl het een terugkerend gegeven is
waar je niet onderuit kunt?
Is deze onontkoombaarheid het probleem?
Maar eten en drinken komen ook steeds weer terug
en daar hebben velen minder moeite mee.

.

De oorzaak van deze weerstand tegen het huishouden
ligt in de wijze waarop de meeste klusjes worden uitgevoerd:
met grote tegenzin.
Velen doen het huishouden omdat het moet,
willen er zo snel mogelijk vanaf zijn
om daarna iets leukers te kunnen doen.
Wie elke keer met afkeer werkt,
is blij als hij er vanaf is
en herinnert zich de weerstand van de vorige keer
als hij er weer aan moet beginnen.
Deze bouwt hij immers zelf per keer op?

.

De kern van het probleem
ligt in de wijze waarop een klusje wordt gedaan.
Daarom een eenvoudige raad:
werk in kleine stukjes.
Doe niet te veel
want dan kweek je afkeer voor het werk aan.
Doe een klein stukje per keer,
spreek te voren met jezelf af
welk stukje je gaat aanpakken.
Werk dan met al je aandacht.
Doe het rustig, zorgvuldig en geniet van de verandering die je teweegbrengt.

.

Wanneer het klaar is,
heb je nog voldoende energie
om het werkje in alle rust af te ronden
en je alvast te verheugen op de volgende keer
als je met het volgende stukje zult beginnen.
Je maakt iets immers mooier?
Schoner? Opgeruimder?

.

Wanneer je na dit klusje
een korte pauze neemt,
begin je aan het volgende klusje
dat je op dezelfde wijze benadert.
Wissel het werk voortdurend af,
dus bijvoorbeeld van de ramen naar de tuin,
of naar de zolder, enzovoort.
Dan geef je jezelf alle gelegenheid
elk klusje als iets geheel zelfstandigs te beleven.

.

De volgende dag of wanneer ook,
ga je weer verder met het eerste klusje van de vorige dag.
En zo verder.
Alle kleine stukjes worden zo stelselmatig veranderd
in een aangenaam huis of een plezierige tuin.
Maar het allerbelangrijkste:
je begint plezier te beleven bij wat je doet.
Elke verplichting of noodzakelijkheid
laat plezier en energie weglekken.
Elke kleine overwinning op je dagelijkse bestaan geeft je energie,
blije herinneringen en een kalme natuur
die zich als een aangenaam klimaat om je heen zal verspreiden.

.

(c) Theije Twijnstra

Veel mensen vinden het moeilijk los te komen van sociale media.
Ze willen wel,
maar merken dat het blijft trekken.
Alsof er iets uit hun bestaan wordt genomen,
een leegte zich zal aandienen
als ze zich er echt van zouden bevrijden.

.

Ondertussen merken ze ook
dat het verbonden zijn ermee onrustig maakt,
tijd afneemt, haastig en weinig geconcentreerd maakt.
Geïrriteerd ook als het niet snel genoeg gaat
of als er een tegenslag is
waar geen rekening mee werd gehouden.

.

Hoewel velen ook op allerlei manieren,
zowel ernstig als humoristisch,
hebben uitgelegd hoe er met de persoonlijke gegevens veel geld wordt verdiend,
de commercie iedereen nog beter kan manipuleren,
blijft men eraan vastzitten.
Alsof het kleeft.
Wat is deze kleefstof?
Waardoor is het zo moeilijk om los te komen van facebook en andere netwerken?
Dat je wordt bedrogen of misbruikt, maakt allang geen indruk meer.
Dat weet iedereen al en bovendien:
‘Wat doe je eraan?
Het blijft toch doorgaan, ook zonder mij.’
Deze fatalistische houding is wijdverspreid.
Er is blijkbaar meer nodig
om iemand van deze manipulatieve invloeden vrij te maken.

.

Sociale media zijn eigenlijk een soort commerciële sekte geworden.
Een geheimzinnige bedwelming die je vasthoudt
omdat je in de belofte gelooft.
Welke belofte is dit dan?

.

Wanneer mensen zo met hun sociale media bezig zijn,
laat dit een grote eenzaamheid zien.
Dit zijn mensen die hopen, verlangen,
geloven dat ze heel bijzonder zijn of zullen worden.
Met elke schermaanraking verlangen ze
dat er tegen hen gezegd zal worden:
‘jij bent heel waardevol!
Wat zie je er fantastisch uit!
Wat ben jij slim!
De wereld heeft mensen zoals jij nodig!’

.

En iedereen geeft elkaar complimenten
omdat ze deze zelf graag terug willen krijgen.
‘Ik aai jou, nu moet je ook terug aaien hoor!’
Dit veroorzaakt een wereld met hunkerende mensen,
eenzaam, een beetje zielig,
kijkend naar het schermpje of er nog een waardering te scoren valt.
Hongerend naar een beetje aandacht
schuimen ze het internet af
en hopen dat het vandaag zal gebeuren.
Dat ene wonder waarop ze al zolang wachten.
Die ene bevrijding die misschien bij de volgende schermaanraking tevoorschijn zal komen.

.

Het is deze wat sneue achtergrond
die velen aan sociale netwerken gekluisterd houden.
Ze behoren tot de aandachtssekte.
Het gaat niet om privacy.
Het gaat niet om misbruik
of verhandeling van jouw gegevens.
Nee, het gaat om een beetje aandacht,
van wie dan ook,
al is het van een logaritme,
beter een compliment van wiskundige berekening
dan niet opgemerkt worden.

.

Dat is de lege werkelijkheid
die velen in een vacuüm van zelf gekozen gevangenschap houdt.

,

(c) Theije Twijnstra