Egoïstische mensen veranderen heel langzaam.
Zo langzaam dat wij het waarschijnlijk niet zullen meemaken.
Hoe om te gaan met hen?
Dat kan alleen als we begrijpen wat egoïsme in de kern is.

.

Egoïsme is een ontwikkelingsstadium.
In deze fase is de mens alleen op zijn eigen veiligheid en daaruit voortkomende voordelen gericht.
Dit is een intrinsiek gegeven dat aan de buitenkant gemaskeerd kan worden
maar wat even daaronder in alle volheid aanwezig is.

.

Egoïsme lijkt verkeerd als we het vergelijken met anderen die dit stadium al achter zich hebben gelaten.
Alleen we komen niet verder als we de wereld blijven indelen in goede en slechte mensen,
in nemende en gevende personen.
Als we kunnen erkennen dat egoïsme een groeistadium is,
kunnen we ons standpunt opnieuw innemen.

.

Onze invloed op dit egoïsme is klein,
de ander zal er niet door veranderen.
Wij zullen ons blijven ergeren,
de ander zal verder verharden
en wij zijn niet meer onszelf
maar in strijd met de ander.

.

Als we echter kunnen accepteren
dat egoïsme een bewustzijnsfase is
waar we allemaal doorheen gaan of zijn gegaan,
dan kunnen we ons veel beter richten op ons eigen actuele stadium.

.

Hoe kunnen we meer onszelf worden?
Ons minder van anderen aantrekken,
of ze nu egoïstisch zijn of niet?
In welk stadium bevinden we ons nu?

.

Dit is een veel effectievere benadering.
We verlaten ons patroon de ander te bekritiseren
en inventariseren ons eigen groeistadium.
Wanneer we sterk reageren op een egoïstisch iemand
moeten we ook nog iets van dat egoïsme in onszelf hebben.
Waar kunnen we nog onafhankelijker worden door ons eigen egoïsme aan te pakken
zodat we ten volle in ons eigen stadium kunnen zijn?

.

Door er op deze manier mee bezig te zijn,
verlaten we de egoïst
waardoor deze alleen nog met soortgenoten te maken zal krijgen
en wij veel meer met anderen
die zich in ons groeistadium bevinden.
De beste plaats om de eigen koers nog dieper en krachtiger te kunnen waarmaken.

.

(c) Theije Twijnstra

‘Wie ben jij?’ zei de oude schrijver.
‘Ik heb je nooit eerder gezien en toch kijk je me aan alsof je me heel goed kent en begrijpt.’
‘Ik ben de dood,’ zei het meisje.
‘Ach,’ zei de schrijver, ‘dat had ik nooit gedacht. De dood als een klein meisje.’
‘Ik kom je helpen,’ zei het meisje.
‘Waarmee?’ zei de schrijver.
‘Met het verhaal.’
De schrijver schrok.
‘Natuurlijk, ik moest nog wat doen, maar kon niet meer op het idee komen.
Het mooiste verhaal. Wat is jouw idee? Vertel me. Waarover zal ik schrijven?’
Het meisje boog zich naar hem toe en fluisterde hem iets in het oor.
‘Is dat alles?’ vroeg de schrijver, ‘hoef ik alleen maar…’
Ze maande hem met haar hand.
‘Stil,’ zei ze, ‘niet meer praten, niet meer denken, niet meer ordenen.
Schrijven’

.

Uit: Maar eerst zullen we kinderen zijn, blz. 48
(c) Theije Twijnstra

In alles wat ons gebeurt,
hebben we een aandeel.
Hoe graag we het meestal ook anders zien
en vooral willen ontkennen dat dit zo is.
.

Maar altijd kunnen we zelf duidelijker zijn, eerlijker, openhartiger.
Altijd kunnen we leren directer te zijn,
ons minder aanpassend te gedragen en meer onszelf laten zien.

.

Meestal is ons aandeel echter veel groter dan dit.
Misverstanden stapelen zich snel op doordat wij het laten versloffen:
‘ach, dat zal zo’n vaart niet lopen.’
Maar dat doet het vaak wel.
Het gevolg: ruzie, onenigheid, verwarring, gedoe.

.

In alle gebeurtenissen waarmee we te maken hebben,
hebben we een aandeel .
Dit te erkennen opent de mogelijkheid
dit eigen aandeel te leren kennen en te veranderen
in een grotere betrokkenheid enerzijds
en een grotere afstand anderzijds.

.

Het is ongebruikelijk het eigen aandeel te willen opsporen.
We leven in een wereld waarin juist de ander als eerste het verwijt krijgt
en alles wat buiten ons is het meest schuldig wordt bevonden.

.

Maar op zoek te gaan naar het eigen aandeel bij alles wat je overkomt,
zal je steeds onafhankelijker maken.
Het is niet eenvoudig om te beoefenen
want je eerste neigingen gaan altijd in de richting van de ander die ‘het gedaan heeft’.

.

Daarom vanaf nu de eerste vraag die je jezelf stelt:
wat heb ik wel of niet gedaan waardoor dit kon gebeuren?
Deze houding vraagt de moed om eerlijk te zijn.
Misschien is het antwoord:
ik was te lui, ik wist het wel
maar hoopte op een goede afloop.
Of: ik was te laf er iets van te zeggen.

.

Wat het ook is,
dat je zult tegenkomen als antwoord,
neem het ter harte.
Wen je aan jezelf als eerst te onderzoeken en verantwoordelijk te maken.
Beleef de vrijheid die je dit per keer zal brengen.

.

(c) Theije Twijnstra

Toen ze Eelco met zijn stekelige kop zag werd ze meteen verliefd.
Ze zag niet dat hij bang was en wegkroop toen ze op hem afkwam.
Daar was ze te veel te nuchter voor.
Ze zag alleen maar dat hij voor haar boog en vond hem uiterst galant.
Een echte heer.
Ze hoorde niet dat hij stotterde toen hij na lang aandringen haar vraag durfde te beantwoorden.
Daar was ze veel te vastberaden voor.
Ze hoorde gevoel en bescheidenheid en een tikje verlegenheid.
Maar daar hield ze juist van.
Ze merkte niet dat hij steeds dieper onder een hoge hoop bladeren ging zitten.
Te bang om haar onder ogen te komen.
Ze vatte dit op als een uitnodiging om bij hem te komen en geen tijd te verliezen met vaag geneuzel.
Direct aanpakken.
Dat sprak haar aan.
Zo was ze zelf ook altijd geweest.

.

Uit: Maar eerst zullen we kinderen zijn.
(c) Theije Twijnstra

De illusie ermee weg te kunnen komen
omdat je niet direct gesnapt of gestraft wordt,
is even oud als de mens zich bewust is van zijn bestaan.

.

Lange tijd bestond een toeziend en alziend oog
in de vorm van een bijgeloof en later van een religieus systeem,
maar nu dit kosmische bewakingssysteem meer en meer afkalft
voelen velen zich ‘bevrijd’ van dogma’s en andere kaders
en wordt de gedachte versterkt dat een ieder straffeloos zijn verlangens kan uitleven.

.

Dit is een ernstige misvatting,
maar zolang het tegendeel blijkt
heb ik met mijn ideeën geen schijn van kans
en blijven mijn woorden machteloos.
Ik kan niemand overtuigen van wat dan ook
als ik niet voldoende argumenten heb verzameld.
Argumenten die qua logica en samenhang zo overtuigend zijn
dat zelfs de meest concrete omstandigheden
erdoor aan het wankelen kunnen worden gebracht.

.

Maar wat moet ik beginnen tegen een materialistisch wereldbeeld?
Wat moet ik met mijn woorden uitrichten tegenover de graaiende mens
die schijnbaar ongestraft zijn egoïstische en nietsontziende leefstijl voortzet?
Wat moet ik stellen tegenover degene die zegt
dat je maar één leven hebt
en dat je er dan ook het beste van moet maken,
wat daar ook onder wordt verstaan?

.

Er is veel wat ik niet kan zeggen
of ik beland in een strijd en die zijn er al genoeg.
Daarom bestaat mijn leven tot nu toe vooral uit zwijgen,
verdergaan met mijn onderzoek
en geduldig wachten tot de vragen opduiken,
een verlangen tot willen weten is gewekt.

.

Maar zelfs dan blijft het afwachten
of het om een werkelijk verlangen gaat
of een oprisping vanuit een tijdelijke nieuwsgierigheid.

.

De wereld komt mij voor als een eenzame plaats.
Ik zie vooral verloren, verdwaalde en naar aandacht hunkerende mensen.
Maar dit stadium betekent nog niet
dat men al iets wil weten.

.

Wie echt wil weten
wil doordringen tot zijn bestaan,
hij verlaat degene die hij was.
Hij is de pasgeborene die straalt
en zich alles aanrekent.
Hij is de verantwoordelijke
en weet dat hij alleen is.

.

(c) Theije Twijnstra

Wie geestelijk wil vrijkomen moet de zwaartekracht van het onbewustzijn overwinnen.
Dit vraagt een diep vertrouwen,
een niet aflatende veerkracht en een sterk verlangen
zich in geestelijke zin te ontwikkelen.
Zonder deze inzet, deze moeite,
deze voortdurende inspanning lukt het niet om deze ‘natuurlijke’ tegenkracht te overwinnen.
Maar het is ook dankzij deze tegenkracht
dat onze strijd door ons gekend kan worden.
Anders zou het nooit zo scherp en diep tot ons door kunnen dringen.
Alleen door elke keer opnieuw te kiezen om door te gaan,
om niet op te geven,
om na iedere teleurstelling weer op te veren
en na iedere tegenslag toch weer overeind te krabbelen,
alleen door deze niet aflatende houding
verzamelen we het nodige verlangen om meer bewust te willen worden.
.

Uit: Blijmoed, blz. 33.
(c) Theije Twijnstra

Niemand kan u zeggen wie u bent.
Dat kunt u alleen zelf.
Niemand kan u helpen gelukkig te worden.
Ook dat kunt u alleen zelf.
Voer deze methode dan ook volkomen alleen uit.
Alleen zo zult u uw werkelijke motieven weer kunnen terugvinden.
Deze methode maakt duidelijk hoe u uw levensontwerp kunt vinden
zodat u vanuit een duidelijker startpunt uw visie op het leven kunt bijstellen.
Net zo scherp als u zichzelf kunt en wilt beleven.
Deze methode legt de relatie bloot tussen uw innerlijke mogelijkheden en uw levensgeluk.
Maar ook de relatie tussen de verstoring die heeft plaatsgevonden en de moeilijkheden die u in uw leven ontmoet.
En eveneens de relatie tussen de reorganisatie die u kunt uitvoeren en de vrijheid die u dan zult vinden.
De som van deze onderlinge invloeden resulteert in de beleving van de logica van uw leven.

.

Uit: Diep in in, blz. 21
(c) Theije Twijnstra

Wanneer je in korte tijd veel mensen spreekt,
wordt je getroffen door de vele uitleenlopende omstandigheden
waarin een ieder zich bevindt.
Elk persoon is in een wereld terechtgekomen
waarin hij zich geplaatst voelt voor vele beslissingen en invloeden.

.

Zo hoorde ik van een jong stel van in de twintig
die elkaar een paar jaar kenden
toen er plotseling iets ingrijpends voorviel.
Onderweg naar haar werk viel ze plotseling van haar fiets
en wel zo ongelukkig dat de artsen naderhand verklaarden
nog nooit zulke gevolgen te hebben meegemaakt
naar aanleiding van een val van een fiets.

.

In ieder geval belandt ze op haar hoofd
en raakt vanaf dat moment in een comateuze toestand.
Ze wordt verzorgd in een speciale instelling
en hij bezoekt haar zo vaak als mogelijk,
zijn geweten houdt hem met haar verbonden,
ondanks de reacties van sommigen die haar hebben ‘afgeschreven’.

.

Verschillende elementen komen bij elkaar;
de gezonde partner is nog jong,
hij heeft ‘zijn hele leven nog voor zich’,
wat maar een idee is,
want ook hij kan op elk moment door iets onverwachts getroffen worden.
Zij kan ‘niets’ meer,
maar ook dit is betrekkelijk,
want hoeveel is de waarde van een glimlach
of een traan of een kneepje in de hand
van iemand die tot heel weinig in staat is?

.

Wat kunnen we als buitenstaanders weten?
Vaak is onze beoordeling gekruid met eigen angsten, ervaringen, persoonlijke zwakheden.
En wat dragen we bij als we dit levensverhaal alleen als zielig benoemen,
als onrechtvaardig en wreedaardig beoordelen?
Hoe droevig, zwaar en onbegrijpelijk het leven zich ook kan tonen,
er is geen omstandigheid of deze heeft met de persoon die het betreft te maken.
De verbinding tussen lot en persoon is altijd uiterst individueel
en alleen door degene die het beleeft, te achterhalen.
De houding van buitenstaanders versterkt vaak de zwakke zijde van de gebeurtenis:
dit had nooit moeten gebeuren.
Maar als we ons afvragen:
welke krachten worden nu gevraagd naar voren te komen?
Dan verlaten we de automatische meelijwekkende interpretatie van het gebeuren
en kunnen samen met de ander
op zoek gaan naar een bredere
en diepere betekenis
dan alleen in te gaan op de uiterlijke gevolgkant.
Die heeft zich voltrokken.
Dat is een voldongen feit.
Onze reactie op dit gegeven is dit echter niet,
die moet nog helemaal ontwikkeld worden, rijpen,
van zijn eerste patroonmatige reacties worden ontdaan
om daarna te kunnen ontdekken
dat er altijd meer  is
dan wat het uiterlijke leven ons als beeld laat zien.

.

(c) Theije Twijnstra

Het is stil in de kamer.
De baby heeft haar nog niet opgemerkt.
Deze moeder zegt niets.
Ze gaat zo stil mogelijk zitten omdat ze zijn concentratie niet wil verstoren.
Ook deze moeder zou heel graag de aandacht van haar baby ontvangen.
Ook zij wil ‘t liefst dat de baby naar haar lacht, op haar reageert, maar ze houdt zich in.
Ze beheerst zich.
Ze vindt dit moment belangrijker dan haar verlangen, omdat ze voelt dat dit een heel bijzonder moment is.
Dit moment is van hem.
Daar mag ze niet aan komen, dat mag ze niet verstoren.
Ze voelt dat ze van iets heel kostbaars en bijzonders getuige is.
Iets wat ze alleen nog maar bij baby’s tegenkomt: iemand die nog helemaal zichzelf is.

.

Uit: Blijmoed, blz. 29.
(c) Theije Twijnstra

Wat is goede hulp?
Wanneer help je iemand echt
en wanneer handel je uit medelijden
en noemt dit helpen?
Kun je een ander wel helpen?

.

Rond het thema helpen is veel onduidelijkheid,
veel patroonmatig gedrag
waardoor er niet echt geholpen wordt
omdat zowel de geholpene als de helper
niet veranderen maar onveranderlijk door blijven gaan in hun opgebouwde routines.

.

Effectieve hulp begint bij de motivatie waarom je helpt.
Help je vanuit medelijden,
dan doe je zowel jezelf als de ander tekort.
Je helpt om van dat medelijden af te komen,
maar medelijden is op zich al een vorm van onbewustzijn,
een invulling vanuit je vooroordeel,
want wat weet je immers van de ander
en zijn werkelijke verhaal?
Je medelijden laat vooral weten:
ik vind dat de ander het net zo goed moet hebben als ik
en zolang dat niet zo is,
heb ik medelijden.

.

Medelijden en egoïsme behoren tot dezelfde emotionele familie.
Helpen vanuit medelijden is jezelf geruststellen,
jezelf van dit medelijden proberen te verlossen.
Er zal daardoor niets veranderen,
noch bij de ander, noch bij jou.

.

Hoe dan wel?
Effectieve hulp begint bij het verlangen jezelf beter te willen kennen.
Onder alle omstandigheden is dat je motief:
ik wil weten uit welke bron ik denk, voel, handel.
Ook als ik een ander help.
Wie zo helpt,
leert onder het helpen zichzelf beter te doorgronden.
Hij ontdekt tot waar zijn motivatie reikt
en waar deze in opoffering overgaat.
Of in medelijden.
Of in een te veel van jezelf vragen.
Hij ontdekt ook hoe goed hij naar dit signaal op dat moment kan luisteren.
Stop ik als ik moe word?
Hou ik ermee op als ik geen motivatie meer voel om door te gaan?
Dit zijn belangrijke tekenen waarop we onszelf kunnen leren kennen,
zo ook dankzij de hulp die we geven.

.

Wie hulp niet tot onderdeel van zelfkennis wil maken,
blijft verwachtingen scheppen
en daarmee teleurstellingen veroorzaken.
Hij zal hopen dat de ander dankzij zijn hulp zal veranderen,
terwijl het daar niet om gaat.
Het gaat er om of hij zelf verandert,
niet de ander.
Dát is de verantwoordelijkheid van de ander.

.

De beste hulp is een voorbeeld te zijn in eigenheid.
Ook in je hulp.
Het is in deze eigenheid,
deze ontwikkeling die je beleeft terwijl je een ander helpt,
dat je hulp licht blijft van toon,
neutraal blijft van commentaar.
Goede hulp bestaat uit het besef
dat het alleen de vorm is die via de ander verloopt
en dat het altijd de inhoud is die alleen via jezelf kan gaan.

.

(c) Theije Twijnstra