Vraag

.

Als je deze ervaring beleeft, hoe kun je dan toch zo positief mogelijk het leven blijven zien?

.

Antwoord

.

Elke vorm van emotionele aanraking laat ons zien waar we kunnen groeien.
Wanneer we ons een volkomen geestelijk gezond mens voorstellen, dan ervaart deze het leven als een studie die hem fascineert. Deze houding brengt elke vorm van woede, machteloosheid, verdriet, teleurstelling of welke emotie er ook speelt, binnen het kader van een onderzoek waaruit nieuwe kennis te filteren is. Deze mentale staat is bijzonder sterk en onafhankelijk zonder in te boeten in compassie met anderen. Dit is dus de richting waarin we ons dienen te ontwikkelen.
Nu is het vaak nog heel anders en raken we van slag door de invloed van de maatschappij en de gedragingingen en reacties van anderen. We worden erdoor geraakt omdat we nog zoveel raakpunten hebben waarop we geraakt kunnen worden. Deze raakpunten zijn het gevolg van onze beschermingen. Overal waar we denken onszelf te moeten beschermen, brengen we verschansingen aan. Het zijn mentale ’schilden’ waarachter we ons veilig wanen.
Zo kunnen we bijvoorbeeld denken: als we elke dag mediteren zullen we wel sterker worden, weerbaarder.
Maar als we dan ineens toch geraakt worden alsof we nog nooit gemediteerd hebben en nog niets aan mentale weerbaarheid hebben veroverd, dan kunnen we extra verdrietig of teleurgesteld zijn. We doen immers zo ons best?
Met het mediteren bouwden we echter onderbewust ook een schild op waarachter we ons ‘veilig’ dachten. Veiliger dan hen die niet mediteren, die zich niet geestelijk willen ontwikkelen. En juist in die gedachtengang sluimert het gevaar. Schilden ontstaan door verwachtingen en verlangens. Door inschattingen en beelden.
De aanraakpunten wijzen ons waar we nog overbodigheden met ons meedragen.

.

Ondanks of dankzij

.

Beter is het deze aanraakpunten als pijlen te zien, die weliswaar pijn doen maar vanaf dat punt op twee manieren kunnen worden begrepen. Ze doen pijn ondanks alle inzet en dan kiezen we voor het behoud van de opgebouwde schilden.
Of ze doen pijn juist ómdat we mediteren en willen groeien en nu in staat zijn deze pijn als genezend te kunnen opmerken. Omdat we nu kunnen begrijpen hoe het gif van de verwachting en het verlangen nog steeds in ons aanwezg is en dat dankzij deze pijn we nu weten waar we kunnen beginnen.
In de verte ligt voor ieder mens een geestelijke bevrijding. Daar is hij vrij van invloeden en teleurstellingen. Dit beeld en dit verlangen voelt een ieder vanuit de diepte van zijn wezen. We zullen er echter alleen kunnen komen als we elke pijn, elke aanraking, elk verdriet, tot ons nemen als pijlen die ons aanwijzen waar we nog sterker kunnen worden, dichterbij kunnen komen bij die verre bevrijding.
We zijn ons eigen laboratorium, onze eigen universiteit, onze eigen werkplaats.
En elke inslag spreekt zijn eigen verhaal: ‘Daar kan het steviger, daar zelfstandiger, daar eerlijke, daar moediger, daar geestelijker, daar vrijer.’
Elke pijl wordt in liefde op ons afgevuurd. Dat ze uit de maatschappij komt die deze benadering meestal niet ondersteunt, die het liefst al het geestelijke ontkent of belachelijk maakt, doet niets af aan de aanraking die het bij ons geeft.
Het is in de aanraking dat óns verhaal begint.
Onze pijn is de stuwing tot een verandering. En het steeds sterker wordende besluit om levend en verend van elke pijnlijke aanraking een nieuw medicijn of een verandering te willen maken.
Ga dus bij jezelf na welke beelden en verwachtingen je kwetsbaar maken voor aanrakingen.
Het is altijd daar waar we onszelf groter maken dan we innerlijk zijn, dat we geraakt kunnen worden.
Zo kan elke pijl ons ook op deze manier terugbrengen naar onze werkelijke grootte en vrijheid.