Vraag

 

Hoe herken je het punt dat je moet loslaten of moet doorzetten? Bijv. op mijn werk ervaar ik veel vastgeroestheid, bedrijfsbreed vastzitten in oude uitgewerkte patronen en procedures, weinig tot geen inzet om hierin duurzaam verder te willen komen.
Dit patroon en mijn reactie hierop komt terug op meerdere vlakken in mijn leven.
Wanneer weet ik nu dat ik dit moet loslaten en iets anders moet gaan doen of nog moet doorzetten in mijn onderzoek naar mijn reactie hierop?

Alvast bedankt voor je antwoord. Ik voel mij, en ben jou en het werk, heel dankbaar voor deze mogelijkheid.

.

Antwoord

 

Het punt waarop je het beste kunt loslaten, manifesteert zich via een aantal eigenschappen.
Deze zijn ondermeer aan het onderstaande te herkennen:

1. Je doet geen ontdekkingen meer.
2. Je ervaart geen nieuwe energie als je ermee bezig bent.
3. De lichtheid en het speelse zijn al een tijdje verdwenen.
4. Hoe je ook je best doet, het wordt steeds moeilijker gemotiveerd te blijven.
5. Kortom, er is geen voeding meer vanuit het innerlijk, enkel nog het denken en volhouden vanuit een verstandelijke of uiterlijke houding.

Wanneer je meerdere van deze eigenschappen herkent, is het goed om los te laten.
Maar omdat je niet voor niets in de huidige omstandigheden verkeert en deze altijd informatie bevatten voor onze groei, dient loslaten hier gezien te worden als: veranderen van huidige benaderingswijze. Deze benaderingswijze werkt niet meer, ze geeft geen informatie meer, een andere invalshoek is noodzakelijk geworden.
De volgende vraag is dan ook: welke weg nu te gaan?
De beste stap om dan te zetten, is om er een periode niet meer mee bezig te zijn. Noch in gedachten, noch in reactie. Met deze stilte (of heel actief bezig met iets heel anders) wordt bereikt dat je niet ongewild in het oude patroon blijft hangen. Wanneer je direct naar een andere benaderingswijze zou willen omschakelen, is de kans groot dat het oude patroon zich aanpast aan de nieuwe vorm waardoor het uiterlijk weliswaar anders lijkt, maar er in wezen niets gewijzigd is.
Om dit te voorkomen is het goed de tijd te nemen om dit oude patroon uit je weg te laten gaan. Het te laten sterven aan zichzelf doordat jij er niet meer actief mee bezig bent.
Een tweede voordeel van deze tussentijd is dat je de tijd neemt om te zien welke volgende en meer actuele invalshoek zich zal aandienen. Dit aandienen gebeurt vanzelf als dit ‘niemandsland’ op de juiste (dit is op een ontspannen en op afrondende wijze) wordt beleefd.
Wat komt er dan op je af? Welke nieuwe ideeën, inzichten, verbanden worden dan zichtbaar?
Wanneer je het oude hebt losgelaten, verandert je bereik en kwaliteit van opmerken.
Dit vermogen wordt groter en intenser. Hierdoor kan een meer omvattend levensgebied opgevangen worden en daarna gerealiseerd worden. Een nieuwe benadering is geboren. Wanneer dit gebeurt kun je deze handreiking van het leven ondersteunen met je actieve inzet.

 

De cadans van de groei

 

Je inzetten en weer loslaten zijn te vergelijken met de inademing en de uitademing. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is door deze afwisseling van actie en ontspanning dat de ontwikkeling van de mens het best gedijt. Zonder deze cadans loopt elke ontwikkeling het grote risico in een dood patroon te veranderen. Immers, alleen maar doorgaan en doorgaan in het doorzetten lijdt tot forcering, dogmatisme, eenzijdigheid, enzovoort.
En een blinde voortzetting van het loslaten lijdt tot apathie, onverschilligheid, luiheid, geestelijke dood.
Alleen de voortdurende afwisseling geeft elke vorm van groei de prikkeling de gegane weg die vaak zo vertrouwd en daardoor veilig lijkt, te verlaten, en de nieuwe weg, die vaak zo onbekend, gevaarlijk en onzeker maakt, tegemoet te gaan.
Wanneer we deze ‘ademhaling’ blijven volgen en steeds vrijmoediger durven toe te passen, zullen we merken dat ook de omstandigheden zich in een andere verschijningsvorm en in een meer levende en natuurlijke houding zullen gaan ontwikkelen. Alsof ook zij ‘lucht krijgen’ en lijken te gaan ‘ademen’. We hebben ze de ruimte gegeven om ons op een hele positieve manier te kunnen verrassen.

 

Theije Twijnstra