Vraag

 

Kan een huisdier een aandoening/ziekte ‘overnemen’ van de mens?
Is bij een huisdier ook een voorbestemd levenspad aanwezig wat betreft aandoeningen, of wanneer zijn leven hoort te eindigen?

.

Antwoord

  

De overdracht van aandoeningen en ziekten van mens op dier hangt samen met twee factoren.
In de eerste plaats is er de band met het dier. Een dier geeft zich helemaal, dat is zijn natuur. Hij geeft zich helemaal aan zijn lot, aan de mens, aan de wetten waarbinnen hij verblijft. Het is vanuit dit gegeven dat een dier een ‘dienend’ wezen is. Dienend aan de natuur, en wanneer het een huisdier of ander getemd dier is, dienend aan de mens. Dit is met name heel duidelijk merkbaar bij de hoger ontwikkelde diersoorten zoals de hond en het paard.
Zij zijn het gelukkigst binnen een ‘taak’.Toch zal er altijd een onbereikbaar iets zijn in dit dier waardoor een volledige mentale versmelting tussen mens en dier niet plaats kan vinden en het dier daardoor altijd iets onvoorspelbaars behoudt.
Is de band tussen mens en dier sterk, dan is de kans op overdracht groot. Want ook hierin dient het dier. Hij wil ‘helpen’ dragen, of het nu om verdriet gaat, frustraties, eenzaamheid of kwalen.

 

Gefokte dieren

 

Een tweede factor is de genetische achtergrond van het dier. Wanneer het bijvoorbeeld een rashond is, dan worden door de mentale band die het dier met de mens heeft, zijn zwakke biologische eigenschappen gactiveerd. Dieren met een kweekachtergrond, gefokt met een bepaald kenmerk voor ogen, worden naarmate dit menselijke ideaal wordt genaderd, als dier steeds zwakker en vatbaarder. Zwakke gewrichten en verminderde vitaliteit zijn daar voorbeelden van. Via de emotionele band met de mens worden deze verborgen gebreken geactiveerd.
Alle ziekten bij het dier zijn afkomstig van de mens. Zwakke of jonge dieren in de natuur zijn als eerste een prooi voor hun natuurlijke belagers, zodat de natuur zichzelf voortdurend sterk en gezond houdt. Alle dierziekten zijn en blijven ontstaan doordat de mens het dier op een onnatuurlijke manier wil voeden, kweken of commercieel wil inzetten.

 

Levensplan dier

 

Het dier volgt zijn natuur en het evolutionaire plan waarbinnen het verblijft. Wat de mens het dier ook aandoet, de bedoeling van het dierlijke leven blijft onaangetast omdat er geen ’schuld’ wordt opgebouwd door het dier zelf. Alleen door de mens die hem dit aandoet. Hierdoor ontstaat er geen vertraging in zijn evolutie.
Dat een dier gemarteld, misbruikt en ziek gevoerd wordt, hoort weliswaar niet bij zijn levensplan, maar verstoort dit evenmin. Wat het dier ook overkomt, het gaat onverminderd verder in zijn ontwikkeling. Ziekten en aandoeningen horen ook niet bij zijn levensplan, maar hebben er evenmin effect op.
Zelfs het ‘uitsterven’ van soorten hoort hij het normale patroon van de evolutie. Het is de mens die denkt dat dit niet zou moeten gebeuren. Hij vergeet echter dat er in werkelijkheid niets kan sterven, enkel van vorm verandert. Niets is gevarieerder en veranderlijker van vorm dan de wereld van de natuur. De ultieme uitwerking van haar dienende karakter.

 

Theije Twijnstra