Vraag

 

Na jarenlang meegegaan te zijn in andermans ideeën, energie, behoeftes etc, kan ik dit langzaam loslaten.
Vanaf mijn 42 ste ben ik gaan onderzoeken in mezelf, de psychologie, energiewerk, bewustzijn, lichaamswerk, kortom alles wat invloed heeft op lichaam en geest en ben daar nog steeds mee bezig. Een oneindig gebied en zeer interessant.
Wat ik niet helder heb is wat ik hier kom doen op aarde en of daar een baan aan vastzit?
Ik heb inmiddels een paar jaar mondjesmaat bij de reguliere hulpverlening gewerkt en dat is het niet, weet ik diep van binnen.
Ik heb het steeds vaker erg naar mijn zin met mezelf en mensen en gezin om me heen, daar ben ik erg dankbaar voor en heb ook het gevoel dat ik nog iets mag doen hier op aarde, maar wat???

.

 Antwoord

 

Voor het vinden van een antwoord op deze vraag, zal het verlangen omgebogen moeten worden van anderen willen helpen naar jezelf willen kennen.
Om vrij te kunnen komen van het verlangen anderen te willen helpen, hen tegemoet te komen, hen van dienst te willen zijn, enzovoort, is het noodzakelijk in te zien dat dit verlangen verbonden is met het idee dat we een ander zouden kunnen helpen. De werkelijkheid is echter dat we een ander pas kunnen begrijpen (iets anders dan kunnen helpen) als we eerst onszelf ten diepste hebben aanvaard. En dan vooral in onze beperkingen en in onze onverwerktheden, in onze tekortkomingen en in onze frustraties. Zolang we op zoek zijn naar een maatschappelijke vorm waarin ons verlangen zijn concretisering kan beleven, leggen we het zwaartepunt bij het effect en het resultaat.
Zodra we echter ons op de kern richten van ons verlangen: ons uit te willen drukken naar ons wezen, dan zullen we ook een natuurlijk verlangen ontwikkelen om eerst dit wezenlijke van al het onwezenlijke en aangekleefde te willen ontdoen.
Onszelf ontdoen van het vele dat niet (meer) bij ons hoort, betekent dat we alles kunnen gebruiken wat ons overkomt. Elke teleurstelling, elke pijn, elke eenzaamheid, elke vergeefsheid of welke emotie het ook is, het is bruikbaar als middel om jezelf van het overbodige te ontdoen.
Het is namelijk precies daar (in onze overbodigheden) dat we geraakt, teleurgesteld en gefrustreerd kunnen worden. Ook de twijfel, het niet kunnen beslissen, het blijven ‘hangen’ en niet doorzetten, niet vol ervoor durven kiezen, al dit soort ervaringen wijzen naar overbodigheden die gekend moeten worden. Zolang we ‘reageren’ zijn we er nog niet.

 

Die gekke stilte

Pas als de stilte komt, die vreemde, gekke vrede, pas als de natuur in alle toonaarden tegen je spreekt, pas als je geen angst meer voelt, noch voor ziekte, noch voor dood of armoe, noch voor kritiek of andere mening, pas dan begint het heel voorzichtig…
Het is daar waar de weg vrij wordt en een persoonlijke vorm heel natuurlijk en vanzelf te voorschijn kan komen.
De opdracht is hier dan ook: richt je niet op de vormgeving van je verlangen, maar op zijn bron. Wie ben ik? Wat heb ik verwerkt? Welke nieuwe (alternatieve) ideeën heb ik verzameld als vervanging van eerdere, meer reguliere begrippen? Wat blijft er van mij over als er niemand meer is?
In de eerlijke ontmoeting met onszelf komen we veel tegen wat we daarvoor op vele manieren hebben ontkend, verworpen of hebben omgesmeed tot meer ‘interessantere’ gedachten. In de opruiming van al deze facetten, gelaagd als ze zijn (want zodra we denken er weer eentje te hebben opgeruimd, merken we na verloop van tijd dat er weer een laag onder zit die minstens zo taai is als de vorige), ontstaat op den duur een helderheid en een lichtheid die als vanzelf naar een eigen vormgeving leidt. En dan gebeurt het met de goede energie, de goede verbinding en het beste resultaat.
Aanvaarding van deze weg, steeds weer beginnend bij de opschoning van onszelf, zal ons precies daar brengen waar we volgens ons levensplan behoren te zijn.
Niet wij hoeven onze taak of opdracht te vinden, het enige wat telt is: zijn we zichtbaar en wezenlijk genoeg om gevonden te kunnen worden?