Vraag

 

Bij ons in de straat zijn gezonde bomen gekapt. Grote, mooie bomen.
En dat alleen omdat sommige mensen er last van hadden in de zin van rommel in het voorjaar en in de herfst.
Wat doet het met de mensen die dit soort werk moeten uitvoeren?

.

Antwoord

 

Een ieder die een levensvorm doodt, voelt een bepaalde weerstand, een tegenwrijving. Het is de aanraking van het geweten.
Om deze gewetensaanraking te kunnen pareren zal de betreffende mens het meestal ontkennen door te verklaren dat het hem niets doet. Vaak zal hij het wegredeneren.
Afhankelijk van de weerstand van de levensvorm (een worm vecht weliswaar voor zijn leven als de visser hem aan de haak prikt, maar hij maakt geen geluid) zal dit wegredeneren groter en sterker moeten zijn. Zo zal een houthakker een andere weerstand moeten overwinnen dan een dierenslachter.
Het sterkst is deze tegenwrijving te beleven als de ene mens de andere doodt. Een arts die een euthanasie gaat uitvoeren zal daarom bijna altijd heimelijk hopen dat zijn patient voor de afgesproken datum al op natuurlijke wijze zal zijn overleden. Geen enkele arts kijkt er naar uit.
Dit gevoel van ‘in te gaan tegen de bedoeling van het leven’ komt voort uit het gegeven dat de mens geen schepper is van het leven. Hij is niet in staat een boom te maken. Zeker, hij kan ze kweken, maar daarmee maakt hij alleen maar gebruik van wat er al is. Hij heeft de eik of de berk niet uitgevonden of bedacht.
Geen enkele levensvorm heeft de mens uitgevonden. Alles wat hij zich toe-eigent, is niet van hem. Hij gaat daarmee tegen de meest primiaire levenswet in: als het niet van jou is, blijf er dan vanaf. En als je er dan toch aan moet komen, besef dan dat jij niet de schepper bent geweest van dat leven en dat je je dus op een terrein begeeft waarop dieven en moordenaars zich ook bevinden als je dat terrein niet met de juiste mentaliteit betreedt.

Begrijp daarom welke houding je moet innemen mocht er een dier gedood moeten worden, een boom gekapt moeten worden: heb ontzag voor deze levensvorm. Alleen door deze houding in te nemen, werkelijk doorleefd respect, ga je op de goede manier om met dit gegeven.

Nu is het meestal zo dat het tegendeel van respect naar voren komt: houthakkers gaan ruw, met veel motorisch geweld en gehaast te werk, slachters zijn productiemedewerkers van de dood, honderden, duizenden dieren maken ze in korte tijd af. Vele artsen voelen zich onder druk gezet een euthanasie uit te voeren omdat meer en meer mensen daarom vragen. Leuk vinden ze het geen van alleen.

Zonder respect en ontzag voor het leven doodt de mens zichzelf. Ze doden hun waardigheid, want door hun gevoelsleven te negeren en te ontkennen, verharden ze de onverschilligheid in hun innerlijk. Ze doden niet alleen de bomen of de dieren, ze doden hun openheid en hun vriendelijkheid, hun eerbied en hun voorkomendheid, hun eenvoud en hun natuurlijkheid. Ze doden hun gevoelsleven dat hen waarschuwt. Maar het meest doden zij het contact met hun eigen oorsprong en daarmee met de verbinding met het leven zelf.
Hij die zo doet, doodt het waarschuwende, richtinggevende, intuïtieve en moreel verheffende in zichzelf.

Daarom zou een houthakker bijvoorbeeld opgeleid moeten worden met begrip en kennis van de werkelijke betekenis van zijn werk. Hij zou een tijdje als verpleger moeten werken bij mensen die bijna geen longcapaciteit meer hebben. Hij zou hun strijd om een beetje zuurstof van zeer nabij moeten meemaken. Adem, zuurstof, ruimte, hout, wat geeft de boom allemaal niet! Vanuit dit besef zou hij met veel meer eerbied en ontzag zijn werk kunnen doen. En daarmee een levend voorbeeld zijn voor een ieder die hem aan het werk zal zien.

Theije Twijnstra