Vraag

 

Deze tekst kwam ik tegen op een website van een bedrijf. Ze maken op het eerste gezicht een leuke vergelijking met de natuur en het bedrijfsleven, maar toch klopt het niet naar mijn gevoel.

Expansion, increase, increment. That is how Wikipedia describes growth.
Philosopher Bas Haring once very clearly explained how we can look at growth. He used the forest as a metaphor. In a forest, tall and small trees compete for light, water and nutrients. Tall trees have an advantage here. They reach higher and catch more light. Their roots dig deeper and therefore they reach deeper water and nutrients. For a small tree, this is no reason not to grow. Staying behind means less light, less water and fewer nutrients. A combination that eventually will mean the end of the small tree. Simply because the other trees do grow and in the end they will claim all sources.

Het voelt als een te eenzijdige vergelijking. Is deze groei te vergelijken met de groei van een bedrijf?

Waarom is de wereld (en zijn bedrijven) altijd zo gefocust op deze eenzijdige, niet duurzame groei, vaak alleen voor groei van marktaandeel, omzet, winst, mensen etc.?

.

Antwoord

 

Het bedrijfsleven vergelijkt zichzelf graag met de natuur. De natuur heeft immers altijd gelijk? Zo wordt het biologische gegeven van ‘het recht van de sterkste’ graag door de commercie geadopteerd omdat hiermee vele, op zich menselijke eigenschappen als hebzucht en macht, gerechtvaardigd kunnen worden.
Echter, het bedrijfsleven wordt door het menselijke denken geleid, de natuur door haar wetten.
Wanneer een dier een ander dier verslindt, dan stopt het als het genoeg gegeten heeft. Vergelijk dit ‘natuurlijke genoeg’ eens met de ongebreidelde kap van regenwouden, de overbevissing, de massaliteit van de bio-industrie om maar een paar spontaan opkomende bedrijfstakken te noemen.
De grote bomen in bovenstaand voorbeeld volgen hun natuur en zijn op geen enkele manier bezig de kleinere soortgenoten dwars te ‘bomen’, iets wat in het bedrijfsleven vaak tot het ’spel’ behoort. De hier gebruikte vergelijking gaat dus niet op en wordt enkel gebruikt om ‘cosmetische’ redenen.
Wat de tweede vraag betreft: Iedere onderneming is op zich een neutraal gegeven. Maar ook een uitvergroting van de mensen die het bedrijf tot uitdrukking brengen. En dan vooral een uitvergroting van menselijke eigenschappen. Veel mensen zijn sterk op het materiële van het bestaan gericht. Hun doel is om dit bestaan zoveel mogelijk te beheersen, onder hun controle te brengen zodat elke vorm van angst of onzekerheid daarmee geëlimineerd kan worden. Geld en macht zijn hierbij twee dominante gereedschappen om deze staat van ‘veiligheid’ te kunnen realiseren. Het is vanuit deze achtergrond dat de focus van veel bedrijven gericht is op zelfbelang, zelfbehoud en zelfverruiming. Dat hiermee anderen tekort wordt gedaan, wordt wel gezien, maar niet als hun verantwoordelijkheid gevoeld. Deze vorm van ondernemen begint meer en meer terrein te verliezen ten opzichte van het meer eigentijdse en toekomstige ondernemen dat veel meer op samenwerking, solidariteit en duurzaamheid is gericht. En daarmee op een verantwoordelijkheid die verder gaat dan de belangen van de eigen bedrijfsvoering.
Naarmate de mens bewuster wordt van zijn plaats in het geheel, zal hij ook als ondernemer dit bewustzijn meer en meer willen vormgeven. Zo kunnen we aan de aard van het huidige bedrijfsleven aflezen waar we ons als beschaving nu bevinden.

Theije Twijnstra