Vraag 1

Beste Theije,

Graag wil ik een verdiepingsvraag hierover stellen. Ik heb via internet deze donoractie een klein beetje gevolgd. Kan je aangeven wat de gevolgen zijn die nu voor velen onbekend zijn. Alvast bedankt.

.

Antwoord

 

Lichaam en geest vormen een hechte eenheid. Eigenlijk moet ik zeggen: geest en lichaam want het is de geest die het lichaam bezielt en aanstuurt en daarom de touwtjes in handen heeft.
Zelfs als men geheel verlamd is, blijft het de geest die in deze fysieke gevangenis kiest of hij wil verkommeren of door middel van een enkele oogbeweging communcieert, ja zelfs ervoor kiest boeken te schrijven.
De invloed van de geest op het lichaam wordt beter voorstelbaar wanneer we het beeld van een sporter nemen. Het is door zijn training van jaren dat zijn bezieling zich precies daar in zijn lichaam gaat ontwikkelen waar hij het wil. Bij een hardloper ligt de bezieling dus vooral in de benen, bij een bokser in zijn armen en handen. Eveneens kunnen we de werking van de geest heel goed waarnemen bij obesitas of anorexia. Het lichaam volgt slechts wat de geest hem dicteert.
Onze organen kunnen we niet dicteren, maar ze zijn wel doorademd en doordrenkt met ons karakter, ons bewustzijn, onze emoties. Wanneer we nu ‘na’ onze dood (in werkelijkheid worden de organen uit een technisch levend lichaam genomen) onze organen afstaan, dan is het heel waarschijnlijk dat de ontvanger qua geestelijke inhoud niet met ons overeenkomt. Hoe vaak komen we immers iemand tegen waarmee we ons intens verwant voelen?
Wanneer deze persoon bewuster is dan wij, dan zal hij via onze organen onze mentale eigenschappen gaan voelen. Wanneer we iemand waren vol twijfels, zorgen, somberheden en alle daarbij horende reacties in de vorm van alcoholgebruik, verslaving, enz. dan zal deze bewuste (en dus gevoeliger) persoon dit merken. Als de ontvangen organen tenminste niet spontaan door zijn lichaam worden afgestoten. Hij zal al deze (voor hem oneigenlijke) karaktereigenschappen en gedragingen in zichzelf aanwezig voelen. Alsof er een ander in hem woont. Letterlijk is dat ook zo. Dit zal tot zijn dood zo blijven.
Als de ontvanger een lager bewustzijn heeft, dan zal hij de geestelijke meerwaarde van de donor niet opmerken. Zijn bewustzijn is daar eenvoudig niet toe in staat. Voor de schenker van organen gebeurt er echter wel iets: deze wordt medeverantwoordelijk voor wat de donorontvanger in zijn verdere leven doet. Wanneer deze een naar karakter heeft, mensen agressief behandelt, beliegt en bedriegt of nog ergere dingen doet, dan zal de donorschenker dit in geestelijke zin ook worden aangerekend. En hij zal dit dus ook weer goed te maken hebben.
Het geven van organen kan een grote zegen zijn wanneer je weet aan wie je je organen afstaat. Dit kan bij leven bijvoorbeeld aan je kind zijn. Of een broer aan zijn zus. Voor beiden is dit dan een groot geschenk en de uitdrukking van een diepe geestelijke band.
Het klakkeloos weggeven ‘omdat je toch al dood bent en er dan niets meer aan hebt’ is als geschenk (naast de eerder genoemde bezwaren) een onbezield gebaar. 
Het geven van organen is een persoonlijke keuze waar niemand anders over kan oordelen. Binnen het perspectief van een materialistische levenshouding is het echter goed te beseffen welke geestelijke consequenties ermee verbonden zijn opdat deze keuze met des te groter bewustzijn kan worden genomen.

Vraag 2

Als je een donor-orgaan krijgt, heeft dit niet een behoorlijke invloed op je eigen bestemmingsplan in je leven?

.

Antwoord

 

Onze levensbestemming voltrekt zich via de ervaringen die voor onze groei van belang zijn.
Wanneer we dus het verlangen hebben het ontvangen van organen mee te maken, dan zullen we die ervaringen voor onze groei ook inzetten.
Voor de een zullen deze ontvangen organen goed uitwerken omdat ze qua bewustzijn nog grotendeels in het fysieke bestaan vertoeven, terwijl voor de ander het geheel anders zal uitwerken.
Daar zullen bijvoorbeeld in fysieke zin complicaties voorkomen of in geestelijke zin vreemde, oneigenlijke gevoelens en gedragingen.
Belangrijk is altijd om zorgvuldig over dit soort ingrijpende zaken na te denken en te achterhalen of het een diep geworteld verlangen is of een oppervlakkig, modieus ‘erbij horen’.

Theije Twijnstra