Wanneer doe je te veel?

.

Als je er geen plezier meer in hebt.

.

Maar dan doe je dus een heleboel dingen te veel?
Er zijn zo veel dingen die gewoon moeten,
of je het nu leuk vindt of niet.
Dit lijkt me een onhaalbare voorwaarde en verre van reëel.

.

Dit lijkt zo omdat het hebben van plezier in wat je doet
een zeldzaam iets is geworden.
We zijn het verlies van dit,
in wezen noodzakelijke plezier,
zo gewoon gaan vinden
dat we het een absurd idee vinden
om het als een voorwaarde te zien.
Dit maakt duidelijk hoe ingeburgerd
het begrip ‘moeten’ is geworden.
En hoe uitzonderlijk het begrip plezier eigenlijk is.
Plezier is een exclusiviteit geworden
dat je opwekt met pillen of drank,
of door allerlei ingrepen laat ‘ontstaan’.
Maar al dit kunstmatige plezier is zonder spontaniteit,
zonder vrijheid en natuurlijkheid.

.

Maar wat bedoel je met plezier in dit geval?
Je zegt: zolang je iets met plezier doet,
doe je niet te veel.
Zodra het plezier verdwijnt,
zou je eigenlijk moeten ophouden.

.i

Dat lijkt abnormaal in een maatschappij die draait op regels,
afspraken, doelstellingen, verwachtingen en verlangens.
En toch is het hebben van plezier in wat je doet
de maatstaf dat je het juiste doet.
Plezier kun je ook vertalen met:
energie opwekken met je aandacht,
met je verbondenheid bij wat je doet.
Zodra deze energie-opwekking stopt
omdat je de aandacht niet meer kunt opbrengen
die je er aan wilt geven,
en je gaat toch door,
neemt de energietoevoer af
om daarna in energie-afname over te gaan.
Wie doorgaat terwijl het plezier er niet meer is,
put zichzelf uit.
Hij wekt geen energie meer op voor zichzelf
maar laat dit nu wegstromen.
Dit wegstromen van energie gaat heel hard,
het is vergelijkbaar met een dijkdoorbraak.
Stel, iemand is bezig met een kast te maken.
Hij werkt er met plezier aan.
Je hoort hem erbij fluiten.
Uren is hij geconcentreerd met dit werk bezig.
Dan neemt zijn concentratie af.
Hij begint fouten te maken.
De maatvoering gaat niet meer goed.
De vermoeidheid slaat toe.
Maar hij denkt:
als ik nu even doorwerk is de kast vanavond al klaar.
Dat zal een verrassing zijn.
Hij gaat weer verder.
Even gloeit de energietoevoer op
om daarna direct weer af te nemen.
Er ontstaan meer fouten.
Hij bezeert zichzelf,
eigenlijk zijn er nu allerlei aanwijzingen
dat het beter is om direct te stoppen.
Maar hij doet het niet.
Waarom niet?
Waarom gaat hij toch door?
Omdat hij de kast wil afmaken.
Hij wil zijn vriendin verrassen.
Dat is toch leuk!
Maar hij maakt steeds meer fouten.
Bovendien merkt hij dat hij niet meer met plezier bezig is.
Wat is het nog meer waarom hij doorgaat?

.

Omdat het dan af is.

.

Omdat hij in een ander motief is terechtgekomen.
Eerst was hij gericht op het maken van de kast.
Alles ging goed.
Maar nu dit spontane plezier verdwenen is,
is een ander motief naar voren gekomen.
Het motief van zijn ego.
Hij wil graag zijn vriendin verrassen
door sneller klaar te zijn dan ze verwacht had.

.

Maar dan doet hij dit toch voor zijn vriendin?

.

Hij doet het schijnbaar voor haar
maar in wezen voor zichzelf.
Hij krijgt dan van haar complimenten,
aandacht, ze zal hem prijzen.
Daarom gaat hij langer door.
Maar omdat het een egocentrisch motief is,
oneigenlijk in relatie tot zijn eerlijke, spontane motief,
trekt dit motief zijn energie weg.
Hij put zichzelf uit
omdat hij niet meer verbonden is
met dat wat hem eerst nog energie gaf.

.

Maar het is onmogelijk zo te leven!
Er zijn zo veel dingen die moeten.
Je moet boodschappen doen,
of je moet ze online bestellen,
maar dan nog moet je ze wel uitzoeken en betalen,
je moet je kinderen naar school brengen,
je moet werken, belasting betalen,
deadlines halen, afspraken nakomen.

.

Dat is het systeem waarin velen leven.
Ze komen niet meer aan energie-opwekking toe
en laven zich aan troost, afleiding.
Maar ook die geven geen energie,
alleen een korte vergetelheid.

.

Maar hoe kun je dit plezier weer terugkrijgen in je leven?
Is dat mogelijk?

.

Door te beginnen waar je nog vrij bent in je keuze.
Meestal dus op privégebied
en in je eigen vrije tijd.
Wanneer je iets doet,
let er dan op dat je ophoudt
zodra je merkt dat je plezier afneemt.

.

Ook als je bijna klaar bent?

.

Juist dan is het belangrijk te kunnen stoppen.

.

Waarom?

.

Omdat je werkelijke aandacht belangrijker vindt
dan het resultaat,
dan de beloning of wat anderen ervan vinden.
Meestal gaat men echter door.
Ze vinden dat de tuin er netjes uit moet zien.
Maar omdat ze vaak geen zin hebben in tuinwerk,
doen ze het snel om er vanaf te zijn.
Deze aandacht is de aandacht van de buitenkant,
de presentatie.
Er gaat geen verbondenheid met de tuin vanuit.
Veel tuinen worden zo gemaakt
dat er weinig onderhoud voor nodig is.
De natuurlijke ruimte om het huis wordt ontkend
door de kwaliteit van de aandacht
die men er nog voor overheeft.
Wie deze levenshouding onafgebroken toepast,
verliest het plezier in zijn leven.

.

Dus beginnen in je vrije tijd?

.

Ja, en dan ophouden zodra je merkt
dat je er niet meer ten volle bij bent.
Wanneer je dit leert toepassen,
zul je met de goede energie het werk beëindigen
en voldoende energie overhouden voor een andere activiteit.
Bovendien zul je door deze afronding
een goede herinnering aan het werk overhouden.
Deze herinnering zorgt ervoor
dat je je in gedachten al weer voorbereidt
op de volgende verbinding met dit werk.
Wanneer je dan de volgende keer verder gaat,
stroomt de energie je weer tegemoet.
Je hebt plezier in je werk,
en door je goede aandacht wordt het werk goed gedaan.
Wie de eenheid tussen aandacht, energie en resultaat
leert opmerken en steeds vaker beoefent,
zal het ook naar andere delen van zijn leven willen verplaatsen.
Zo dijt deze levenshouding uit
en zul je erachter komen dat echte aandacht,
gericht op het werk en op niets anders dan dat,
een ongelooflijk sterke en vernieuwende levensenergie
aan je dag zal schenken.

.

(c) Theije Twijnstra