Het begint me steeds meer op te breken
dat ik altijd aardig wil zijn.
Ik wil inwendig steeds minder aardig zijn.
Dit wringt.
Ik zie mezelf aardig doen
maar ik voel me helemaal niet aardig.
Ik krijg hierdoor een hekel aan mezelf.
Is er een manier om dit om te gooien?

.

Wat zou u graag willen?

.

Dat ik aardig ben als ik me aardig voel
en dat als ik me niet zo voel,
niet per se aardig, maar gewoon zoals ik me voel,
dat ik dat dan ook kan zeggen.

.

Wat houdt u nu tegen om het te zeggen?

.

Dat ik niet aardig gevonden zal worden.
Ik dacht eerst altijd dat ik niemand wilde kwetsen,
maar nu ben ik zo ver dat ik erken dat ik waardering zoek.

.

Waarom wilt u waardering hebben?

.

Omdat het fijn voelt.
Dat je gewenst bent.
Dat je iets toevoegt. Zoiets.
Iedereen wil volgens mij gewaardeerd worden.
Het is een soort eerste levensbehoefte, dunkt me.

.

Maar iedereen heeft daar een eigen reden voor.
Wat is uw reden?

.

Ik denk onzekerheid.

.

Waarover voelt u zich onzeker?

.

Ik kan een heleboel bedenken.
Over mijn uiterlijk voel ik me onzeker,
over mijn bekwaamheid,
over mijn uitstraling,
ik wil op vele fronten een gevoel hebben
dat ik het goed doe.
Als iemand tegen mij zegt:
wat doe je dit leuk!
Of: wat zie je dat toch scherp!
Of: wat zie je er goed uit!,
dan zijn dat oppeppers die me heel goed doen.
Maar het omgekeerde doet me daarentegen veel pijn.
Voel je je wel goed?
Je ziet er zo moe uit.
Gaat het goed met je?
Zal ik dit even voor je doen?
Dat raakt me dan ook weer heel erg.

.

Maar dat is toch ook vriendelijkheid?

.

Maar zo indirect.
Juist het indirecte raakt me zo.

.

Zowel uw aardig doen,
indirect als het is,
en het aardig doen tegen u,
verhullend vaak,
storen u.

.

Ja, enorm.
Ik wil er vanaf.
Ook als mensen goed bedoelend toch kwetsend overkomen.
Hoe kan ik dit veranderen?

.

Door aan uw onzekerheden te werken.
Ze zijn de bron van uw inspanningen aardig gevonden te willen worden.
Onzekerheid betekent angst, gevaar.
Om deze gevoelens te dempen zoekt u veiligheid bij anderen.

.

Ik zou graag zekerder willen worden.

.

Onzekerheden zijn kansen onszelf beter te leren kennen.
Laten we een onzekerheid er uitnemen.
Welke kiest u?

.

Dat ik niet zeker weet of ik wel goed genoeg ben.

.

Goed genoeg?

.

Ja, als mens.
Als partner. Als vriendin. Als moeder.
Ik denk altijd: dit had ik ook nog kunnen doen.
Het is nooit genoeg van mezelf.

.

Wie beoordeelt u?

.

Hoe bedoelt u?

.

Wie zegt dat het niet genoeg is?

.

Dat ben ik.

.

Dat bent u.
Maar het is ook verbonden met een andere energie
die dit gevoel steeds activeert in u.
Wie was of is in uw leven een kritisch persoon?
Iemand die alles heel goed wil doen,
veel kritiek op zichzelf heeft maar ook op de omgeving?

.

Dat is mijn vader.

.

Is hij onzeker?

.

Integendeel.
Hij leeft niet meer,
maar hij wist heel goed wat hij wilde.
Mijn moeder was meer zoals ik nu.

.

Hoe was de band met uw vader?

.

Ik hield veel van hem.
Maar ik heb altijd het gevoel gehad
dat hij zich niet kon uitdrukken.
Eigenlijk deed ik nooit iets goed in zijn ogen.

.

Hoe was uw reactie daarop?

.

Door nog meer mijn best te doen
om wel goedkeuring van hem te krijgen.

.

Hoe was uw relatie met uw moeder?

.

Die vind ik lief maar zwak.
Ze luisterde als een slaaf naar mijn vader.
Ik vond dat ergerlijk.
Maar eigenlijk deed ik hetzelfde, dacht ik later.
Ook ik probeerde in de gunst te komen van mijn vader.

.

Van beide ouders kan er een activerende werking uitgaan
op uw huidige gedrag.
U heeft van nature een vriendelijke,
behulpzame en coöperatieve aard.
Maar dit betekent niet dat u zich door iedereen moet laten gebruiken.
Uw moeder activeert uw gedrag
doordat ze via het onderdanige haar levensstrategie
dacht te hebben gevonden.
Van uw vader heeft u het kritische als levenshouding overgenomen
om uzelf voortdurend op uw tekortkomingen te wijzen
en u daardoor onzeker te voelen.
Ga met beide ouders in gesprek.

.

Pardon? Mijn vader is overleden.
Mijn moeder is dementerend.
Helaas is dat niet meer mogelijk.

,

Ik bedoel met in gesprek gaan:
ga in gedachten met beiden een dialoog aan.
Niet tegelijk maar begin eerst bij de een en daarna de ander.
Zie uw moeder of uw vader zo duidelijk mogelijk voor u.
Alsof deze voor u zit.
In de goede jaren van hun leven.
U ziet zichzelf daar ook zitten.
U kijkt uw ouder aan.
Dan gaat u spreken.
U zegt wat in u opkomt.
Maar u spreekt wel vanuit een volwassen perspectief.
Een bepaalde kracht die zowel het gedrag van uw vader
als dat van uw moeder ontstijgt.
Alsof zij uw kinderen zijn.
Zo benadert u hen.
U bent geen kritische ouder.
Geen ouder die vol zelfmedelijden is,
maar een sterke, eerlijke, authentieke persoon.
U zegt hen wat u hen altijd had willen zeggen.
U doet deze oefening regelmatig.
Tot u merkt dat er iets in uw relatie met anderen verandert.
Tot u merkt dat u vrijer wordt.
Minder onzeker.
Minder vatbaar voor kritiek, opmerkingen.
Zodra u dat merkt richt u zich op de actueel aanwezige mensen
vanuit dezelfde krachtige houding.

.

Dat durf ik nooit.

.

Zo kunt het nu voelen.
Daarom begint u met uw ouders.
In gedachten.
In de veiligheid van uzelf.

.

Ik kan me niet voorstellen dat dit zou kunnen werken.
Daarvoor ben ik te onzeker, te angstig.

.

Alleen wanneer u deze kritische houding tegenover uzelf
durft te wijzigen,
zult u ertoe in staat zijn.
Ik reik u een mogelijkheid aan.
Het beste wat u kunt doen is het uitproberen.
Het slechtste wat u kunt doen
is blijven waar u niet wilt blijven.
Neem uw tijd en beslis voor uzelf.
In werkelijkheid is er niemand die u in de weg staat.

,.


(c) Theije Twijnstra

Laat een reactie achter