Ik maak me zorgen over mijn jongste zoon.

.

Hoe oud is hij?

.

Veertien.

.

Waarom maakt u zich zorgen?

.

Hij is zo stil.
Dat was hij nooit.
Altijd vrolijk, een beetje wild soms, echt jongensachtig.
Ik had veel schik in hem.
Veel lachen.
Mijn man vindt dat ik hem te veel verwen.
En nu vindt hij dat ik me te veel zorgen maak.
Hoe kan ik erachter komen dat er niets is?
Dat ik me alleen maar druk maak over niks?

.

Sinds wanneer is hij stiller geworden?

.

Nog niet zo heel lang.
Een paar maanden misschien.

.

Hoe reageert hij als u vraagt hoe het met hem is?

.

Zoals hij altijd doet: ‘goed! Hoezo?’
‘Nou omdat je veel stiller bent geworden,’ zeg ik dan.
‘Dat lijkt zo,’ zegt hij dan.
Maar het is wel zo.
Je hoort zulke afschuwelijke verhalen
over kinderen die gepest worden,
gelokt worden door pedofielen,
gechanteerd worden.
Hoe weet ik dat er niets met hem aan de hand is?

.

Dat weet u niet.
Uw kind bevindt zich op het snijvlak van de volwassenheid.
Dit is een heel turbulente tijd om het gedrag van uw kind in te schatten.
Er kan iets met hem zijn dat hij liever voor zichzelf houdt.

.

Zoals?

.

Dat hij ontdekt dat hij op jongens valt bijvoorbeeld.
Dat is een verwarrend gevoel op die leeftijd.

.

Denk u dat het dat is?

.

Ik geef alleen een voorbeeld van wat er aan de hand zou kunnen zijn.
Hoe gaat het op school?

.

Daar gaat alles als normaal.
Hij spijbelt niet.
Hij is alert en attent volgens zijn leraar.
Maar ook dat vind ik verdacht.

.

Waarom?

.

Omdat hij op de basisschool en in de brugklas altijd een gangmaker was.
Hij zorgde eerder voor veel onrust en chaos
dan dat hij alert en attent was.
Ik zie dat als maskerend gedrag.

.

De belangrijkste periode van de opvoeding,
de tijd waarop u de meeste invloed heeft,
bevindt zich in de eerste levensperiode.
Daarna begint de buitenwereld invloed uit te oefenen
die vanaf groep drie definitief toeslaat.
Dit vooral door de invloed van leeftijdgenootjes.
Wanneer u in de beginperiode
uw waarden en inzichten hebt doorgegeven aan uw kind
dan heeft u gedaan wat u kon doen.
Het is heel moeilijk om in de pubertijd invloed uit te oefenen
als er geen basis is gelegd in de begintijd.
Wat heeft u aan uw kind meegegeven in die tijd?

.

Wat iedere ouder doet.

.

En dat is?

.

Ja, gewoon. aandacht geven, op tijd naar bed, spelletjes doen,
het gezellig hebben met elkaar.

.

En heeft u ook met hem gepraat?

.

Ja natuurlijk.

.

Over alles?

.

Alles. Dat is niet mogelijk.
Het is een kind.
Je past je aan.
Nee, zeker niet over alles.

.

Waarover dan zeker niet?

.

Over de dood.
Moord. Verkrachting. Alle ellende.
Die heb ik zo veel mogelijk buiten beeld gehouden.

.

Waarom?

.

Omdat ik hem niet bang wilde maken.
Ik vind dit nogal domme vragen.
Het is toch logisch dat je met een klein kind
niet over de verschrikkingen van de wereld praat?

.

Niet als losstaand onderwerp,
maar als het ter sprake komt is het goed hierbij aan te sluiten.
Uw zorgen van nu liggen in het verlengde
van hoe u toen op uw kind reageerde.

.

Hoe dan?

.

Het gaat er niet om, om een kind met angst
en verschrikkingen te confronteren.
Waar het wel om gaat
is dat men het leven zoals dat een gezin binnenkomt
via de buitenwereld, dat daar met elkaar over gesproken wordt.

.

Moet je met kleine kinderen over het nieuws praten?

.

Het gaat om wat van buitenaf doordringt
tot de beschermde wereld van het gezin.
Je kunt het gezin zien als een geïsoleerde omgeving
ten opzichte van de brutale buitenwereld,
maar je kunt het gezin ook zien als een oefenplaats voor later.
Kinderen merken heel veel op.
Ze beginnen er niet altijd over.
Ouders kunnen met elkaar over de buitenwereld praten.
Niet op de veroordelende manier
maar op een onderzoekende manier.

.

Onderzoekende manier?
Wat verwacht u van mij?
En van mijn man trouwens ook?
Daar heb ik helemaal de tijd niet voor.
Ik kom thuis, het is al laat. Snel eten klaarmaken,
mijn man komt thuis,
kinderen zijn druk of moeten nog worden opgehaald,
in welke eeuw leeft u eigenlijk?

.

In de uwe.
Maar er is ook een andere tijd die van alle tijden is.
Dat is de tijd van de aandacht.
Dat is de tijd van het onderzoek.
Wanneer u en uw man over iets praten
dat op dat moment speelt en veel losmaakt in de maatschappij,
dan merkt u vanzelf hoe uw kinderen daarop aanhaken of niet.
Door er zelf over te beginnen opent u het onderzoek.
Als uw kinderen op deze manier van jongs af aan
leren mee te denken over zichzelf en de wereld waarin ze leven,
zult u wanneer ze ouder zijn zich minder zorgen maken.
U heeft immers hun gedachten en reacties zien ontwikkelen?

.

Kan dit nog steeds?

.

Het is nooit te laat.
Maar laat eerst uw bezorgdheid achter u
omdat anders te geforceerd bent in uw benadering.

.

Maar ik bén bezorgd!

.

Bent u bezorgd of verliest u de controle?

.

Ik weet het niet meer.
Ik had gedacht helderheid bij u te vinden
maar ik voel me beroerder dan toen ik kwam.

.

.

Is het te laat?

.

Dat bepaalt u. Zolang u zich bezorgd maakt,
zegt u eigenlijk tegen uw kind:
ik vertrouw je niet.
Ik denk dat het slecht met je gaat.
Alleen ik kan je redden.

.

Dag zeg ik niet!

.

U beleeft het zo.
Maar met die houding duwt u uw kind weg.
Kom eerst zelf tot rust.
Schenk hem het vertrouwen van zijn zelfvoorzienendheid
en wacht op een natuurlijk moment
om met hem over de wereld buiten te praten.
Ga niet rechtstreeks naar zijn binnenwereld.
Als hij dat wil, gaat het vanzelf in die richting.
Dat is wat u nu het beste kunt doen.
Zowel voor uzelf als voor uw kind.

.

(c) Theije Twijnstra