Ik voel dat ik niet lang meer te gaan heb.
Ik heb een goed leven gehad.
Heb er vrede mee.
Tenminste, dat dacht ik.
Totdat ik een half jaar terug last kreeg van nachtmerries.
Zo beleefde ik ze.
De wereld om me heen
is al een aantal jaren aan het wegebben.
Mijn gehoor laat me meer en meer in de steek.
Mijn zicht was al slecht maar daar is nu bijna niets meer van over.
Gek genoeg kan ik het goed verdragen.
Het helpt me bij het achterlaten van de wereld.
Als je bijna niets meer kunt,
word je vanzelf een waarnemer.
Als je nog goede ogen hebt tenminste.
Maar omdat die me ook in de steek gelaten hebben,
rest me niets anders dan een goedmoedige aanwezige te zijn
die met korte, duidelijke zinnen
zo goed mogelijk op de hoogte wordt gehouden
van wat er zich in zijn directe omgeving afspeelt.
‘Dat is Ricky!’ roept dan iemand,
wijzend op een foto.
‘Alweer acht!’
Zo sukkelde ik langzaam naar het einde
totdat de nachtmerries begonnen.
Deze brengen me van streek,
steeds weer op een andere manier,
maar elke nacht keer ik terug naar de tijd dat ik soldaat was.
Ik heb toen op een missie iemand doodgeschoten.
Een kind nog.
Ik behoorde zelf niet tot de frontjongens.
Mijn werk was ondersteunend.
Vaak had ik wel bewapening.
Misschien kwam het doordat ik na de opleiding
nooit meer had geschoten of wilde schieten
dat het toch gebeurde.
Ik bedoel, een ervaren soldaat had waarschijnlijk niet geschoten
en heel anders gereageerd.
Maar ik wel.
En tot op de dag van vandaag weet ik niet waarom ik het deed.
Ik zag ineens dat gezicht en schoot.
Er bleek geen enkel gevaar te zijn.
Volkomen zinloos.
Ik was alleen bang en in paniek door het onverwachte.
Het gezicht van die jongen,
na al die jaren,
keert nu elke nacht terug.
En elke keer komt hij dichterbij.
Alsof de rollen omgedraaid zijn.
Alsof hij nu de soldaat is
en ik die jongen in het donker.
Kan ik hier van afkomen of blijft dit?
Medicijnen helpen niet.
Mijn dokter zegt dat ik maar en paar borreltjes moet nemen voor het slapen.
Maar daarmee wordt het alleen maar erger.
Eerst ben ik buiten westen, maar middenin de nacht
staat daar die jongen naast mijn bed.
Per keer wordt het erger.
Het lijkt wel een geest die op me wacht.
Wat kan ik hieraan doen?

.

U kunt beginnen hem om vergeving te vragen.
U was ten slotte nog een kind toen u soldaat werd.
Heeft u dat al geprobeerd?

.

Vergeving?
Hij lacht naar me.
Vriendelijk bijna.
Maar dan ineens stormt hij op me af en wordt hij heel kwaadaardig.
Vergeving?
Hoe doe ik dat?

.

Zeg dat u hem niet had moeten doden.
Dat u dat verkeerd heeft gedaan.
Vraag of hij u wil vergeven.

.

Ik ben niet gelovig,
maar sinds deze nachtmerries bid ik iedere nacht.
Moet ik tegen hem praten?

.

Ja.

.

Hardop?

.

Wat u wilt.
In gedachten is ook goed.
Als u maar voelt dat u brouw heeft.
Heeft u dat?

.

Ik ben bang.
Iedere nacht die schrik.
Wanneer houdt het op?

.

Kunt u berouw voelen over wat u heeft gedaan?

.
Daarvoor was je soldaat.
Ook al was ik geen frorntsoldaat,
als ik moet schieten, doe ik dat.
Ik heb er nooit spijt van gehad.
Het was gewoon.
Iedereen deed het.
Je praatte er ook niet over.
Mijn hele leven heb ik er geen last van gehad.
Maar nu ik bijna dood ben,
komt het in alle hevigheid terug.

.

Als u geen berouw voelt, zal het doorgaan.
Velen worden aan het einde van hun leven helderziend.
De uiterlijke zintuigen worden minder,
de gevoelszintuigen worden scherper.
U zult er niet van afkomen tenzij u inziet
dat u iemand het leven heeft ontnomen.
U heeft uw leven beleefd.
Deze jongen had ook een leven willen beleven.
U heeft dit verhinderd.
Daarom is hij boos .
Hij neemt u dit kwalijk.
Daarom zoekt hij u op.
Hij wacht tot u dood bent gegaan.

.

En dan?

.

Dan kan hij u echt bereiken.

.

U maakt me alleen maar angstiger.
Wat heb ik aan uw hulp?
Nu ben ik nog verder van huis.

.

Tenzij u inziet dat u een verkeerde keuze hebt gemaakt
door hem neer te schieten.

.

Ik voel het niet.
Ik deed mijn plicht

.

Dan begrijp dat dit de natuurlijke uitkomst is van uw keuze destijds.
Aanvaard dit en laat het over u komen.
Of durf te erkennen dat u fout was en toon uw berouw.
Het is aan u.
Ook nu weer.

.

(c) Theije Twijnstra

Laat een reactie achter