Wie zichzelf niet kent, kent niets.
Want alles wat hij kent,
komt uit dat wat hij niet kent.
Wat hij kent is onbekend
omdat hijzelf de onbekende is.

.

Wie zichzelf niet kent,
kan niet liefhebben.
Want wat hij liefheeft,
komt voort uit wat hij niet kent.
Wat heeft hij anders lief
dan wat hij denkt te kennen maar niet kent?

.

Hij houdt iemand vast,
maar dat is geen liefhebben.
Hij heeft iemand nodig.
Ook dat is geen liefhebben.
Hij spreekt ervan,
hij zingt erover,
maar ook dat is geen liefhebben.
Het is alleen een bedekking
van wat daaronder ontbrekend is.

.

Wie zichzelf niet kent,
kan geen aandacht geven.
Vanwaaruit zou dit moeten komen?
Hij is met iets bezig dat hem rustig maakt,
maar dat is geen aandacht.
Hij doet iets waarmee hij geld verdient.
Ook dat is geen aandacht.
Hij geeft er veel tijd aan,
maar dat zegt nog steeds niets.
Ook een alcoholist besteedt veel tijd aan drinken
en een belegger aan futures.

.

Wie zichzelf niet kent,
kan niet opvoeden.
Hoe zou dit moeten als niemand aanwezig is?
Hij laat de onbekende in hem het werk doen.
Deze onbekende zegt:
doe het omdat ik het zeg.
Of: wees stil als ik praat.
Deze onbekende spreekt veel.
Het is een kenmerk van iemand die zichzelf niet kent.

.

Wie zichzelf niet kent,
verdwaalt voortdurend.
Er zijn velen die zichzelf niet kennen.
Er zijn velen die dwalen
en toch menen de weg te kunnen wijzen.
Daar moet je naar toe!
Zo moet je leven!
Neem het maar van mij aan.

.

Wie zichzelf niet kent,
meent ook dat dit niet nodig is.
Hij zal zeggen dat hij zichzelf al heel goed kent.
Hij zal beweren dat hij zichzelf beter kent
dan anderen die hetzelfde beweren.

.

Wie zichzelf leert kennen,
gaat weg.
Hij zoekt de stilte,
niet de strijd.
Hij zoekt de vereenvoudiging,
niet het eigen gelijk.
Hij trekt zich terug
en is onopvallend.
Waarom zou hij de aandacht opeisen
als juist door dat aandachtopeisende al zo veel gebeurt
dat zichzelf niet kent?

;

Wie zichzelf leert kennen, verdwijnt.
Vandaag nog meer dan gisteren.
En morgen weer.
Een eigen wereld ontstaat in een steeds grotere gedetailleerdheid.

.
Wie zichzelf leert kennen is nooit alleen.
Hij is bij degene die hem het best verstaat.
Samen gaan ze daar.
Degene die zichzelf leert kennen
en degene die hij daardoor steeds meer nadert.
Ze naderen elkaar en noemen dit leven.
Ze spreken elkaar en noemen dit verstaan.
Ze leggen het overbodige van zich.
Ze noemen dit schoonmaken.
Ze halen het vervormde bij elkaar weg.
Ze noemen dit ruimte maken.

.

Soms zie je het bij iemand.
Zelfs iemand die zichzelf niet kent, voelt het aan.
En houdt zich even stil.
Dat is het bijzondere van iemand die zichzelf leert kennen.
Zonder dit te willen laat hij voelen
hoe het is jezelf te leren kennen.
Eén moment waarop het duidelijk is.
Discussies verstommen,
gevechten staken.
lawaai verdampt.
Geraas verstilt.
Alleen de planten groeien door,
de leeuw rekt zich uit.
Ook de wolken gaan verder.
Waarom ook niet.
Ze kenden zich al.

.

(c) Theije Twijnstra