Alles wat we doen stelt niets voor.
Dit klinkt vervelend.
Zeker als we het gevoel hebben met iets belangrijks of interessants bezig te zijn.
Of iets vreselijks nuttigs.
Het stelt tegelijk alles voor.
Alles en niets.
Daarmee bedoel ik dat alles wat we doen binnen het alles valt.
Alles wat is.
Alles wat was.
Alles wat zal worden.
Binnen dit alles stelt het niets voor.
Maar als we dit niets met alle aandacht,
betrokkenheid en overgave tegemoet gaan terwijl we op hetzelfde moment
onze overgave en concentratie relativeren tot iets
wat in het niet valt bij dit alles,
dan zijn we in het juiste evenwicht beland.

.

Wie iets doet en hij doet het zo geconcentreerd,
zo aandachtig en met liefde dat er niets anders meer bestaat dan dat,
dan verdwijnt hij in het doen.
Hij en het doen zijn in elkaar opgegaan.
Wanneer je na dit werk in staat bent het zo achter te laten,
je er zo vrij van te maken dat het verdwijnt,
geen waarde meer heeft dan de waarde die het aan jou geeft,
laat je het gedane zich bewijzen in het alles.

.

Je laat het alleen in het alles.
Als het dan nog iets is,
een zelfstandigheid bezit,
een werking,
iets dat tegen je spreekt,
iets dat zonder dat je eraan denkt je kan verrassen,
dan heb je iets tot stand gebracht
dat binnen het alles niets voorstelt,
maar binnen jouw universum een eigen bezieldheid heeft verworven.

.

Zo te doen en te werken geeft voldoening en nalatenschap.
Wie doet en werkt om er ‘vanaf’ te zijn,
doet niets ook al werkt hij er nog zo hard
en nog zo lang aan.
Al wat hij deed en werkte was ongeïnteresseerd,
etalagedoe voor anderen
maar een eigenheid heeft hij niet veroorzaakt.

.

Veel wat gedaan wordt, mist bezieling.
Je komt het tegen in de talloze producten en diensten van deze maatschappij.
Het is gemaakt om snelle winsten te maken,
niet om iets tot stand te brengen,
het is gefabriceerd om iets te lijken
terwijl de maker heel goed wist dat het niet lang mee zal gaan.
Wie veel van deze spullen om zich heen verzamelt,
woont in een kerkhof.
Te midden van het onbezielde en onverschillige
leeft hij zijn dagen en merkt niet dat de dode dingen zijn energie afnemen,
zijn betrokkenheid verschralen,
zijn eigenheid laten verpieteren.

.
Wie doet en terwijl hij dit doet alles geeft,
brengt iets tot stand dat hem geneest,
versterkt, naar zichzelf brengt.
Wie iets doet om het daarna zo snel mogelijk achter zich te kunnen laten,
brengt alleen iets doods tot stand.
Passend binnen alle andere dode spullen die vanuit hebzucht,
ongeduld en een groot gebrek aan betrokkenheid zijn ontstaan.

.

Daarom: als je iets doet,
doe het zo dat het alles is,
ook al weet je dat het binnen het alles niets voorstelt.
Al is het werk nog zo banaal,
doe het met alle overgave en aandacht
alsof het het mooiste is wat er op dat moment te doen is.
En als je er niet tot in staat bent,
dan doe niets en doe dit niets met alle overgave en aandacht.
Wat je ook doet,
als je er alles in stopt wat je hebt,
ontmoet je de wereld die jou het meest herkent
en tot draging en richting zal zijn.

.

(c) Theije Twijnstra

Laat een reactie achter