Je moeder zet je af.
Dan kom je in een zaal.
Je bent publiek.
Een kind nog.
Je mag er ook bij.
Maar wel daar waar alle kinderen zijn.

.

Daarna mag je op een andere plaats.
Nog steeds kind maar niet meer klein.
Je begint al een beetje mee te doen.
Zeker in gedachten.
En in je dromen.

.

Je droomt ervan eens op het toneel te staan.
Dat het doek je afsluit voor de zaal.
Dat je dan door het gaatje tuurt om te kijken hoe vol de zaal is.

.

Je gaat je dromen waarmaken.
Voor zover het lukt.
Wat ervan overblijft.

.

Je concurreert.
Je wordt beter.
Er vindt onderscheid plaats.
Je mag nu in de zaal vooraan zitten.
Je hebt het verdiend.

.

Dan gebeurt eindelijk wat je al lang wou:
je mag het toneel op.
Eerst nog op de achtergrond.
Je rol is nog klein.
Je mag niets zeggen.
Alleen iets aandragen.
Maar zelfs dat kleine is spannend.
Je hoopt dat je goed zult aandragen.
Dat je de beste aandrager zult zijn sinds tijden.

.

Alles gaat goed.
Je hoort bij de groep die het applaus mag ontvangen.
De volgende rol heeft al een beetje tekst.
Niet veel en pas helemaal aan het einde maar toch,
je mag je stem laten horen.

.

Zo werk je je naar voren.
De rollen worden belangrijker,
de teksten langer,
het uiterste wordt gevraagd aan concentratie en gevoelsuitdrukking.

.

Nu ben je aan de top.
Je hebt de hoofdrol.
Je schittert.
Iedereen krijgt applaus maar jij het meest.
En bovendien is het alleen voor jou
en pas daarna voor het hele gezelschap.

.

Je geniet van je plaats,
de aandacht en het succes,
maar merkt ook dat de prijs zwaar weegt op je innerlijk.
De spanning komt niet meer tot ontspanning.
Ze bouwt zich op.
Je lijkt wel een elektriciteitscentrale.

.

Je gaat rustiger aandoen.
De hoofdrol laat je aan een ander.
Het gaat beter.
Je geniet weer.
Maar dan wordt ook deze plaats te zwaar.
Geleidelijk verdwijn je naar achter.

.

Je wordt ouder.
Het geheugen faalt,
teksten worden met trucs en techniek ondersteund,
maar de meewarigheid maakt plaats voor medelijden.
En daarna voor ergernis.

.

Je wordt overbodig.
Het is beter dat je de eer aan jezelf houdt.
Je stopt.
Je vindt het mooi geweest.
Het afscheidsbetoon is overweldigend.
Je krijgt zelfs nog een prijs.
Je bent ontroerd.

.

Een poosje later merk je
dat je weer in de zaal zit.
Je kijkt maar het beeld is wazig.
Je luistert maar het geluid is vervormd.

.

Toch blijf je komen.
Tot je de spelers niet meer herkent.
Er geen reden meer is ze in de kleedkamer op te zoeken.

.

Je verlaat de zaal.
Het is stil op straat.
Vaag herinner je je dat je hier als kind werd afgezet.

.

Dan zie je in de verte je moeder.
Ze zwaait.
Je zwaait terug.
De lege straat heeft jullie beiden opgenomen.

.

(c) Theije Twijnstra

2 Reacties op “Helderdenken (68) Levensrol”

  1. louise :

    Zo is het!!Ontroerend!

  2. lia :

    Bedankt Theije!