Vergeet je kindertijd niet.
Stel dat je een ongelukkige jeugd hebt gehad.
En je wilt er niet meer aan denken.
Je wilt nu leven,
nu genieten,
maar ondertussen jaagt deze verbannen kindertijd
je op en wordt al dit genieten geforceerd,
te krampachtig in zijn verlangen je jeugd te willen vergeten.

.

Een ongelukkige kindertijd is altijd gelaagd samengesteld.
Als je er op terugkijkt
dan zie de manieren die je vond
om je staande te houden.
Dan onderzoek de uren die je doorbracht
in relatieve ‘veiligheid’ of ‘geluk’.
Een kind in nood wordt vindingrijk.
Een eenzaam kind vindt altijd wel een plek
waar een dier met hem verkeert,
waar een boom hem beschutting biedt,
waar een weiland of duin hem opneemt en aanvaardt.

.

Terugkijken naar onze kindertijd
en dan gericht zijn op de wijze waarop we ondanks de omstandigheden ons wisten te redden,
geeft vele aanwijzingen voor hoe we het nu ook kunnen doen.

.

Dat kind is niet verdwenen, begraven of verbrand.
Dat kind leeft in ons en houdt zich nu stil.
Waarom zou het van zich laten horen als het genegeerd wordt?
Verbannen naar een tijd die afgesneden is
met bedachte messen en rationele hakbijlen?

.

Het kind dat we waren is er nog.
En als dit kind een gelukkig kind was,
de bescherming ervoer die het verlangde,
de liefde ontving die het kon dragen
en dit kind mist als volwassene zijn jeugd,
dan is er ook nog steeds die oproep
vanuit dezelfde kindertijd
om dezelfde omstandigheden
als verworvenheden nu in jezelf waar te maken.
Wat toen als vanzelf,
licht en stromend ging,
zul je nu als volwassene moeten bevechten en veroveren,
gram voor gram in bewuste keuzen moeten omzetten.

.

Altijd is in de kindertijd een oproep geplaatst voor onze actuele dagen.
Dit komt omdat we dit kind blijven.
Zoals we waren zo zijn we nu.
Zoals we nu zijn,
zo waren we meestal niet.
De meeste mensen worden minder
dan het kind dat ze waren.
Ze missen de fantasie,
de dromen,
de stilte,
de avond,
de geheimen die ontdekt kunnen worden.

.

Ze verloren de spontane weerklank,
ze bedachten zich,
ze sloten zich af met een verstandig wantrouwen.
In zo’n klimaat kan geen kind overleven.

.

Onze jeugd, hoe miserabel deze ook is geweest,
valt in het niet bij wat we later onszelf aandoen uit zelfbescherming.
Om ons veilig te kunnen voelen.
Maar het is een veiligheid die gevangenen ook beleven.
Een soort gehechtheid aan wat bekend is geworden.

.

Terug naar de kindertijd gaan
en deze opnieuw ontsluieren levert andere beelden op.
Maar alleen als we terug blijven gaan.
Want één keer teruggaan is te weinig.
Dat is hetzelfde als een volwassene
die vanuit een volle agenda tien minuten met zijn kind inplant.
Terug en terug en terug
en dan erachter komen dat je toch vindingrijker,
sterker en creatiever bent
dan je ooit had gedacht.

.

(c) Theije Twijnstra