De logica van het leven wordt me per dag duidelijker en inzichtelijker.
Toch kan ik er nog niet veel over meedelen,
want ook de onthulling ervan heeft haar eigen tijd en plaats,
eveneens geordend in de logica van mijn bestaan.
Maar omdat ik het niet kan laten,
toch een tip van de sluier:
de mensen die we in ons leven tegenkomen,
bieden mogelijkheden voor onze groei.
Dat is een fascinerend gegeven,
vooral als het om mensen gaat waar we het moeilijk mee hebben.

.

De logica maakt duidelijk
dat de moeilijkheid weliswaar via die persoon tot ons komt,
maar roept ons tegelijk op
niet in de val te trappen dat het door die ander wordt veroorzaakt.
Je kunt stellen dat elk mens in je leven
jou in staat stelt iets over jezelf te weten te komen
en je zo helpt je innerlijk te ontwikkelen.

.

Laten we als voorbeeld onze jeugd nemen.
Sommigen hebben een gelukkige jeugd ervaren.
Vader was altijd vrolijk en ondernemend,
moeder zong de hele dag en wist op alles raad,
kortom, één groot jeugdfeest met het hele gezin.

.

Als volwassene denkt deze persoon vaak terug aan die zo gelukkige kindertijd.
De onbezorgdheid, de lichtheid, de vele avonturen en verrassende oplossingen
van grote en kleine obstakels
zijn nog levend aanwezig in het gevoel.
Waarom denkt deze persoon daar zo vaak aan terug?
Omdat het nu heel anders is dan toen.
De partner is zwaar op de hand,
voelt zich vaak onrechtvaardig door iedereen behandeld,
de kinderen leren traag op school,
vinden alles moeilijk
en hebben voortdurend hulp nodig.
Alsof deze mens in de volmaakte tegenhanger is beland van de eigen jeugd.
Waarom?
Welke logica schuilt hierachter?

.

De kern van al het leven bestaat uit het verlangen naar groei.
De opdracht van de actuele omstandigheden voor deze persoon is dan ook:
wat kan ik hiervan leren?
Ik heb mezelf in deze positie gebracht.
Ik heb deze partner uitgekozen,
deze kinderen hebben op hun beurt ons als ouders gekozen,
wat heeft deze samenstelling voor mijn groei te beduiden?

.

Het is heel goed mogelijk dat wat in de jeugd als een levende mogelijkheid werd aangedragen,
dat deze zelfde mogelijkheid nu als bewuste keuze vanuit het individu moet worden waargemaakt,
zonder enige steun vanuit het gezin.
Integendeel,
vanuit een omgeving die op geen enkele manier in de buurt komt
van die ervaringen van toen.
Dan wordt duidelijk dat men zichzelf wil beproeven:
kan ik nu ook datzelfde beleven
wat ik vroeger in de meest gunstige omstandigheden heb meegemaakt?
Zal ik daartoe in staat zijn?
En welke krachten zal ik daarvoor moeten ontwikkelen?
De optimale activering wat eerst passief werd ondergaan
zal nu vanuit een bewuste,
dagelijkse keuze moeten worden opgebouwd.
En dat alles vanuit een diep verlangen te groeien.
Hoe mooi is de logica van het bestaan!

.

(c) Theije Twijnstra