Zolang de mens vanuit zijn aanpassing op het leven reageert,
bevindt hij zich aan de buitenkant van zichzelf.
Hij bevindt zich als het ware in de huid van zijn identiteit.
Het is daar dat hij aangeraakt kan worden,
het is daar dat hij zich leert afschermen
en het is ook in diezelfde huid
dat hij zich een nieuwe identiteit vormt;
de identiteit van de aangepaste mens.
Hoe meer hij zich aanpast,
hoe verder hij van zijn innerlijk afraakt,
hoe meer hij van de buitenwereld afhankelijk wordt.
Zijn identiteit bevindt zich vooral aan de rand van zichzelf
en het is dan ook niet meer dan logisch
dat hij vanuit deze buitenkant
het leven benadert en naar oplossingen zoekt.

.

Uit: Diep in u.
(c) Theije Twijnstra

Laat een reactie achter