Door de geperfectioneerde aanpassing aan de buitenwereld
heeft de mens zich in dezelfde volmaaktheid afgesneden van zijn innerlijke krachten.
Zolang alles volgens deze aanpassing verloopt,
heeft hij niet in de gaten hoe afhankelijk hij is geworden.
Voor zijn gevoel is hij uiterst onafhankelijk
en bepaalt hij geheel zelfstandig de manier waarop hij leeft.
Hij werkt, hij heeft een inkomen,
geniet een bepaalde status in de maatschappij,
hij heeft een gezin, doet aan sport,
kortom alles loopt volgens plan.
Pas als de moeilijkheden in zijn leven een rol gaan spelen,
komt hij erachter dat hij eigenlijk helemaal niet zo zelfstandig is.

.

Uit: Diep in u.

(c) Theije Twijnstra