Vriendjes waren ze.
Vanaf het eerste kwartier in de kleuterklas
tot aan de laatste bel op de basisschool.
De een voorop,
altijd op zoek naar de grens van het mogelijke.
Speurend naar gevaar,
loerend naar een sloot waarover geen mens was gesprongen,
op weg naar een put waarin nog niemand was afgedaald.
De ander er achteraan,
huiverend en getuigend,
hun avonturen verspreidend als een lekkende petroleumkan,
en altijd bereid het vuur van de sensatie aan te steken
en zo hoog op te porren dat zelfs de meest ongelovige
een moment van brandende twijfel beleefde.

.

Uit: Maar eerst zullen we kinderen zijn.
(c) Theije Twijnstra