Wie de dood kan loslaten, leert kijken met de ogen van het vertrouwen.
Hij vertrouwt dat er meer is dan het dode lichaam,
hij vertrouwt dat het leven en de dood bij elkaar horen
en beide even zinvol en betekenisvol zijn.
Hij vertrouwt hierop,
zoals hij er ook op vertrouwt dat het leven steeds weer terugkeert
in een bijna eindeloze reeks van groei en vervolmaking.
Wie met deze ogen van het vertrouwen kan zien,
leert dat zijn leven en alle strijd die hij daarin ondervindt,
enkel een weergave is van een werking die hem tot leven spoedt.
Hij vertrouwt op alles wat het leven hem aanbiedt,
ook de bittere pil,
ook het gif dat de andere mens in zijn beker doet,
ook de val die de ander voor hem bedenkt,
hij vertrouwt erop dat al dit een betekenis voor hem heeft
en dat hij enkel deze betekenis moet achterhalen.

.

Uit: Het Plan.
(c) Theije Twijnstra