Waarom zou ik dan moeten terugkeren?
Ik kon geen antwoord vinden, maar voelde wel dat er een beslissing in mij groeide.
Alsof deze vanuit een grote diepte in mij omhoog welde.
Ik begreep ineens dat ik per se een reden wilde vinden,
maar dat er geen reden was.
Ik moest eenvoudig gaan.
Zonder reden.
Zonder verklaring.
Zonder idee waarom.
Dat was wat met een steeds grotere stelligheid in mij naar voren kwam.
Kon ik dat?
Had ik die moed?
Werd ik op die manier op de proef gesteld?
Was deze redeloosheid misschien de voorwaarde om een diepere reden in mezelf te kunnen vinden?

.

Uit: Maar eerst zullen we kinderen zijn.

(c) Theije Twijnstra