Er wordt veel verborgen gehouden voor het publiek.
Op financieel, politiek, technologisch, biologisch, militair, medisch en andere gebieden.
Het veroorzaken van complexiteit is een strategie geworden.
Als reactie hierop neemt de roep om transparantie toe.
Maar is ook dit verlangen niet ondoorzichtig van zichzelf?
Het klinkt immers mooi: ‘transparantie,
geef ons inzicht in al die geheime rapporten.
Geef ons een idee van wat er allemaal gebeurt.
We hebben recht op informatie.
Waarom al die geheimen?
Waarom die vele lachjes op gezichtsuitdrukkingen die vertellen: ‘ik weet meer dan jij en dat vind ik hééél leuk.”

.

Transparantie is meer dan openheid.
Wikileaks en anderen doen een poging al dit verborgene openbaar te maken.
Maar wie neemt de moeite al deze duizenden pagina’s te lezen?
Dat zijn er maar een paar.
De massa is aangewezen op die paar die dit doen.
Maar zij, hoe goed bedoelend ook,
maken opnieuw een selectie uit deze duizenden pagina’s
waardoor we opnieuw met een specifieke kennis te maken krijgen en niet met alle informatie.

.

Kan transparantie wel bestaan
als onze bereidheid ons te verdiepen in wat er gebeurt
niet sterk genoeg is om daar tijd voor vrij te maken?
Zijn we niet eenvoudig te lui en te gemakzuchtig om transparantie te verdienen?
Kortom, wat is ons eigen aandeel in deze vele verborgenheden die de moderne tijd herbergt?

.

Er is een manier hieruit te komen.
Deze manier is gebaseerd op het bereik van je werkelijke interesse.
Wanneer je voldoende tijd en energie vrijmaakt
om dat wat je werkelijk interesseert te onderzoeken,
tot persoonlijke doorzichtbaarheid te maken,
ontwikkel je als gevolg van deze natuurlijke aandacht
een opmerkingskwaliteit die je ook als intuïtief vermogen
ten aanzien van al het andere, ondoorzichtige kunt inzetten.

.

Je hoeft niet alles te lezen om het echt te weten.
Waar je binnen je eigen aandachtsbereik werkt en groeit,
zal je intuïtie ten opzichte van het overige eveneens toenemen
en je van die informatie voorzien
die voor jouw groei het meest doeltreffend is.

.

(c) Theije Twijnstra