Een mens is tot meer in staat dan hij denkt.
Soms denkt hij dit uit zichzelf
maar dan klopt het meestal niet.
Dan is het vooral een verlangen tot meer in staat te zijn,
een hoop, een geforceerde positiviteit.
.

Hier wordt iets anders bedoeld:
hij is tot meer in staat in relatie tot zijn onafhankelijkheid.
Het is immers gemakkelijker te denken
dat je er niets aan kunt doen?
Dat je een slachtoffer bent van het lot, een pechvogel?

.

Maar wanneer je ervan uitgaat
dat er meer mogelijkheden zijn
dan je denkt
en dat deze niet direct bereikbare mogelijkheden
door je vertrouwen dat je ze wel hebt,
kunt activeren,
verandert de gebruikelijke weg.
De gebruikelijke weg om je via excuses en bevestigingen van anderen
die het helemaal met je eens zijn
omdat ze hetzelfde ervaren en zich ook machteloos voelen.
Die weg zie je dan nog wel
maar je wilt deze niet meer inslaan.
Je verwerpt dit pad van herkenbaarheid en algemeenheid van oplossingen.
Je wilt iets anders.
Je wilt jouw manier vinden.

.

Is er een manier die helemaal bij jou past?
Is elk bestaan zo ontworpen dat je erdoor wordt uitgenodigd
om jouw specifieke mogelijkheden en krachten te leren kennen?
Wie van dit principe wil uitgaan,
zal sterk in zijn schoenen moeten staan.
Hij staat er dan namelijk alleen voor.
Alleen met je ziekte.
Alleen met je pijn.
Alleen met je onvrede.
Alleen met je neerslachtigheid, verdriet.
Is de mens daartoe uitgerust?
Moeten we elkaar niet opvangen?

.

Ja, we moeten elkaar opvangen,
maar zoals elk acrobaat je zal vertellen,
daarvoor zul je wel eerst moeten oefenen want opvangen vraagt krachtige spieren.
Meestal vangen mensen elkaar op in zwakte en kwetsbaarheid.
Deze ‘opvang’ bestaat eruit dat men zich beiden machteloos voelt maar het ‘beste ervan maakt’.

.

Wil je dus in staat zijn een ander op te vangen,
dan zul je je moeten trainen in opvangkwaliteiten.
Waaruit bestaan deze?
.

In de eerste plaats uit onafhankelijkheid,
een vertrouwen in je eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheid.
Vertrouwen in waartoe je in staat bent zonder jezelf te overschatten of tekort te doen.
Verantwoordelijkheid ten opzichte van je levensweg
en al je inzet en oefeningen
zodat je al dit opgebouwde niet weggeeft
omdat de ander te lui is om zelf inzet te willen plegen.

.

Helpen is net zo waardevol als weigeren te helpen,
alleen het tweede is veel moeilijker.
Met opvangen ben je een aardig iemand.
Met weigeren ben je een botterik.
Maar weigeren omdat iemand zelf geen inzet wil plegen
is hogere opvangkunde.
Wie dit kan, heeft zijn mentale spieren echt getraind en sterk gemaakt.

.
(c) Theije Twijnstra

2 Reacties op “Helderdenken 5 Hogere opvangkunde”

  1. Judie :

    Och, wat mooi weer!
    Dank, voor alle wijsheid!

  2. louise :

    Lieve Theije, zo waar weer, en zo op het juiste moment!Bedankt.

Laat een reactie achter