Al het grootse leeft voort.
De muziek van Vivaldi of Bach blijft onverminderd de mens ontroeren.
Zelfs na vele honderden jaren dat deze muziek
via het opgebouwde bewustzijn van de componist en de onzichtbare inspiratie tot stand kwam.

.

Grootse kunstwerken demonstreren dat er geen dood bestaat.
Alleen tijdelijke, lichamelijke levens.
Deze werken getuigen van een doorgaande stuwing van het goede in de mens,
vertellen van zijn groei en strijd,
zijn pijn en verlossing.

.

Tegenover al dit grootse
staat de sentamentaliteit,
het commerciële,
de fraude,
de gierigheid,
de kleinheid van het egoïsme.

.

Het is gemakkelijk huilen bij een open graf.
Maar het is veel echter en eerwaardiger
bij datzelfde open graf stil te zijn,
blij te zijn,
wetend te zijn.
Laten we niet langer huilen als iemand sterft,
(behalve als hij zelfmoord pleegt of euthanasie heeft gekozen, dan hebben we alle reden om te huilen),
want we weten nog zo weinig van de dood.

.

Wanneer een klein kind sterft,
vinden velen dit het ergste wat er kan gebeuren.
Het kind zelf zal echter iets heel anders ervaren.
Het zal in een geheel eigen en ongekend liefdevolle wereld terechtkomen.
Zo mooi,
zo zuiver en goed
dat zelfs de liefste moeder
en de beste vader
een diepe buiging zullen maken
als ze dit zouden meemaken.
Tot zulke aandacht zijn we op aarde nog niet in staat.
En willen we dit het kind onthouden omdat wij het moeten missen?
Begint liefde bij het behoud
of bij het gunnen van iets beters?

.

Laten we de dood bij het lichaam laten
en het leven, het eindeloze leven
bij het innerlijk dat dit lichaam betrok
en weer verlaat.
Deze grootsheid van het leven
bestaat uit de oneindige wisseling der seizoenen,
vormen, inspiraties, generaties.
Ieder mens vervolgt zijn evolutiereis,
niemand is meer alleen dan hij
die de dood voor het einde houdt
en niemand is meer een eenheid
dan hij die voelt dat er geen dood kan bestaan.
Alleen ontdekkingen en een niet eindigende verwondering.

.

(c) Theije Twijnstra