Alles wat aandacht krijgt, bloeit op.
Alles wat geen aandacht krijgt, sterft af.
Toch zullen er in het bos genoeg bomen en planten zijn die geen aandacht krijgen en toch niet afsterven.
De verklaring: Het natuurlijke ontvangt aandacht van het natuurlijke,
de mens van het menselijke.

.

Deze wet van aandacht geldt ook voor ons innerlijk.
Sommige eigenschappen zitten ons dwars,
men vervalt er iedere keer toe terwijl men het eigenlijk niet wil,
er steeds weer spijt van heeft.
Men eet bijvoorbeeld toch nog wat terwijl men eigenlijk al verzadigd is.
Men eet alleen maar door ‘omdat het zo lekker is’.

.

Om van deze gewoonte af te komen,
zal er geen en wel aandacht moeten worden geschonken.
Geen aandacht zal gegeven moeten worden aan de gewoonte door te eten omdat het zo lekker smaakt.
Deze gewoonte is vaak gelaagd.
Behalve dat men het lekker vindt, zal er ook iets troostends vanuit gaan,
en misschien wil men degene die het bereid heeft
ook hulde betonen door nog eens op te scheppen.
Geen aandacht meer voor deze gewoonte.
Deze wel opmerken maar er niet meer op ingaan.

.

Waar moet men dan wél aandacht aan geven?
Aan de waarneming dat men eigenlijk al verzadigd is,
genoeg heeft gegeten.
Ook deze aandacht kan gelaagd worden gemaakt:
‘door het nu genoeg te vinden zal ik ook op andere momenten
dit ‘genoeg’ eerder kunnen herkennen en toepassen.
Zie ik niet overal de overvloed, het teveel, de overconsumptie
en aan de andere kant de verhongering, de armoede, de ongelijkheid?
Wat betekent mijn ‘genoeg’ in dit geheel?

.

Veel in ons kan meer tot stand brengen, sterker en gerichter zijn.
Veel blijft echter onnodig achter in kracht, effectiviteit, voldoening.
Altijd zijn we in staat onszelf aandacht te geven die ons verder brengt.
‘Maar het is me vroeger nooit geleerd!’
wordt als excuus aangedragen.
Of: ja, maar jij hebt dit of dat en dat heb ik allemaal niet!’
Al deze excuses laten de aandacht zien die men heeft voor het uitstel,
de ontkenning en de weigering.
Wie dit herkent en erkent kan beginnen
al zijn verzet geen aandacht meer te geven
en al wat daarvoor als mogelijkheid tot groei werd aangereikt,
juist wél aandacht te geven.
Wat is aandacht immers anders dan het eigen innerlijk dat ons aankijkt?

.

(c) Theije Twijnstra