Als de zon door het raam schijnt,
zeggen we: wat is het mooi buiten.
Nooit: wat heerlijk dat we een raam hebben
waardoor we de zon kunnen zien.
Altijd gaan we aan het meest nabije voorbij,
vinden we dat zo vanzelfsprekend dat we het niet meer zien.

.

Het is prachtig om verre reizen te maken
en op een excursie te vernemen
hoe al die exotische dieren en planten heten,
hoe buitengewoon ze zijn.
Maar zolang we de schoonheid
van de mus in de heg
of het madeliefje in het gras
niet hebben begrepen,
kijken we vooral over het meeste heen.

.

Waarom zoeken we het zo ver weg?
Waar komt deze bijziendheid vandaan?
Het is de uitwerking van ons verlangen
dat ons steeds naar ginds laat kijken.
Verderop in tijd, in afstand, in belangrijkheid of indrukwekkendheid.
Het is door dit verlangen dat we vele omwegen nodig hebben
zoals lange vliegreizen, veel spullen,
diploma’s en wat niet al
waarmee we denken beter zichtbaar te zijn in onze werkelijkheid,
meer aanwezig in onze noodzakelijkheid.

.

Het leven ervaren dat zich voor je neus afspeelt,
voor je voeten,
in je directe omgeving en gevoel,
dat is leven vanuit het nabije
en daarmee op de plaats
waar je op dit moment
het meest natuurlijk bent.

.

(c) Theije Twijnstra