Bij opvoeding is het belangrijk ons te realiseren
dat er in wezen geen kinderen bestaan.
Dat wat we voor een kind houden,
is een volwassene die langzaam zijn dagbewustzijn verovert.
In de kern is dit wezen dus een volwassene.
Dit houdt in dat we het sentimentele
dat vaak in onze benadering aanwezig is,
en dat zich uit door medelijden, toegeeflijkheid, inconsequent gedrag,
de opvoeding geen recht doet.
We respecteren de volwassene niet die zich daar aan het ontpoppen is
en we respecteren onszelf niet
door op deze wijze ons anders te achten dan het kind.

.

De opvoeding is daarmee tweeledig:
enerzijds hebben we de verantwoordelijkheid
dit wezen zo goed mogelijk tot een volwassen stadium te brengen
en anderzijds de inhoud als zelfstandigheid van het kind
steeds voor ogen te houden waar het zijn wil,
zijn dwarsheid of egoïsme betreft,
evenals zijn natuurlijke vriendelijkheid, openheid en aandacht.

.

Het lichaam opvoeden is zorgen voor eten, rust, properheid, maatschappelijke begeleiding.
De daar aanwezige volwassene in spe opvoeden
is zorgen dat je je niet laat misleiden door het lichamelijke, afhankelijke deel van de opvoeding,
maar dat je je vanaf het begin richt op deze volwassene
die daar bezig is tevoorschijn te komen.
Door dit onderscheid steeds fijnmaziger te maken
ontdoe je je van valse sentimenten
en activeer je in het kind de natuurlijke zelfstandigheid,
de eigenheid en de verantwoordelijkheid.
Hoe klein het ook is.

.

Een ieder wil het liefst op zijn maximale vermogens worden aangesproken.
In het bijzonder een kind.

.

Theije Twijnstra

Eén Reactie op “Bemoediging (111)”

  1. Huibert :

    Och weer zó subliem Theije.
    Zoals zo veel, telkens weer en weer.
    Mijn diepe dank.