Het is een algemeen voorkomende gewoonte ons te verzetten tegen wat het leven ons aanbiedt.
Tenzij het ons goed uitkomt natuurlijk.
We willen graag behouden wat we hebben.
Deze houding laat zien dat we nog onvoldoende begrijpen
dat we in werkelijkheid niets bezitten.
Alleen zij die denken wat te bezitten,
materieel of immaterieel,
willen dit ook vasthouden.
Hoe minder bezit hoe gemakkelijker het wordt
mee te gaan met de stromendheid van onze dagen.

.

Wat onze levensrivier ook aanbiedt,
we verzetten ons er niet tegen,
we leggen geen dammen met gestapelde weigeringen of voorkeuren,
maar laten ons meevoeren door de omstandigheden.
Dit lijkt fatalistisch, maar is het niet.
Fatalisme is dat stadium waarop je uiteindelijk de moed opgeeft
je nog langer te willen verzetten.
Het is: ik weet het ook niet meer,
doe maar met me wat je wilt.
Ik geef het op.

.

Maar wat hier bedoeld wordt,
is iets heel anders.
Het is de keuze bereid te willen zijn
de volgende levensverandering te willen verwelkomen.
Meegaan en bezitsloosheid vormen een magische eenheid.
Ze zijn de linker en rechter vleugel
van een grotere vrijheid die dan voor ons bereikbaar is.

.

(c) Theije Twijnstra