We zullen namen noemen.
We zullen zeggen: dat is een man.
En dat een vrouw.
Daar loopt een kind.
Kijk die is oud,
die daar is rood.
Ginds zie je een rijke,
hier op de grond, hij is gewond.
Deze heeft familie,
maar die is alleen.
Hij heeft vrienden,
zij is geïsoleerd geraakt.
Borderliner, typisch PTSS-er,
schizofreen, kan niet missen,
autist,
maar ook hooggevoelig,
Japanner, Hagenees, volgroeid, abortus, euthanasie.
Gevoel voor politiek,
talent voor dans,
geschikt voor techniek.
Eindeloos zullen we namen geven
omdat we niet begrijpen wat we zien.
Niet begrijpen hoe het anders tot leven zou moeten komen.
Voor ons.

.

We zullen getallen geven.
Hij is 82, zij 17,
deze persoon heeft 14 medailles,
die 3 ziekten en 62 hechtingen,
hij is 1,89 en zij heeft een taille van 62.
Hij kan 40 kilometer rijden op zijn fiets
terwijl zij met haar rollator maar 0,5 per uur aflegt.
Vandaag is het de 27ste,
over 1 maand zijn ze 20 jaar getrouwd,
sinds zijn derstigste voelt hij zich 10 jaar ouder.
Mijn inkomen is 42.000 maar mijn spaartegoed is 0.
Als ik overlijd wil ik binnen een straal van 2 kilometer begraven worden.

.

Zo vangen we elkaar in cijfers
want we weten niet hoe we anders
de onbegrensdheid van elkaar moeten duiden.

.

Maar zou het niet eenvoudiger zijn om te zeggen:
vreemdeling, wie bent u?
Veranderlijke, wat beweegt u?
Somberte, waar is uw stralendheid?
Vermoeide, waar uw moed?
Klagende, je spreekt naar beneden.
Ontkennende, je niet te veel.
Zuchtende, ik hoor niet naar je verhalen,
cynische, je onmacht is te dik.
Kijk, daar loopt een leven.
En daar gaat echtheid voorbij.
Eerlijk, ik weet niet wie je bent.
Ik weet niet wie ik zelf ben.
Maar laten we elkaar niet langer benoemen.
Geen cijfers meer geven.
Laten we stil zijn,
laten we tot vragen komen.
Laten we opnieuw beginnen.

.

Wie ben jij?
Waar kom je vandaan?
Waar ga je naar toe?
Leef je?
Heb je nog iets ontdekt vandaag?
Zullen we elkaar tot groei benoemen?

.

(c) Theije Twijnstra