Na afloop van een lezing kwam een jonge vrouw naar me toe.
Of ik iets in haar pas aangeschafte boek wilde schrijven.
‘Wat is je naam,’ vroeg ik.
Ze noemde een gewone Hollandse naam, zeg maar Angelique.
Terwijl ze deze naam zei, keek ze me droevig aan.
Nadat ik de naam had opgeschreven, zei ze:
‘Ik heb nog een naam.’
Van oud werd ze jong,
van neerslachtig een vrolijk meisje.
Ze noemde een exotische naam,
zoiets als Xeophelia.
‘Twee namen?’
‘Ja,’ zei ze stralend,
‘ik heb een meervoudige persoonlijkheid.’

.

Meervoudig is onze identiteit zeker.
Hoeveel mensen wonen er in ons?
En met welke van deze mensen hebben we een goede verhouding?
En welke willen we liever niet tegenkomen?

.

Dat we uit verschillende identiteiten bestaan
is op zich geen stoornis.
Moeilijker wordt het als ongewenste identiteiten
het roer gaan overnemen, ons leven gaan bepalen.

.

Wie heeft de leiding in ons?
Als de angstige de leiding heeft,
of de aanvallende,
zal dat ons leven kleuren.

.

Hoe dit innerlijke gezelschap tegemoet te gaan
zodat de meest intelligente de leiding heeft?
De meest liefdevolle het laatste woord
en de meest zwakke voortdurend wordt aangemoedigd?

.

Om hier achter te kunnen komen
zullen we dit verborgen maar o zo aanwezige gezelschap
beter moeten leren kennen.
We zullen dan bijvoorbeeld merken
dat degene die commentaar geeft
of die op alles reageert,
meestal als eerste naar voren treedt.
De beschermende persoonlijkheden van ons innerlijk
zijn meestal niet de leukste mensen.
Die zijn zelf wat verder weg.
We zullen deze meer zachtaardiger,
vriendelijker en geduldiger delen van onze identiteit
nadrukkelijk de ruimte moeten geven
door ze vaker uit te nodigen de leiding te nemen in ons bestaan.
Samen met de moedige,
de eerlijke en de onderzoekende kwaliteiten
van ons individuele en onvergelijkbare gezelschap.

.

Niets is onmogelijk.
Ik ben ervan overtuigd dat een ieder
ver onder zijn vermogens leeft.
Ik zeg dat niet als aanmoediging maar als een gegeven,
als besef van een grote verantwoordelijkheid
die een ieder heeft.

.

Laten we onszelf verhogen
naar onze maximale vermogens
opdat het gezelschap in ons
een eenheid wordt
die we kunnen inzetten
naar zijn optimale eigenschappen.
Vriendelijk als het kan,
moedig als het moet,
maar steeds volhardend in groei.

.

(c) Theije Twijnstra