In mijn straat rijdt een jongetje van ongeveer acht jaar op zijn step.
De kleine wielen maken een ratelend geluid.
Ik weet dan: het jongetje rijdt door de straat.

.

Dit jongetje is altijd alleen.
Dit lijkt zielig, maar uit ervaring weet ik
dat het niet zielig is alleen te zijn als kind.
Je maakt je eigen wereld en je raakt daarin bedreven.
Moeilijk werd het alleen als anderen commentaar leverden omdat je alleen was.
‘Moet je niet met een vriendje spelen?’
‘Heb je geen vriendjes?’
‘Misschien is een club wel iets voor jou,’
en andere variaties op het thema:
een kind hoort niet alleen te spelen,
dat is zielig.
En slecht voor zijn sociale ontwikkeling.
Deze commentaren lieten me op een zeker moment geloven
dat alleenzijn iets onnatuurlijks is.
Als vanzelf vond ik het steeds erger dat ik altijd alleen was.
Maar het gekke was,
zodra ik weer alleen was,
had ik nergens last van.

.

Gemakkelijk leggen we onze emoties bij anderen neer.
Onbeheerst vaak.
Vooral bij hen die we zwakker achten dan wij.

.

Ik kijk naar het jongetje dat voor de zoveelste keer de straat op een neer stept.
Uren kan hij hiermee doorgaan.
Volkomen in rust,
geen aandacht vragend,
niemand lastig vallend.
Een voorbeeld voor wie deze eigen wereld zelf nog moet veroveren
en nog te vastzit aan ideeën die meer de eigen onverwerktheden betreffen
dan dat het iets toevoegt aan de werkelijkheid.
Daarom: leve de eenling die zich een eigen wereld zoekt!

.

(c) Theije Twijnstra