Om ons leven te kunnen begrijpen,
zullen we ons moeten inspannen.
Alleen door opnieuw en opnieuw te willen weten
waarom het gaat zoals het gaat,
zullen we begrip ontwikkelen voor het onbegrijpelijke.
Zullen we rust vinden bij al het onrustige.
Zullen we ordening en logica vinden
bij al het chaotische en onsamenhangende.
Wij en niemand anders dragen de sleutel bij ons
om het levensgeheim te kennen en in harmonie ermee te leven.

.

Er is geen fundamentele ongelijkheid in het natuurlijke.
Er is geen disharmonie in het oorspronkelijke.
Er is geen wanorde in het waarachtige.

.

Wij mensen zijn de verstoorders en de door-elkaar-gooiers
waardoor alles zo onoverzichtelijk is geworden.
En toch behoort ook al dit verwarrende en ongelukkige
tot de ontwikkelingsweg van de mens.
Een ieder bereikt het punt waarop hij vooral zichzelf
en al zijn keuzen zal zien.
Dit zien van zichzelf is zo anders
dan het beeld dat hij van zichzelf gemaakt had.
Het beeld dat hij dan ziet,
is ontluisterend van geestelijke armoede.
Het is beschamend van ijdelheid.
Het is bedroevend van het vele leed anderen aangedaan.

.

Maar ondanks alle ellende die dit beeld hem toont,
wordt hem ook duidelijk:
ik, en alleen ik kan hier iets in wijzigen.
Alleen ik kan al het zwarte helder maken,
al het pijnlijke tot zachtheid voeren,
al het lelijke tot schoonheid vormen.
Een ieder bereikt dit punt
en gaat aan de slag.

.

We staan er alleen voor.
Maar wie het goede wil
en zich niet spaart in deelname,
vindt velen die met hem zullen gaan.
Ieder zijn weg,
maar gaande in dezelfde richting
voelt men een vreemde eensgezindheid
die als een frisse voorjaarswind
een ieder naar zijn sterkte leidt.

.

(c) Theije Twijnstra