Het hebben van beelden,
meestal veroorzaakt door verlangens of angsten,
maakt het zicht op de actualiteit beperkt.
Enerzijds is er de voorstelling van het gewenste of het gevreesde
en anderzijds de actualiteit die daarvan afwijkt en dus niet lijkt te kloppen.
We maken er onrechtvaardigheid van of de grilligheid van het lot,
evenals het weer niet door ons te sturen.

.

Kunnen we ons van onze beelden ontdoen?
En zo ja, hoe?

.

Beelden komen meestal voort uit onze gedachten over onszelf in relatie tot anderen.
Voortdurend vergelijken we ons met anderen
en destilleren daaruit onze actuele brillenglazen om het bestaan te duiden.
Wanneer onze vergelijkingen gunstig voor ons uitpakken,
krijgt onze bril een glans, veroorzaakt door onze zelfgenoegzaamheid.
Dit is de bril die ons gemakzuchtig, ijdel en zelfvoldaan maakt.

.

Vallen onze vergelijkingen daarentegen ongunstig voor ons uit,
dan beglazen we onze ogen met de matheid van zelfmedelijden,
stroeve emoties van onrechtvaardigheid
en een ruime kredietmarge bij de bank
die ons troost zonder onderpand wil lenen.

.

Ons ontdoen van beelden lukt daarom het beste als we onszelf
alleen met onszelf leren vergelijken.
En dan met die sterkere in ons.
De opvoeder, de leider,
degene met het meeste overwicht,
de beste humor, intelligentie en daadkracht.

.

Zodra we dat doen,
merken we meteen dat er werk aan de winkel is.
Die ander in ons laat het ons weten:
schei toch uit met je scheve vergelijkingen!
Vergelijk je met mij en ik zal je precies zeggen wat je kunt veranderen.
Luister, dit is wat ik je nu te zeggen heb…

.

En het wordt stil in ons.
De ander die we ook zijn heeft groot gelijk.
We nemen opnieuw een besluit ons niet met beelden te laden,
met glazige ogen ons bestaan te vervormen,
maar richten ons op,
zodat we weer rechtop in ons innerlijk aanwezig zijn,
reikend naar meer echtheid
en alleen nog gericht op die sterke in ons
die we van iedereen het duidelijkst willen verstaan.

.

(c) Theije Twijnstra