Jeugdherinneringen spelen een grote rol gedurende ons verdere leven.
Vooral als deze herinneringen een negatieve lading hebben.
Mijn gevoeligheid voor agressie is eenvoudig te herleiden
tot de ruzies die zich tussen mijn vader en oudere broers afspeelden.
Geschreeuw, gevloek, messen, geren op de trap, gegil van mijn moeder,
het zijn levendige taferelen die meteen geactiveerd worden
als vergelijkbare momenten zich in het actuele leven voordoen.
Zoals een agressieve buurman die jaren geleden nog kon oproepen.
Agressie komt niet altijd voort uit bewuste negativiteit.
Het is meestal een machteloosheid,
een frustratie die zich temperamentvol openbaart.
Wanneer dit in een gezinssituatie gebeurt,
is het van groot belang dat het geen herinnering wordt.
Herinneringen ontstaan op basis van hun einde.
Eindigt de ruzie in disharmonie
en blijft deze disharmonie zonder afronding,
zonder herstel en terugkeer naar een nieuwe harmonie,
dan blijft deze herinnering negatief geladen.
Daarom is het niet erg als je eens boos bent,
als je het maar weer goedmaakt.
Het goedmaken wordt dan de herinnering
en hoe zou zo’n herinnering schade kunnen veroorzaken?

.

(c) Theije Twijnstra