Dat velen het leven maar een onbegrijpelijke chaos vinden,
is niet verwonderlijk.
Hoeveel tijd besteden ze immers om ditzelfde bestaan
in zijn wetmatigheden te begrijpen?
De meeste, zo niet alle tijd,
gaat op aan eten en drinken,
lichamelijke verzorging, werk, opvoeding,
het meedoen met en voldoen aan sociale opvattingen,
het conformeren aan anderen,
het meepraten met de rest,
afleiding, troost, afreageren,
hoeveel tijd blijft er dan nog voor reflectie over?
En als ze zich al afvragen: waar ben ik mee bezig?
Wat is de zin van mijn bestaan?
Wie ben ik überhaupt?,
is de kans groot dat tijdens het stellen van deze vragen
degene in slaap is gedommeld
of naar een borrel grijpt met de verzuchting:
laten we er maar het beste van maken.
Of een bad nemen in die goeie oude ironie
die zowel voor de linkse intellectueel als de rechtse conservatief
als een gezamenlijke vluchtplaats overblijft.
Zo bezien, kan het bestaan niet hard genoeg
op het menselijk lot beuken om hem open te breken.
Hoe zou het anders ooit
bij de werkelijke vermogens van de mens kunnen komen?

.

(c) Theije Twijnstra