Het is een mooi iets als je gevoelig bent.
Je merkt meer op dan anderen.
Details, nuanceringen, een enkel woord, een blik, een gebeurtenis,
allemaal prachtig en waardevol.
Gevoeligheid is echter ook een gevaarlijk iets.
Je kunt er niet onverantwoordelijk mee omgaan.
Je kunt je er niet achter verschuilen zonder je gevoel als volledigheid te kort te doen.
Je kunt je er niet van afmaken door het als een excuserend schild voor je te houden:
het is mijn gevoeligheid die al deze ellende veroorzaakt!
Ook daarmee pleeg je verraad aan je gevoeligheid.
Vele beroemde en niet beroemde kunstenaars leden aan hun gevoeligheid,
werden er depressief van, krankzinnig of pleegden zelfmoord.
Hoe dan wel goed met deze kostbare maar o zo risicovolle innerlijke kracht om te gaan?
Wie zijn of haar gevoeligheid kan overgeven aan een diepere en nog sterkere kracht in zichzelf,
zal merken dat de schaal die de gevoeligheid tot die tijd was,
een schaal waarin alles werd opgevangen,
maar die daardoor als chaotisch en verwarrend aanvoelde,
dat diezelfde schaal geordend zal worden.
Overgave verdrijft de vaste wil van zijn hoofdplaats.
Deze wil bepaalt immers dat we gevoelig zijn?
Dat we het niet aankunnen, dat we depressief worden,
dat we oneindig eenzaam zijn, enzovoort?
Maar zodra de overgave als hogere kracht wordt ingezet,
moet deze denkende wil zijn plaats afstaan.
Deze kan het dan niet langer bepalen en benoemen,
maar heeft te luisteren.
Onze gevoeligheid is meer dan een schaal die ontvangt en opvangt.
Onze gevoeligheid is een dienend instrument
om ons dominante ego van zijn plaats te brengen.
Waar gevoeligheid in dienst komt te staan,
verdwijnt de rouwrand als horizon.
De schaal krijgt er een ordeningsinstrument bij.
De gevoeligheid wordt door deze ordening niet alleen veel doelmatiger en groter,
maar laat ook haar andere, lichtgevende zijde zien:
die van de ontstijging aan het rationeel beperkende.

.

(c) Theije Twijnstra

Eén Reactie op “Bemoediging (55)”

  1. louise :

    prachtig Theije.dankjewel.