Het gaat vanzelf: in een verplichting terechtkomen waar je voor je gevoel niet meer onderuit kunt.
Je zit eraan vast.
Tenminste, zo beleef je dat.

.

Maar is dit ook zo?
Of kan het anders?

.

Voorbeeld: je loopt langs een dakloze die zich bij de Albert Heijn heeft opgesteld.
Het is een bescheiden jonge man die vriendelijk gedag zegt en op geen enkele mogelijke manier opdringerig is, c.q. marketing-strategisch bezig is.
Al verschillende keren ben je hem tegengekomen en bij het kopen van een croissantje besluit je ook hem er eentje te geven.
Je loopt naar buiten en met een vrolijke zwaai reik je hem het broodje aan.

.

Goed te doen geeft een fijn gevoel.
Je bent vrolijk en nog onwetend van wat er komen zal.
Er is ook nog niets aan de hand.
Wat kan hier fout aan zijn?

.

.

Een tijdje later kom je er weer boodschappen doen.
De vriendelijke dakloze staat er ook.
Je groet, je doet boodschappen en geeft hem opnieuw een croissantje.

.

Zo gaat dat een paar keer.
Maar er gebeurt iets in je.
Je begint je onvrij te voelen.
Kun je nog wel voorbij hem zonder hem een croissantje te geven?
Je vindt van niet.
Hij rekent erop, denk je.
Hij zal het idee hebben dat je hem afwijst als je niets zou geven.
Maar deze verplichting wil je ook niet.
Hoe hier uit te komen?

.

Je voelt de onvrijheid toenemen.
Dit is niet wat je hebt bedoeld met je vriendelijkheid en vrijgevigheid.
Je wilt graag een betere wereld en je begrijpt dat alle kleine beetjes helpen, maar waarom voel je je dan zo gevangen?
Waarom lijkt het wel alsof je er niet meer onderuit kunt en voor altijd aan deze dakloze vast zult zitten?

.

Je verzamelt moed en besluit op een dag wel een croissantje te kopen maar niet eentje voor hem.
Op de heenweg groet je hem vriendelijk, zoals altijd.
Niets aan de hand.
Maar op de terugweg kijk je hem niet meer aan.
Hoe moeilijk voelt dit!
Alsof je iemand verraadt!
Is het verkeerd?
Doe je iemand tekort?
Je voelt zijn blikken, zijn verbazing en zijn teleurstelling.
Is dit de uitkomst van goedheid?
Dat je er ongelukkig van wordt en er vijanden mee maakt?

.

Gelukkig: er is een uitweg.
Verplichtingen ontstaan door ons denken over onszelf en hoe anderen op ons zullen reageren.
Vrij worden begint ook met denken over onszelf en te achterhalen dat het verplichte gevoel geheel vanzelf ontstaat op het moment dat we ons goeddoen tot een patroon hebben gemaakt.

.

‘Dat is niet de bedoeling,’ zegt ons innerlijk.
‘Goed doen gaat per keer en zal iedere keer opnieuw oprecht gevoeld moeten worden.
Zo niet en je doet alsof, dan zal het patroon van de verplichting ontstaan.
Vanaf dat moment maak je je eigen gevangenis aan.’

.

Je begrijpt jouw aandeel in dit gebeuren en besluit de volgende keer hem een broodje te geven, maar ook een boodschap:
‘Ik wil me niet verplicht voelen, dus ik geef je een croissantje als ik het echt zo voel.
Maar niet meer elke keer als een vanzelfsprekendheid.
Dan weet je dat.
Het gaat niet om jou, maar om het luisteren naar mijn eigen eerlijkheid.
Want waar ik eerlijk ben, daar zal ik vrij worden.’

.

Theije Twijnstra