Als ik elke dag in alle oprechtheid zou vragen: ‘wie ben ik?’ zou ik elke dag een ander antwoord tegenkomen.
Ik besta uit de hoeveelheid antwoorden die ik kan bedenken.
Daarmee ben ik grenzeloos.
Zoals een ieder dat is.
Deze grenzeloosheid wordt nu nog ingedamd door mijn onbewustzijn.
Niemand kent zichzelf als een geheel.
Als een volledigheid.
We zijn op weg, in het gunstigste geval, om onszelf beter te leren kennen.
Wie we zijn, veranderend, stromend, groeiend, is niet te doorgronden met het beperkte zichtveld dat we tot nu toe hebben ontwikkeld.
Onze mentale ogen zien nog slecht, onze gevoelsoren zijn nog grotendeels doof en onderontwikkeld.
Zelfkennis is dan ook vooral kennis van dat wat we ontberen, waaraan het nog ontbreekt.
Het is beter te beseffen hoe strompelend we nog door het leven gaan, dan ons te vereenzelvigen met meevallers die we dan aan onze vermogens toeschrijven.
Besef van het eigen tekortkomende richt onze aandacht op de groei, terwijl vervuld te zijn wat ons lijkt te lukken, stagnerend werkt voor ons bewustzijn.

.

Ons ego laat ons veel geloven.
We geloven graag wat het ons aanbiedt.
Maar het bezorgt ons ook zuurbrand, want echt verteren, verwerken, doen we niet.
Tegenover anderen houden we ons op, laten we ons van onze beste zijde zien.
Onze presenteerzijde.

.

Maar als we alleen zijn, krimpt deze presentatie vanzelf.
Tegenover wie moeten we ons dan nog voordoen?
Of ons vergelijken?

.

Alleen te zijn heeft het grote voordeel dat je ego minder wordt aangesproken.
Dit voelt in het begin wat onwennig.
Maar na een poosje wordt het ruimer in je gevoel.
Je bent die je bent.
Dit is je leven.
Meer is het niet.
Dit doe je.
Dat is alles.
Je bent wat je nu beleeft.

.

.

.

Op dit punt gekomen, zijn we al rustiger geworden.
En nu?
Nu we onszelf even in alle beperking hebben waargenomen?
Wat doen we nu?
Buiten zingt een merel.
Misschien vertelt zijn zang wat de volgende stap kan zijn.

.

Theije Twijnstra