Deze jonge stier kijkt me met een mengeling van argwaan en brutaliteit aan.
Dat geeft hem iets jongensachtig.
Dit brengt me bij de vraag: waarom eet ik vlees?

.

(Billy rechts op de voorgrond terwijl Billa in het midden zit)

.

Ik vind het lekker smaken, hoewel de dierlijkheid qua geur en smaak me steeds meer gaat tegenstaan.
De keren dat ik vlees eet, worden dan ook vanzelf minder en minder.
Al jaren zakt de frequentie tot nu hooguit eens per week.
En dan is het meestal kippenvlees.
Of vis.

De jonge stier blijft me aankijken.
Ik noem hem Billy.
Zou ik Billy of zijn zusje Billa kunnen slachten om er een lekker biefstukje van te kunnen bakken?
Ik zou het niet kunnen.
Dan maar geen vlees.
Maar waarom wel als een ander het vuile werk voor me doet?
Mag ik er dan wel van profiteren?

Billy blijft me scherp in de gaten houden.
Het is duidelijk dat hij op antwoord wacht.
‘Billy,’ zeg ik tegen hem, ‘jou zal ik niet slachten.
En je zusje ook niet.
Maar ik zal jou en je soortgenoten wel eren als ik van een lekker stukje vlees geniet.
Ik weet, het is een schamele troost en daarom neem ik me voor je vaker in de ogen te kijken.
Hoe vaker ik in jouw ogen of die in van Billa zal kijken, hoe meer mijn herinnering aan geurende jus en knapperig vlees vermengd zal worden met jouw grote, dromerige ogen.
Een ongemakkelijke combinatie, maar ik moet er doorheen.
Langzaam zullen jullie ogen mijn herinneringen aan vlees doen vervagen.
Als grote vijvers van onschuld zullen jullie me naar mijn eigen slachtbank leiden.
En daarmee zal de cirkel rond zijn.

.

Theije Twijnstra

Eén Reactie op “Leven (2) Billy”

  1. lia :

    Wat een gevoel van herkenning. Er gaat wel heel wat door je heen.Die lieve, zachte ogen, hoe onschuldig!
    Dank dat ik met je mee mocht voelen!