Laten we niet zeggen:
ik ben je moeder en dus heb ik gelijk.
Of: ik ben je vader en dus heb je te doen.
Laten we iets anders zeggen.
Laten we onze woorden inhouden.
Vaak zijn ze oud en al een beetje bedorven.
Laten we nieuwe woorden maken.
Woorden die als levende vonken hun werk doen:
bezielen.
Woorden die als een zomerbries
door de velden gaan omdat ze vrij zijn van onverwerktheid.
Licht van pasgeboren verwondering.
Laten we met onze kinderen spreken
in een nieuwe taal:
de taal die op dat moment ontstaat.
Soms zonder woorden.
Gewoon kijkend, alsof je elkaar
voor het eerst verkent.
Soms fluisterend,
omdat het nog zo teder is
dat het alleen in zachtheid verstaanbaar kan zijn.
Soms duidelijk en toch zonder scherpte.
Omdat klaarheid beter is dan vage vervlieging.
Laten we steeds weer nieuwe taal maken.
Taal die zich bij het ontvouwende thuis voelt
en bij het groeiende zijn afkomst herkent.

.

Theije Twijnstra

Eén Reactie op “Kind (45)”

  1. Maria B. :

    Jouw taal, Theije is iedere keer weer hartroerend,
    dank je wel voor zoveel schoons!