Wanneer een moeder haar kind ziet,
spelend in zijn eigen wereld,
dan zal ze aan de ene kant de zelfstandigheid opmerken.
De zelfstandigheid van een wezen
dat zijn eigen universum beleeft.
Aan de andere kant zal ze haar overbodigheid voelen.
Het kind kan ook zonder haar zorgen en liefde zichzelf zijn,
zijn geluk beleven.
Het eerste opmerken zal ze eren
door een stap terug te doen
en door dit beeld in zich te verduurzamen.
Het tweede van de overbodigheid
zal ze verwerken als een illusie.
Niets is overbodig.
Elke fase heeft zijn eigen noodzakelijkheid.
Zo zal ze denken en zichzelf terugbrengen
in haar eigen universum.
Zo zullen daar twee mensen zijn
en beide zullen een eigen wereld beleven.

.

Theije Twijnstra