Mensen houden ervan
zachtzinnig behandeld te worden.
Wie hier als opvoeder aan voldoet,
maakt zwakke kinderen aan.
Niet zachtzinnig zijn
betekent niet vanzelf dat je hardvochtig bent of koud,
maar dat je consequent bent en doortastend,
overtuigend en gelovend in wat je doet.
En vooral handelend uit wat je als echt, versterkend en edel ziet.
Zachtzinnigheid is geen liefde.
Zachtmoedigheid wel.
Het verschil tussen beide begrippen is eenvoudig:
Zachtzinnigheid is vanuit toegeeflijkheid gezegd en gedaan.
De bron van dit gedrag
bevindt zich in de toegeeflijkheid
aan je eigen zwakheden
en onverwerkte herinneringen.
Zachtmoedigheid is sterk,
want behalve vriendelijk wordt er ook
op de moed gewezen.
De moed dat je sterker kunt worden
van elke tegenslag, elke moeilijkheid.
En dat je het niet kwalijk wordt genomen
als je soms verdrietig
of gefrustreerd bent,
maar wel als je het daarbij zou laten.
Zachtmoedigheid maakt elke opvoeder
tot een vriendelijke krijger.
Het gevecht speelt zich alleen daar af
waar de verandering het meest gedijt:
in de levende verandering van jezelf.

.

Theije Twijnstra