Ik zie het aardse leven als een laboratorium van de menselijke ontwikkeling.
Het is een beperkt laboratorium
De instrumenten zijn primitief: de materie, bewustzijn, zelfkennis,
ze bevinden zich in een beginnend stadium van onthullend vermogen.
Maar ook in dit kleine, primitieve laboratorium is veel werk te verzetten.
Hierbij is de mens het onderwerp van onderzoek.
Deze mens zie ik zowel om me heen als in mezelf.
Overal is dus onderzoeksmateriaal aanwezig.
Ik hoef niet te zoeken, als ik niet uitkijk, struikel ik erover.
Elke dag ben ik in mijn kleine werkplaats.
Ik weet dat deze tijdelijke werkplaats een bijzondere plaats inneemt
in vergelijking met andere, beter uitgeruste laboratoria.
Mijn kleine werkplaats voelt aan als een centrum.
Daarom verblijf ik er graag.
Het raadsel mens uit het mysterie en het onbewustzijn destilleren
is een groot genoegen.
Het is het liefste dat ik doe.

.

Theije Twijnstra

Eén Reactie op “De aarde (17)”

  1. Joan :

    Ik weet dat!