De aarde dient de mens
naar een stadium te brengen
van volkomen onbezorgdheid.
Al het zware van zand en graniet,
van modder en moeras
dient hem te laten stijgen.
Al het levende van dier en plant,
van wolken en wind,
dient hem tot beweging en lichtheid.
Er is geen mineraal, pluisje of rotswand,
geen rivierbedding, afgrond of gletsjer,
of het dient hem tot loslating,
tot ongebonden levendheid.

.

Theije Twijnstra