Vraag

..

Graag wilde ik ook nog een vraag stellen als het mag.
Mijn jongste kinderen (een tweeling) zijn erg bang voor honden en ik vind het lastig hoe daar mee om te gaan.
Ten eerste hebben we namelijk erg veel honden/pups op ons pleintje en een goede vriendin heeft ook een pup. Dus ze krijgen er veel mee te maken.
Ten tweede ben ik zelf wel een hele grote hondenliefhebber en heb ik m’n hele leven een sterke “hondenwens” en zou ik er graag over een tijdje een willen hebben.
Hoe kan ik mijn kinderen helpen met hun angst en ze leren met meer vertrouwen en ontspanning met honden om te gaan?

.

Antwoord

.

Oorzaak

.

De angst voor honden ontstaat doordat er een traumatische gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Recent of van langer geleden.
Wanneer het kind met deze angst is geboren, is er maar weinig nodig, zoals bijvoorbeeld een erg enthousiaste hond die iedereen wil begroeten, om het kind te laten schrikken.
Vanuit het geheugen van het kind wordt de angst onmiddellijk aangeraakt.
Wat we zien is een overdreven angstige reactie op een vriendelijke of spontane hond.
Natuurlijk kan de oorzaak ook van recenter datum zijn maar dan zal deze angst meestal van voorbijgaande aard zijn en een van de vele gebeurtenissen zijn die zich tijdens de groei kunnen voordoen.
Waarschijnlijk betreft het hier dus een oude angst.
Bij een tweeling zal er dan bovendien sprake zijn van besmetting, waarbij de een de bron van de angst in zich heeft en het andere kind wordt ‘aangestoken’ en daardoor net zo angstig kan reageren.
Het is een vorm van solidariteit en daarnaast een kans weer een beetje extra aandacht te genereren.

.

Werking


Honden hebben meteen in de gaten wanneer een andere levensvorm bang voor ze is.
Hun instinct is voortdurend gefocust op de sociale rangorde van hun omgeving.
Een angstig kind staat dus ‘onder’ hen.
Hierdoor reageren ze sterker op deze angstige kinderen dan op kinderen die daar geen last van hebben.
Het angstige kind trekt de honden aan en hiermee bouwt de angst zich verder op.
Kind en hond houden elkaar vast in dit patroon.

.

Aanpak

.

De kern van opvoeden bestaat uit het weerbaar en zelfstandig maken van kinderen.
Het is in deze staat van onafhankelijkheid dat zij zich het meest gelukkig kunnen voelen en de beste ondergrond hebben voor de ontwikkeling en vormgeving van hun talenten.
Kleine kinderen leven nog in een wereld van magie en betovering.
Een invalshoek die dus gebruikt kan worden ter vermindering en opheffing van deze angst.
Leg eerst aan de kinderen uit dat er overal goede krachten aanwezig zijn die hen kunnen beschermen. ‘Deze goede krachten kunnen overal in zitten. Zoals in een knuffel, een mooie steen, enzovoort. Wanneer we deze goede krachten gebruiken, kunnen ze ons gaan beschermen tegen honden.’
Ga vervolgens eerst samen met de kinderen op zoek naar een goede kracht die hen kan beschermen.
Help ze op weg, maar laat ze deze krachten (het moet natuurlijk wel haalbaar en hanteerbaar zijn) zelf uitkiezen.
Zorg dat ze deze bij zich hebben als ze naar buiten gaan.
De eerste keer zal er misschien nog geen effect zijn.
Leg uit dat ze deze goede krachten wel moeten opbouwen door het voorwerp ‘op te laden’.
Dit kan bijvoorbeeld met een zaklantaren die het voorwerp beschijnt.
Of door het kind een toverspreuk te laten zeggen.
Hoe vaker men dit ritueel met de kinderen uitvoert, hoe meer deze krachten geactiveerd worden in het innerlijk van deze kinderen.
Bouw samen aan de opbouw van deze beschermende kracht en leer de kinderen welke krachten zij aan dit voorwerp willen meegeven.
Zal het hen onzichtbaar maken voor honden?
Of zullen honden een andere kant oplopen als zij eraan komen?
Maak er een spel van waarin ze duidelijk wordt gemaakt dat honden altijd reageren, maar dat mensen altijd kunnen kiezen sterker te zijn dan de hond.
Illustreer deze innerlijke kracht door zelf als opvoeder dit voor te doen als er een hond in de buurt is.

.

Effect

.

Uit ervaring met volwassenen die eveneens een ‘onverklaarbare’ angst voor honden hebben, is gebleken dat wanneer zij om zichzelf ‘een ring van licht’ hadden gedacht, de honden niet meer op hen afkwamen.
Door deze mogelijkheid om zichzelf te kunnen beschermen, nam de angst geleidelijk af.
Deze was immers geen zelfstandigheid meer waarmee ze ‘maar te leven hadden’ maar een veranderbaar gegeven dat zij konden beïnvloeden.
Het resultaat van deze aanpak hangt dan ook nauw samen met de overtuiging die men in deze methode kan leggen.
Wanneer men er zelf niet in gelooft, zal het kind het ook niet geloven.
Laat staan de hond.