Vraag

.

Zo bijzonder vandaag, ben aan het worstelen met het begrip verlangen en wilde daar een vraag over stellen en jawel de antwoorden verschenen grotendeels in jouw Door vandaag…
Heb alsnog een aanvullende vraag daarop: hoe kan ik ontdekken of een verlangen dat ik heb voortkomt uit onverwerktheden of dat het een werkelijk verlangen is?
En wat zijn werkelijke verlangens, dienen ze om ons voort te stuwen en te laten groeien? En is het zo dat voor werkelijke verlangens stappen van ons gevraagd worden die we vaak uit angst niet durven te nemen omdat er niet genoeg vertrouwen is dat het dan ook werkelijkheid kan worden…of is dat een ego gedachte?
Alvast bedankt.

Antwoord

A.

Het verschil tussen een verlangen uit onverwerktheid en een ‘werkelijk’ verlangen is gradueel. De onverwerktheid geldt voor beide soorten verlangens, alleen het niveau van onverwerktheid is verschillend. Op dezelfde wijze dat een dief weliswaar geen moordenaar is, maar wel iets doet wat niet goed is.
Verlangen uit onverwerktheid, uit een herkenbare en navoelbare weigering, levert een dwingend verlangen op. De beleving, het bewustzijn dat weigert naar zichzelf te luisteren, niet één maar vele keren, maakt de reactie op deze weigering in de vorm van een verlangen, ‘flitsend actief’. Deze impuls beheerst de mens. Juist omdat hij bij deze weigering aanwezig was, juist daarom wil hij er bij weg, vlucht hij er vandaan, wil hij het zo snel mogelijk vergeten, opheffen.
Een ‘werkelijk’ verlangen is alleen werkelijk in relatie tot dit weigerachtige bewustzijn. Het verlangen innerlijk te willen groeien lijkt een werkelijker verlangen te zijn dan dit vluchtende verlangen. En dat is ook zo. Maar daarom is dit verlangen nog niet werkelijk. Ten aanzien van de werkelijkheid bestaat er geen verlangen meer. We kunnen wel een steeds beter verlangen leren ontwikkelen, dat wil zeggen, we kunnen verlangen te willen groeien in echtheid, maar het ijkpunt van de werkelijkheid bevindt zich in het belangenloze. Pas wanneer we niets meer verlangen maar ons alleen nog richten op wat er zich nu afspeelt, pas als we ons heden volledig verwerken, zijn we belangeloos geworden.
Het leven is een groots gebeuren. We bevinden ons erin. Ieder individu afzonderlijk en alle mensen samen. Onze plaats te kennen, zowel in het individuele als in het gezamenlijke, vraagt de volle inzet van ons bewustzijn. Verlangens halen ons voortdurend weg bij dit aanwezigheidsbewustzijn. Verlangen is gelijk aan ‘verlengen’. We verlengen onszelf, we verlengen ons bewustzijn, we verlengen onze tijd naar een andere tijd, een ander zelf, een ander beeld. We verlaten onze aandacht voor het meest aanwezige en actuele en daarmee verraden we ons zelf en ons bestaan.
Het enige wat het bestaan van ons vraagt, is: ‘Verwerk wat je beleeft, zet het om in bewustzijn, verlang niet naar daar, want hier is al genoeg te doen. Verlang niet naar straks, want nu is je al veel te veel.’

Vraag

.

Bij de “Door” van vandaag komt er een vraag bij me op die gister bij me werd aangeraakt en die volgens mij weergeeft wat je bedoelt.
Gister tijdens een autoritje legde mijn man zijn hand op mijn been en sprak: “Je bent een hele lieve vrouw”. Nou moet je weten dat hij niet zo scheutig is met zulke uitspraken, dus als hij zoiets zegt is het voor mij al vrij bijzonder. Ik weet en voel dat hij oprecht is en het meent.
Wat ik merkte is dat ik het lastig vond om dit te ontvangen…. Terwijl ik diep van binnen niets liever wil en er soms zo naar verlang dit te horen.
Gaandeweg de dag bleef het terugkomen en spookte het door mijn hoofd in de vorm van zelfkritiek…. Wat zich weer uitte in mijn gedrag en waar ik weer feilloos op gewezen werd door mijn dochter.
’s Avonds heb ik aangegeven wat zijn opmerking eerder die dag bij me losmaakte en zo kregen we een gesprek over liefde, ontvangen en de diepere gevoelens en overtuigingen van het jezelf niet waard vinden…die hij dus ook bleek te hebben ,was mooi om te delen samen.
Hoe komt het toch (en dit geldt volgens mij voor velen, maar laat ik vooral voor mezelf spreken overigens) dat ik ten diepste de overtuiging en het gevoel heb het niet waard te zijn of het niet verdien dat ervan me gehouden wordt? Het voelt als iets wat heel erg diep zit en er hoort een gevoel van schuld bij.
Hoe hier mijn lering uit te halen en inzicht te mogen krijgen om het in te zetten voor mijn groei?
Alvast bedankt.

Antwoord

.

Het gevoel niet de moeite waard te zijn om geliefd te kunnen worden, komt voort uit een diepe hunkering naar liefde die men in de kindertijd, de bakermat van ons gevoelsmatige referentiekader, niet heeft kunnen vinden. Kinderen die in een omgeving opgroeien waarin de liefde waarnaar ze verlangen, ontbreekt, zullen uit zelfbescherming de gedachte opbouwen dat zij het ook niet waard zijn om liefgehad te worden. Het bijkomende schuldgevoel onderstreept deze gedachte doordat men er er ook nog een verantwoordelijkheid aan verbindt (was ik maar een ander kind geweest dan was het vast ook anders gegaan), waardoor het (in de eigen beleving) volkomen logisch wordt dat men niet geliefd is.

Kinderen trekken de oorzaak van de omstandigheden waarin ze verkeren, naar zich toe en voelen zich vervolgens daarover schuldig: ‘Het komt door mij dat papa en mama gaan scheiden.’ Of: ‘Het is mijn schuld dat moeder altijd ziek of moe is’, enzovoort.

Wanneer de ouders deze houding van het kind niet opmerken en daarover met het kind spreken, zal deze reactie zich zonder enige beperkingen kunnen opbouwen en vastzetten in de identiteit.

Het ‘voordeel’ van deze reactie voor het kind is, dat het zich nu voor teleurstellingen heeft afgeschermd. Immers: wanneer je ervan overtuigd bent dat je het niet waard bent om van gehouden te worden, dan wordt ook voorkomen dat je teleurgesteld zult kunnen worden. Nu kun je je vasthouden aan je eigen ‘ijsmodel’. Je bent een soort ‘koele persoon’ waar een ander nooit om zal kunnen geven.

Wanneer we echter volwassen worden, voelt de mens dat deze opgebouwde bescherming meer en meer gaat knellen en actuele contacten in de weg gaat zitten. Wezenlijke contacten kunnen immers niet of heel moeilijk door deze vesting komen?

En daarbij: hoe meer een liefdevolle omgeving zich openbaart, en zeker de reacties van jonge kinderen zijn hier heel treffend in, voelt men steeds meer behoefte deze bescherming af te willen breken.

.

Laat het kind het kind helpen

.

Ga in gedachten naar je kindertijd. Daal af in de tijd dat je hunkerde naar warmte en deze niet vond. Maak een samenvatting van je jeugd door deze tot een sterk beeld terug te brengen. Bijvoorbeeld het beeld van een kind in een donkere, koude gevangenscel. Een soort kerker. Elk beeld dat jouw jeugd goed en indringend samenvat, is geschikt. (Bedenkt hierbij: het is jouw beleving van die tijd, geen oordeel over je ouders of wie dan ook, alleen jouw gevoelsmatige conclusie).

Keer nu elke dag terug naar dit beeld en breng dit kind een kleine boodschap. Deze boodschappen haal je uit je huidige leven. Gebruik hiervoor wat jij aan warmte en liefde van je kinderen ontvangt en geef dit door aan dat kind in die cel. De boodschap die je overbengt kan uit een blik bestaan die je vandaag trof, het kan een grappig woordje zijn, een gebaar van warmte of speelsheid, kinderen zijn meesters in de vele vormen die zij aan het begrip liefde kunnen geven.

Schuif deze boodschap onder de celdeur door. Of geef het met een lichtstraal mee. Of verzin zelf welke andere oplossing bij jouw beeld het best voldoet. Ga hiermee door tot het kind uit jouw jeugd uit deze gevangenis durft te komen. Laat haar daarna verder in jezelf en in vrijheid opgroeien, als de dochter die eindelijk is thuisgekomen.

Wanneer je deze oefening regelmatig doet, zul je na verloop van tijd merken dat je meer warmte van anderen zult durven toelaten. Je zult je veiliger voelen. Maar wees geduldig en hou vol. Blijf bij dit kind uit je jeugd tot het op eigen benen kan staan en is overgegaan in de volwassen vrouw die je nu bent.

En weet: de liefde staat achter je.

Vraag

.

Mijn zoon is 10 jaar en heeft alles wat hij wil, maar nooit kan dit kind lachen.
Ofwel daagt hij constant zijn zus uit die vier jaar jonger is uit achter mijn rug en ik ben nogal een persoon die vlug roept en niets helpt.
Sinds de scheiding ben ik zo gevoelig en trekt hij zo op zijn papa en kan dit moeilijk verwerken.
Deze week had ik hem gestraft en terug bed in en na een tijdje bleek dat ik het verkeerd had.
Vandaag had ik een briefje gevonden: ‘Kan mama niet gelukkig maken, altijd is zus de liefste en de braafste. Ik doe iedereen verdriet aan.’
Hij had een tekening gemaakt met kindje dat aan een peil (?) hangt.
Heb dit met hem besproken vandaag, alleen met hem. Hij zegt ook: ‘Mama, ik kan niks goed doen.’
Ik verdraag niks en dan ben ik zo kwaad.
Nu als ik goed nadenk heb ik hier ook een grote fout aan, maar ik kan van hem zo weinig verdragen.
Is het nu omdat hij op de papa lijkt?
Ik weet het zelf niet goed, maar uiteindelijk heb ik hier ook een grote fout aan. Ik heb nu gevraagd: ‘Willen we met iemand gaan praten?’, maar dit wil hij niet.
Weet iemand goede raad?

.

Antwoord

.

In uw vraag komen vele aspecten samen. Hierdoor voelen zulke situaties als erg verwarrend, tegenstrijdig en onoverzichtelijk aan. Gemakkelijk bouwt zich dan een gevoel van machteloosheid en zelfmedelijden op.

In de eerste plaats: uw zoon bevindt zich emotioneel in een moeilijke positie.
Hij voelt zich op een natuurlijke manier verbonden met zijn vader, maar voelt zich tegelijkertijd verantwoordelijk voor u.
U daarentegen hebt een emotionele weigering ten opzichte van uw zoon omdat hij u aan uw ex-partner herinnert.
U hebt de neiging hem te straffen en op hem te reageren voor wat zijn vader u (in uw beleving) heeft aangedaan.
Daarnaast is er nog uw dochter met wie u wel een natuurlijke band hebt.
Uit de signalen die uw zoon u geeft:
.
1. het pesten van zijn zusje als reactie op de aandacht die zij wel van u krijgt en hij niet,
.
2.  u gelukkig proberen te maken (dit typeert de aard van zijn karakter die invoelend en sensitief is),
.
3. en de tekening (een treffende illustratie van de eenzaamheid waarin dit kind verkeert en de machteloosheid en het verdriet dat het ervaart),
.
uit dit geheel wordt duidelijk dat de situatie bijzonder alarmerend is.
.
Mijn raad aan u is: schakel uw zoon in om u te helpen.
Hiermee bedoel ik: geef hem het vertrouwen terug dat hij iets voor u kan doen, dat hij waardevol is.
Maak hem duidelijk dat u als moeder en als mens nog veel moet leren en dat u daarbij van hem hulp kunt gebruiken.
Laat vervolgens aan hem welke hulp hij wil geven. Misschien wil hij een klusje in huis doen, u helpen met de boodschappen of wat dan ook.
Neem zijn verantwoordelijkheidsgevoel serieus en laat hem een deel van de oplossing worden in plaats van hem tot hoofdprobleem te maken.
Maak hem duidelijk dat u met met z’n drietjes als gezin een eenheid bent die door samen te werken ook hier weer uit zal komen.
.
Ga vervolgens op zoek naar hulp om uw reacties op de scheiding te kunnen verwerken.
Zolang u deze kwetsbaarheid in uw gevoelsleven niet aanpakt, reageert u te sterk op uw kind.
Bent u in wezen zelf een kind. En dat terwijl u ook de moed bezit uw fouten te zien en te erkennen.
Die krachten zijn ook in u aanwezig. En dat is heel erg hoopvol. Er zijn maar weinig mensen die hun  hoofd durven te buigen door hun fouten openlijk toe te geven.
Gebruik deze kracht en kwaliteit dan ook ten opzichte van uw zoon en uw gezin en wees moedig ten opzichte van uw eigen onverwerktheden en pak deze aan.
.
Uw zoon is een gevoelvol kind met een groot verlangen u gelukkig te willen maken.
Geef hem de kans u te helpen en hij zal zijn gevoel van verantwoordelijkheid vorm kunnen geven waardoor zijn zelfvertrouwen groeit en de waarde van zijn leven weer zal toenemen.
Uiteraard moet u hem geen zware opdrachten geven, hij hoeft niet uw ex-partner te vervangen, maar hij kan wel als kind zijn wijsheid en liefde aan u laten zien.
.
Samengevat:
.
1. Geef uw zoon de kans u te helpen en laat hem zelf de vorm bepalen waarin hij dit wil doen. Bijvoorbeeld kleine klusjes in huis zodat u hem leert waarderen en hij zijn gevoelens voor u kan tonen.
.
2. Ga uw onverwerktheid ten aanzien van de scheiding aanpakken. Dit is uw proces. Verwerk dit proces met volwassenen, zoek hierbij goede begeleiding. Zadel uw kinderen niet met uw onverwerktheid op.
.
3. Werk als gezin met z’n drieén, maak er een klein groep van die zichzelf van binennuit steeds sterker maakt.
.
Bon courage!

A

Vraag

.

Prachtige beschrijving!
Graag wilde ik een vraag stellen.
Afgelopen twee jaar had ik vaak beelden uit mijn “vorige” leven waardoor ik weer puzzelstukjes kreeg om mezelf te onderzoeken. Nu is dit vorige leven voordat ik in dit leven kwam meer dan 500 jaar geleden. Zelf heb ik altijd het ” gevoel” dat ik als het ware heel lang nodig had om terug te komen om weer geboren te worden. Kan dit onbewust meespelen in het feit dat ik heel veel moeite heb om te aarden?

.

Antwoord

Te veel termen, te weinig duidelijkheid

.

Wat is aarden?
Dat is de eerste vraag die gesteld moet worden.
Te snel en te vanzelfsprekend wordt deze term gebruikt alsof men precies weet wat ermee wordt aangeduid.
Juist op het gebied van de menselijke geest, een terrein dat nog helemaal verkend moet worden, is inhoudelijke duidelijkheid een eerste vereiste. Te gemakkelijk blijft deze verkenning anders hangen op het peil van de goedwillende dilettant die op basis van wat termen zich een professional waant.
Laten we vooral kritisch en onderzoekend zijn, niemand gelovend dan enkel de ontwikkeling van de eigen waarachtigheid en iemand pas vertrouwen als deze eerst 100.000 keer als doorleefd, doordenkend en doorvoelend is ervaren.
Laten we alle kafdragers van de korendragers leren onderscheiden zodat we geen tijd verspillen met luchtledigheid die enkel elkaars ijdelheid dient.
Laten we deze kafdragers negeren, hen geen aureolen aanreiken.
Of anders bevragen en bevragen zodat we al onderzoekende tot een eigen oordeel kunnen komen.
De werkelijkheid verdient niets minder dan onze heilige inzet en overgave.
Voor minder doet ze niet open.
Word een medewerker van een schone korenschuur zodat de geest zich zal tonen voor hen die daar in dienstbaarheid hun leven geven in plaats van haar kennis uit te buiten, te versjacheren en te populariseren tot luchtgebakken zweefvoer.

.

Word een geheel

.

Aarden is verbinding maken met de aarde zodat de groei (de functie van het aardse bestaan) zo optimaal mogelijk kan zijn. Deze optimale groei wordt bereikt door het evenwicht te vinden van geestelijke en aardse werkelijkheid.
De aarde dient de geest, zoals ook het lichaam de geest dient door haar op aarde ervaringen te geven die nergens anders mogelijk zijn.
Goed geaard zijn is dus de aarde zo leren gebruiken dat de geestelijke groei erdoor gesterkt en gestimuleerd zal worden.
Een goed geaard persoon is evenwichtig ten opzichte van het aardse bestaan zoals zijn lichaam (gezond leven), zijn omgeving (respectvol omgaan met de natuur) en zijn  plaats binnen het geheel (de aarde als draagster van ervaringen).
Goed kunnen aarden geldt voor ieder mens. Het is een onderdeel van zijn bewustwording.
De een is nog te aards ingesteld en heeft in de onthechting van het materiële zijn leerschool te beleven.
De ander is te zweverig en zal moeten leren de positieve zijde van de aarde naar voren te halen in plaats van te vluchten voor het ruwe en het grove.
Zo bevindt ieder mens zich tussen deze twee krachten en zal hij beide tot een eenheid moeten leren brengen. Want dat is de bedoeling van deze fase: word een geheel. Je bent niet op de aarde om te zweven maar om je tijd en ervaringen zo goed mogelijk te leren kennen. En je bent hier ook niet om enkel in het materiële te verblijven. Beide zijden zijn enkel een stadium van groei en een ieder moet zelf zijn positie hierin bepalen en van daaruit zijn evenwicht leren vinden.

.

Kan een lang verblijf in het onbewuste de oorzaak zijn dat ik me moeilijker aard?

.

Nu de vraag zelf: kan een lang verblijf in het onbewuste stadium de oorzaak zijn dat men moeilijker aardt?
Nee, de duur van dit tussenstadium heeft geen invloed op de wijze waarop men het leven erna zal ervaren.
Er zijn mensen die vele honderden en soms langer in het onbewuste zijn geweest en daarna een zeer aards leven ervaren. Wat wel van invloed is, zijn de ervaringen van het vorige leven.
Zo kan een kloosterleven waarin men enkel het religieuze was toegewijd, een grote impact hebben op het actuele bestaan doordat men bijvoorbeeld seksueel ontregeld is, hetzij de overactieve kant op, hetzij de overpassieve kant op.
Wanneer men dus het gevoel heeft slecht te kunnen aarden, dan ligt de oorzaak in het vorige leven. Door hierover te mediteren en de opkomende emoties of herinneringen te onderzoeken, kan men wellicht (maar alleen voor zichzelf) iets ontdekken dat kan bijdragen deze ontaarding beter te begrijpen en daardoor effectiever aan te pakken.

.

Groeiplaats

.

Ten slotte: aarden is een kwestie van de aarde leren liefhebben.
Dit kan door tuinieren, de grond omwoelen, de grond ruiken, proeven desnoods, dat kan door te zaaien, de planten te zien groeien, dat kan door de bijzondere tijd van de oogst mee te maken.
Dit kan ook door met dieren om te gaan, hun levens te begrijpen. Of door de boslucht in te ademen, de plaats van de aarde te midden van de evolutie te onderzoeken.
De aarde is een prachtige plaats. Helemaal voor ons gemaakt.
De aarde is niet de maatschappij, maar de aarde dat is de boom, het water van de rivier, de wind in de zeilen, de bodem waarop je loopt.
Bezing de aarde in je gemoed, geef haar je liefde en mooiste gedachten.
Dan dien je de geest die haar heeft voortgebracht, speciaal voor jou deze groeiplaats heeft bedacht.

Vraag

.

Dank voor deze zoveelste bouwsteen voor de groei van mijn bewustzijn. Ik heb een aanvullende vraag.
Begrijp ik het goed dat iedereen een gids heeft maar niet iedereen daarnaast ook een leider?

.

Antwoord

.

Men heeft een gids óf een leider.
De meeste mensen hebben een gids, enkelen een leider.
Deze afstemming hangt samen met het actuele leven. De meeste mensen hebben een persoonlijk leven. Een leven waarin ze goedmaken aan anderen, zichzelf ontwikkelen en ervaringen verzamelen die voor hun bewustzijn gebruikt kunnen worden.
Bij een persoonlijk leven is er een gids die eenzelfde soort leven heeft geleid.
Hij helpt de mens waar het mogelijk is en waar de mens bereikbaar is.
Niet iedereen is even goed bereikbaar voor deze subtiele energie.
Wanneer de gids de mens wel kan bereiken zal deze de mens behoeden, bemoedigen en waarschuwen. Omdat het vaak gebeurt dat de gids de mens niet kan bereiken omdat deze te zeer op het aardse niveau is afgestemd, zal daadwerkelijke hulp maar zelden kunnen gebeuren.
Het is meestal in acute noodsituaties dat de mens openstaat voor deze vorm van hulp.
Een leider richt zich niet zozeer op het persoonlijke leven maar vooral op de taak die de mens zichzelf heeft gesteld.
Vooraf aan het aardse leven hebben taakbrenger en leider al contact.
Ze bespreken samen de weg, de te verwachten moeilijkheden, enzovoort.
Na een zekere leeftijd treedt de taak en daarmee de leider meer naar voren en werkt deze krachtiger op de mens in. Daarmee wordt de taak geactiveerd en kan deze definitief vorm krijgen.
De geestelijk leider is zelf weer opgenomen door een leider die hem leidt, enzovoort.
De mens op aarde is het voetvolk, de laagste in rang en wordt geacht uit te voeren wat hem wordt ingefluisterd.

.

Alles voor de taak

.

De leider bekommert zich niet om het persoonlijke leven, dit moet tot op zekere hoogte uitgekristalliseerd zijn om een taak te kunnen uitvoeren omdat het anders te veel van de taak zou afleiden.
De leider richt zich op de algemene taak waar deze mens voor gekomen is.
Een leider zet grote lijnen uit, eist alles van de uitvoerende mens en beloont hem met inzichten en ‘doorkijkjes’ in het geestelijke bestaan.
Waar een gids meer een vriend of vriendin is, daar is een leider een gezaghebbende. De afstand is groter, de intimiteit openbaart zich niet tussen twee zielen maar tussen twee werkers die met een taak bezig zijn.
Deze werkrelatie is daarom heel anders dan een persoonlijke band.
Een gids is nabij.
Een leider is opgenomen in de taak.
Ondanks dat een leider al van jongs af aan bij de mens is, is hij streng en onverbiddelijk. Alles draait om de taak. In die zin komt een gids warmer van karakter over, bezorgder, meer gelijk aan de mens.
Een gids is een uiting van liefde, een leider lijkt afstandelijker, is geconcentreerder. Alle tijd is kostbaar, er is nog maar weinig speling, de taak vraagt de volle inzet van zowel de leider als de mens. Het is een andere energie, de gezelligheid voorbij, de intimiteit voorbij, onderweg, scherp afgesteld, geen seconde verliezend. De liefde is hier de taak zelf geworden en niets daaronder wordt getolereerd.
Ten slotte: een taak betreft velen, een persoonlijk leven beperkt zich tot die betreffende mens en zijn directe sociale omgeving.
Een leider maakt zich bekend, (vaak ook wat hij op aarde was), een gids werkt meestal in de anonimiteit.
Een taak dient zich aan, hoe dan ook.

Vraag

.

Door……. 65. vergroot een veel voorkomend thema bij vele mensen uit.
Dank hiervoor en ik hoop dat het vele mensen tot inspiratie zal zijn.
Mijn vraag is:
Is het de bedoeling dat je actief op zoek gaat naar je thema of thema’s en hoe kan je dat dat het beste doen?
Eenmaal gevonden hoe kan je je levensthema(’s) dan het beste tegemoet treden?
Theije bedankt voor de vele inspiratie-sprongetjes in mijn leven!

.
Antwoord

.

Een levensthema heeft een meer algemene vorm waarin het zich manifesteert en een kern die uiterst individueel is.
De vorm kan bijvoorbeeld het thema ‘relaties’ zijn.
Het betekent dat de opdracht via anderen speelt en dan met name via anderen waarmee men een relatie heeft.
De inhoud is veel specifieker van aard.
Dit kan voor de een, een opkomen voor zichzelf zijn, voor de ander een levenslange oefening in mededogen en voor weer een ander kan het om de ontwikkeling van samenwerking gaan waarbij harmonie en gelijkwaardigheid een kernrol spelen.
De inhoud is dus veel gerichter en persoonlijker van karakter.
Levensthema’s zijn mentale groeigebieden voor het actuele leven.
Deze groeigebieden zijn in ontwikkeling en hebben een bijpassende gevoeligheid. (Vergelijk: de gevoeligheid van een foetus)
Een gevoeligheid die dus extremer is dan de normale gevoeligheid zonder deze ‘taak’.
Een levensthema herken je aan je geraaktheden.
Daar waar je voortdurend geraakt wordt door anderen of door je eigen ideeën hoe anderen daarover zullen denken.
Deze geraaktheid houdt je heel lang bezig en geeft je regelmatig het gevoel er niet verder mee te komen. Een levensthema is namelijk taai en blijft je aandacht vragen. Het kan je moe maken en wanhopig, het beproeft je tot op de rand van je vermogens.
Een bekend levensthema is bijvoorbeeld de behoefte aan controle.
Wie op dit gebied extra aanraakbaar is, zal veel energie opbrengen deze controle te perfectioneren.
Het leven is zo verstandig om ons eerst een opbouw te gunnen. Het lijkt dan alsof het ons ook lukt.
Dit kunnen we controleren, dat gaat steeds beter, kortom we voelen ons steeds zekerder van onze zaak. Het is op dit zekere punt, dit punt van voldoening (geestelijk een slapend punt), dat de aanraakbaarheid geactiveerd wordt, maar nu niet langer vanuit de bevestigende maar vanuit de ontmantelende zijde.
De controle die men eerst nog dacht te hebben, vermindert snel.
Het gevecht begint. Men geeft deze controle niet zomaar uit handen.
Maar hoe de strijd zich ook zal ontvouwen, aan het einde is er de chaos en de totale ontreddering als tegenhanger van de controle.
Het is dankzij deze chaos, machteloosheid en angst dat men erachter komt dat er op een andere manier naar innerlijke veiligheid gezocht moet worden.
.
Omgaan met levensthema’s
.
De beste manier om met een levensthema om te gaan, is door de noodzaak te zien waarom dit thema aanwezig is.
Overal waar we chronisch aanraakbaar zijn, hebben we iets nog niet diep genoeg begrepen.
We kunnen daar nog sterker en ruimer worden.
Wie alles onder controle wil houden, zal zich in wezen moeten richten op vertrouwen, overgave, meegaan. Wie voortdurend met zijn werk in de knoei komt, bijvoorbeeld omdat hij geen werk vindt dat hem voldoening geeft, zal zich moeten richten op zijn dragende motieven. Motieven die alle andere bezwaren kunnen overstijgen. Wat is belangrijker dan wat ook voor die persoon? En als dat gevonden is: en wat wordt ermee gedaan? Dat is hier de opdracht.
Wie voortdurend in problemen komt met anderen, zal vooral bezig moeten zijn met de echtheid in zichzelf. Wat wordt waargemaakt van wie je wezenlijk bent? Wie is degene die er is voordat iemand binnenkomt en wie is de persoon die er blijft nadat iedereen vertrokken is? Wie blijft dan over en hoe is de relatie met deze ene?
Levensthema’s vormen ons levenslange huiswerk, want ook als het weer na een lange periode van hectiek wat rustiger is geworden, betekent dit niet dat het voorbij is.
Daarom is de beste manier: houd het initiatief.
Begrijp waar je aangeraakt wordt, iedere keer opnieuw, meer dan anderen, en ga naar de kern van deze aanraking.
Elk thema dient uiteindelijk maar één doel: de versterking van onze onafhankelijkheid van anderen, van de wereld en van de nog onvolgroeide aspecten in onszelf.

Vraag

.

Als ik het goed begrijp is de oerbron het beginsel van waaruit de mens zich ontwikkelt via het ‘analoge’, aardse pad. Door de oerbron en de keuzes die we in overeenstemming hiermee maken krijgt ons leven vorm. De oerbron beheert het plan dat klaar ligt en waarin niets overgeslagen wordt en alles uiteindelijk omgezet wordt in bewustzijn en dus groei. Mij lijkt het dat de oerbron dus zowel volledig bewustzijn vertegenwoordigt als ook het beginsel, het potentiële wat door de mens, in heel veel levens, waar gemaakt zal worden (afhankelijk van zijn mate van aanvaarding). Ik vind het lastig om deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheden van volmaakt/absoluut bewustzijn en beginnend/relatief bewustzijn in 1 geheel te zien.
Ik zou het fijn vinden om wat meer te weten over de oerbron.
Fijn dat je zo gedetailleerd deze kennis met ons deelt!

Antwoord

A.
De oerbron (of ziel) van ieder mens bevat alle noodzakelijke informatie om volledig bewust te kunnen worden van zichzelf, de wereld en de gehele schepping. Deze informatie bevindt zich in kiemvorm in deze kern en zal door de mens ‘uitgepakt’ of beter gezegd, ontwikkeld of bewust gemaakt moeten worden. Deze ontwikkeling van de kiem gebeurt door de vele ervaringen waarmee de mens gedurende zijn evolutie in aanraking komt. Elke ervaring werkt als een elektrische stroom die op deze kiem wordt afgestuurd en waarmee vervolgens een volgende groeifase voor de drager van deze kiem wordt ontworpen. De kern of kiem van de mens is dus volledig bewust, maar dan wel als kern, te vergelijken met een beukennootje dat weliswaar een volledige boom in zich draagt maar op dat moment die boom nog niet is. Deze kiem is behalve met de mens verbonden, ook met de scheppingskern verbonden. Deze kiem of kern is dus ook een verbindingskern.
De scheppingskern heeft deze kiem aan de mens uitgereikt maar houdt deze ook onvoorwaardelijk vast. Tussen scheppingskern en persoonlijke oerkern bevindt zich een scheppingskoord, vergelijkbaar met een navelstreng. Dankzij dit koord blijft de mens binnen de wetten en zal hij nooit buiten de schepping kunnen geraken. De wetten van het bestaan zijn de vormgevers, de omstandigheden van de schepping zelf. Ze zijn er om de evolutie van de schepping mogelijk te maken. Zonder wetten geen bewustzijn. Deze wetten komen dus van de scheppingsbron en werken zich uit via de kiem in de mens. Deze kiem ‘geleidt’ deze wetten als het ware zodat de mens ze intrinsiek kan ondergaan.

.


(Klik op afbeelding om deze te vergroten)
.

Er zijn dus drie krachten te onderscheiden, drie bewustzijnsniveaus: de scheppingskern als volledig bewuste en uitsturende energie, de oerkern als verbindingsenergie van de mens zodat dankzij deze kern de levenswetten op persoonlijke basis ondergaan en begrepen kunnen worden. Deze oerkern is in potentie bewust, maar niet in voldragenheid. Deze oerkern zorgt er voor dat de mens wel de werking maar niet het bewustzijn ervaart. Deze combinatie van werking en onwetendheid is een ideale basis voor groei.
En de mens, deze is bijna geheel onbewust vergeleken bij deze krachten en wordt via de stuwing vanuit zijn ziel, die op haar beurt weer wordt gestuwd door de scheppingskern, op weg gestuurd om de gehele schepping als zichzelf te leren kennen. De mens is de onbewuste, hij is geladen met een kiem en wordt geleid en is verbonden met het albewuste. Het is door deze gelaagdheid in bewustzijn dat de oerkern zowel met het volle bewustzijn als met het beginnende bewustzijn te maken heeft. Het betekent ook dat hoe meer de mens zich bewust wordt van zijn plaats binnen de levenswetten, hoe ruimer zijn oerkern wordt en hoe meer van de scheppingsenergie door deze oerkern kan stromen. Het effect is een steeds grotere versmelting met de scheppingskern.

Vraag

.

Door het lezen van de ‘Door’ van vandaag kwam er een aantal vragen in mij op over het onderbewustzijn.
Waaruit bestaat het onderbewustzijn? Is dit onderbewustzijn een van de vormgevers van de situaties waar we mee te maken krijgen? Hoe herken je een situatie die ontstaat vanuit het onderbewustzijn t.o.v. een situatie die nieuw is. Kan je dit verschil überhaupt herkennen? Wat is het verschil tussen onbewustzijn en onderbewustzijn, of is er juist een relatie tussen de twee?
Een boel vragen! Ik dank je voor elk antwoord dat je mij kunt geven.

.

Antwoord

.

De hier naar voren gebrachte vragen bevatten werelden aan diepte. Veel zal daardoor niet aan bod kunnen komen, omdat door een te gedetailleerde benadering de grote lijn verloren zal gaan. Daarmee zou het doel van dit concept niet gediend zijn.
Daarnaast zal ook duidelijk moeten zijn dat de gegeven antwoorden voortkomen uit een persoonlijk doorleefd onderzoek.
Een ieder staat het vrij dit onderzoek zelf aan te gaan en te beproeven op waarheid en wijsheid.
Rekening houdend met deze beperkingen, ga ik nu tot het antwoord over.
.
Waaruit bestaat het onderbewustzijn?
.
Het onderbewustzijn is een verzamelplaats van onze herinneringen.
Alles wat we ooit hebben meegemaakt en dat tot ons gevoelsleven is doorgedrongen, blijft ons bij als materiaal waarmee we onszelf en het bestaan kunnen ontraadselen.
Dit onderbewustzijn bestaat uit vele lagen, te vergelijken met archeologische aardlagen.
Elke laag bevat informatie voor onze innerlijke groei.
De diepste laag van ons onderbewustzijn wordt gevormd door onze ziel. Daarin is het onderbewustzijn tot weten overgegaan en krijgt dit niveau vorm door ons geweten.
De werking van dit weten treedt bijvoorbeeld naar voren doordat iemand niet in staat is, ook niet onder grote druk, een ander te vermoorden. Er is een definitieve weigering die zo sterk is dat men liever zelf sterft dan een ander het leven te willen ontnemen. Deze absolute uitwerking typeert de ziel en daarmee het geweten.
Boven (in de zin van erboven gelegen maar wel minder bewust) het niveau van de ziel bevindt zich het onderbewustzijn als voorraad aan herinneringen ten behoeve van onze groei.
Deze laag werkt op ons gevoel in en zorgt voor de vormgeving van onze omstandigheden.
Het onderbewustzijn ontwerpt de omstandigheden als een wereld van beelden en situaties, de wereld als voorstelling en etalage voor onze groei.
Het onderbewustzijn weet heel precies welke omstandigheden in welke fase van onze ontwikkeling het meest effectief zijn.
Boven het onderbewustzijn bevindt zich het dagbewustzijn.
Dit is het niveau van het maatschappelijke denken, het behoort tot dit leven.
Dagbewustzijn wordt gevormd door kennis van school, overdracht vanuit de cultuur, media, enzovoort.
Het dagbewustzijn is oppervlakkig vergeleken met het onderbewustzijn. Het onderbewustzijn gaat veel dieper omdat het in contact staat met ons gevoelsleven.
Veel van ons dagbewustzijn verdampt zodra we het niet meer gebruiken. Bijvoorbeeld: wat we op school hebben moeten leren, verdampt zodra het geen actieve rol in ons leven meer speelt. Ook na onze dood zal veel van de aardse kennis die geen verbinding met ons gevoelsleven heeft gemaakt, oplossen.
Samengevat: het onderbewustzijn is een voorraad aan herinneringen die omstandigheden scheppen die ons in staat stellen innerlijk te groeien.
.
Hoe herken je een situatie die ontstaat vanuit het onderbewustzijn t.o.v. een situatie die nieuw is?
.
Ik denk dat hier bedoeld wordt: hoe herken je een situatie die uit het verleden voortkomt en hoe herken je een situatie die in het nu ontstaat?
Dit is een zeer moeilijke vraag. In principe bestaat de mens uit zijn onderbewustzijn, uit zijn verleden.
Alles komt dus uit dit verleden voort. Toch is er ook sprake van ontwikkeling, van groei.
Er is dus ook iets nieuws.
Dit nieuwe bevindt zich in het onbewuste.
Dit onbewuste bevindt zich overal om ons heen, op dezelfde wijze dat er overal om ons heen ruimte aanwezig is.
Het onbewuste is het gebied van het oningevulde, het voor ons nog niet bestaande.
Het meeste is voor ons nog onbewust.
Wanneer we vanuit het onderbewuste innerlijk weer iets bewuster worden, dan veroveren we op dat moment een klein deel van het alom aanwezige onbewuste. Dit wat we veroveren is dus nieuw. Daar waar we iets bewuster worden, dijen we uit doordat we een klein stukje onbewustzijn omzetten in bewustzijn. Samengevat: Het overgrote deel waar we mee te maken hebben, is verleden. De splinters onbewustzijn die we in bewustzijn kunnen omzetten, dat is het nieuwe.
Dit nieuwe, pas veroverde, zakt na een zekere tijd van het dagbewustzijn terug in ons onderbewustzijn zodat het op een later tijdstip nog eens gebruikt en weer bewuster beleefd kan worden.
.
Wat is het verschil tussen onbewustzijn en onderbewustzijn, of is er juist een relatie tussen de twee?
.
Onderbewustzijn is aanwezig, is een gevoelsherinnering die geactiveerd kan worden.
Onbewustzijn is het nog niet betredene, het oningevulde, het nog niet gewetene, het nog te veroveren deel van onszelf en het bestaan.
Onbewustzijn is ruimte zonder kennis, is een heelal dat we nog in bewustzijn moeten leren omzetten.
We weten niets van wat ons morgen zal kunnen gebeuren. We kunnen wel van alles bedenken op basis van vandaag en gisteren, maar echt weten doen we het niet. Voor dat deel waarin we het niet weten, zijn we onbewust.
Onbewust zijn we ook ten aanzien van onszelf. Wat weten we van onszelf? We weten een paar kleine aspecten misschien, maar van het overgrote deel van onszelf zijn we onbewust.
Onderbewustzijn is te vergelijken met een wereld waar een werking vanuit gaat die ons dagelijks beïnvloedt. Vanuit onbewustzijn gaat niets uit, want er is niets.
Onderbewustzijn is al ons verleden.
Onbewustzijn is al onze toekomst die we nog met bewustzijn moeten veroveren.

Vraag

.

Wat een helderheid, wat een krachtige ondersteuning in mijn streven om een open en doorstromende verbinding te bewerkstelligen met mijn innerlijk. Het aanvaarden dat mijn verleden een zee van verkeerde keuzen herbergt en dat dit verleden nog zo’n enorme invloed heeft, is een heel belangrijke en werkzame wetenschap. Het is opmerkelijk dat ik daardoor niet in mijn huidige of werkelijke levenstijd ben, maar deze voorbij laat gaan met het gevecht met mijn eigenwijze wil! Natuurlijk is het mijn trots die niet wil erkennen dat ik nog zoveel kleiner ben dan ik denk!
Dan heb ik nog een vraag: Is het mogelijk om op beide fronten bezig te zijn? Enerzijds het verleden laten uitrollen en tegelijkertijd te streven om de verbinding met mijn huidige, werkelijke tijd te beleven? Hartelijk dank voor uw antwoord.

.

Antwoord

.

De verbinding met ons heden, het actuele gevoelsleven, ontstaat nádat we eerst hebben aanvaard.
Aanvaarden is het verleden voor laten gaan aan de eigen wensen en actuele behoeften en gevoelens.
Dit voor laten gaan van het verleden is handelen naar de natuurlijke plaats die het verleden in ons bestaan inneemt.
Dit verleden was er eerder dan ons actuele voelen en daarom is het een natuurlijke en wetmatige volgorde eerst dit verleden te laten uitrollen.
Vooraf aan elke levensdag, en dit kan kort zijn zoals een gedachte of uitgebreid zijn zoals een meditatie, begint men dus met de actieve aanvaarding door middel van een innerlijke buiging.
Het effect hiervan dat het gemoed wordt geschoond en geordend ten opzichte van de huidge omstandigheden. De kijk erop wordt scherper, duidelijker, onafhankelijker van emoties.
Het maken van deze buiging is soms vreemd omdat deze vorm van deemoed en overgave haaks staat op de pijnlijke omstandigheden waarin men kan verkeren.
Hoe moeilijk is het immers om voor de kwelling van een ziekte, voor het gemis van een geliefde of voor de vele beperkingen waarmee men te maken kan hebben, om daarvoor een buiging te maken? Alsof men daar ontzag voor heeft?
Toch is deze buiging de deur naar een beter zien, een duidelijker voelen, een waarachtiger keuze.
Men buigt namelijk niet voor de omstandigheden zelf, maar voor het gegeven dat zij zich nu laten zien en voelen als de beste tijd voor mentale groei en versterking.
De omstandigheden zijn er niet om ons te mismaken of om ons te verzwakken.
De buiging die men moet leren maken betreft de buiging voor de levensordening waarin een ieder zich bevindt en die precies die ingrediënten bevat die voor onze groei noodzakelijk zijn.
Men buigt niet voor de pijn, maar voor de wijsheid achter deze pijn, zoals ook een wond bij een operatie noodzakelijk is om verstorend weefsel te kunnen verwijderen. Zo ook zijn onze omstandigheden een onderdeel van een veel grotere operatie.
Met de buiging voor dit ruimere levensverband wordt de aanvaarding zelf verdiept.
Het is dan ook in de diepte van de buiging dat het waarnemen en het beleven van de verbinding met het eigen gevoelsleven, navenant wordt verdiept.
Een oppervlakkige, routineuze buiging levert niets op, een doorleefde, intens gevoelde buiging daarentegen heel veel.
Dankzij deze buiging kan het actuele willen indalen en worden ontdaan van zijn vervormende, haastige en naar gemak zoekende verlangens.
Het eigen willen wordt nu losgemaakt van het strategische en naar gemak zoekende denken.
Het is dankzij deze buiging dat de verbinding met het actuele gevoelsleven korter en natuurlijker is geworden.
Met de buiging voor het eigen verleden maakt men eveneens een buiging voor het meest levende onderdeel van zichzelf: de gewetenskeuze
Wie elke dag deze innerlijke buiging maakt, zich verstilt en aanvaardt, dit machtige verleden zijn verhaal laat vertellen, die opent zich voor de levende scheppingsdraad waarmee we vanaf het begin der tijden zijn verbonden.
Hoe zou men zichzelf beter kunnen leren verstaan?

Vraag

.

Om de grotere werkelijkheid te ontmoeten, is het allerbelangrijkste om eerst in het hier en nu te zijn?

.

Antwoord

.

‘Hier’ en ‘nu’ zijn termen die veel gebruikt worden maar meestal betekenisloos zijn.
Ze worden verondersteld ‘gekend’ te zijn, maar het zijn lege woorden, te vaak gebruikt, te veel uitgesproken, te vanzelfsprekend en gedachteloos gebruikt.
Wat betekent ‘hier’?
‘Hier’ is waar we zijn, waar we leven. Waar we ademen, waar we onze gedachten en gevoelens beleven. Waar we gefrustreerd of blij zijn.
‘Hier’ is die vreemde werveling die voortdurend om ons heen is als een persoonlijk klimaat waarin we gedijen, kunnen groeien. Een persoonlijke biotoop die ons leven heet, ons bestaan wordt genoemd, onze onvervangbare omgeving waarin wij ons in het centrum bevinden.
‘Hier’ is altijd heel dichtbij, heel levend, heel onbegrijpelijk, heel snel, heel langzaam, heel mooi, heel lelijk. ‘Hier’ is een wereld en die wereld is alleen voor ons. Sommige anderen komen in deze wereld, ze worden toegelaten. Anderen houden we tegen bij de grens. Of zouden we moeten tegenhouden. ‘Hier’ is onze aarde en onze hemel, ons verleden en ons heden. ‘Hier’, zo’n klein woordje en zo onuitputtelijk in zijn inhoud.

.

En ‘nu’ is het mysterie zelf. ‘Nu’ is ondoorgrondelijk want voordat we het woord hebben gedacht of uitgesproken, is het al niet meer waar.
‘Nu’ is het meest geheimzinnige woord dat er bestaat. ‘Nu’ is stilte, maar wat weet ik van stilte?
‘Nu’ is oorzaak zonder gevolg. ‘Nu’ is toegang zonder einde. ‘Nu’ is zo groots dat elke beschrijving zijn werkelijkheid tart. Wat weet ik van het ‘nu’ af? Niets.
‘Nu’ is een zindering, een trilling, duizenden vliegjes die in een zonnestraal dansen, is dat het ‘nu’? Of kijk ik alweer naar het ‘nu’ dat zojuist voorbij is gegaan?
Het is verwarrend hoeveel woorden we gebruiken en daarbij denken iets te zeggen, ja zelfs iets waars uit te drukken terwijl het vaak lege begrippen zijn die als stuurloze papieren bootjes oceanen van geheimen denken te kunnen beschrijven.
De grotere werkelijkheid is alleen te doorgronden met dat wat we zelf tot adem en wonder hebben gemaakt. Wat we zelf tot leven en woord hebben bezield. En zelfs dan, als we dat nieuwe woord uit ons innerlijk hebben opgediept, zelfs dan gaat het maar om die ene keer dat het ook echt zo is. En dan ook nog maar alleen voor ons en niemand anders. En dan nog maar heel even.
‘Op naar de volgende ontdekking,’ roept de werkelijkheid ons, ‘op naar weer een nieuwe bezieling.’
De grotere werkelijkheid leren we nooit kennen doordat we haar in vaste en modieuze termen denken te benoemen, maar alleen door wat we in een flits als werkelijkheid hebben gevoeld.
Met minder neemt ze geen genoegen.