Vraag

.

Beste Theije,

Ik stelde de vraag via google: Hoe bevrijd ik mezelf? en kwam op jouw fantastische website uit! Het lijkt me maar niet te lukken. Ik voel veel verzet. Als ik stil ben, kan ik huilen, soms. Alles staat stil, buiten me (zo lijkt het), maar ik vermoed dat ik van binnen bezig ben, aan het groeien. Het lijkt ook alsof ik dingen meemaak, doorvoel, uit andere dimensies of van andere mensen op aarde (mijn vader?) enzo. Alsof ik iets doormaak wat gewoon moet en waar ik geen woorden voor heb/weet van heb. Dat ik niet weet welke kant ik op “moet” gaan voor vervulling, maakt me onrustig. Ik geef mezelf op de kop. En kan, wil, niet rusten in dit wat er is. Ik wil een richting, een antwoord, een zeker weten. Hoe bevrijd ik mezelf? is de enige juiste vraag volgens mij nu. Want dat is wat ik wil.denk ik.

.

Antwoord

AA

De weg der zelfbevrijding is een proces van vele fasen. Altijd gaat het om een deel dat men moet achterlaten en een deel dat men tegemoet zal gaan.

Door het deel dat men achter zal moeten laten, wordt men onzeker. Het is immers zo vertrouwd en bekend en heeft voor zoveel veiligheid gezorgd. Hoe moeilijk is het dit deel achter te moeten laten! Alsof je voor een deel sterft, zo voelt het. Toch kan het niet anders. Er is geen andere mogelijkheid om het tweede, het onbekende deel van ons, te kunnen veroveren. We zullen eerst ruimte in onszelf moeten vrijmaken voordat we een nieuwe ontwikkeling kunnen aantrekken.

.

Hoe laat ik het verleden los?

.

De eerste vraag is dan ook: hoe laat ik het verleden, het deel dat ik ben maar niet meer nodig heb, achter mij?

Je doet dit door alle gevoelens, herinneringen en opkomende gedachten door je heen te laten gaan terwijl je ondertussen naar iets bewegends kijkt. Zoals naar een wolk, een stromend water, een fietser die je passeert, kortom alles wat maar in je omgeving aanwezig is en beweegt, kun je als beeld nemen terwijl je al kijkende naar dit bewegende en voorbijgaande je verleden doorleeft. Dat laat je eveneens voorbijkomen. Door zo te doen, verbind je ditzelfde verleden, dit deel dat je achter kunt laten, met beweging en verandering. Je maakt het los van de illusie dat het verleden vastligt, dat het onomkeerbaar is, dat je er niets meer aan kunt veranderen. Je zult erachter komen dat je verleden afhankelijk is van je actuele kijk. Hoe levendiger en beweeglijker je actuele kijk wordt, hoe relatiever en lichtvoetiger dit verleden zal aanvoelen. En daarmee heb je jezelf bereikbaar gemaakt voor het tweede deel: de toekomst.

Deze toekomst geeft eveneens angst en onzekerheid. Wat zal deze brengen? Zal het me ooit lukken? Ik heb immers al van alles geprobeerd? En hoe vaak dacht ik niet dat ik er al was?

.

Hoe ga ik de toekomst tegemoet?

.

Ook de toekomst geeft je een grote onzekerheid. Hoe hiermee om te gaan? Behalve deze oningevuldheid wordt onze toekomst ook bevuild met onze verlangens. We hopen, we willen zo graag. Zowel onzekerheid als verlangens zullen tot stilte moeten komen. Dit gebeurt het best wanneer we deze toekomst op twee niveaus gaan verkennen. Het eerste niveau verloopt via de stilte, de meditatie. We keren in onszelf, proberen zo stil mogelijk te worden en alle opkomende gedachten te observeren zoals we ook de fietser observeerden, of de vogel die voorbij kwam toen we met ons verleden bezig waren. We kijken nu vanuit de stilte naar dat wat in ons beweegt. We zijn niet langer onze gedachten maar alleen de waarnemer ervan. Dagelijks maken we zo een observatie van onze gedachten. We observeren met een stil oog. Het oog dat wil weten, dat niet langer wil oordelen. Het oog dat wil begrijpen, niet langer wil ingrijpen.

Het tweede niveau bestaat uit het maken van een wandeling waarbij je jezelf de opdracht geeft iets nieuws op te merken. Iets wat je nog niet eerder was opgevallen. Zoek niet naar dit nieuwe, maar stel je er alleen voor open. Laat het jou vinden. Het heeft jou gevonden als je verrast wordt. Als je je plotseling iets realiseert wat je nog niet eerder op deze manier hebt gerealiseerd. Schrijf dat wat je verrast op. Maak elke dag een wandeling of anders zo vaak als je kunt. Of dit dezelfde wandeling is of een verschillende, maakt niet uit. Het gaat om het ontdekken. Dat het onbekende, dat de toekomst jou zal kunnen vinden. Wanneer je zo een aantal ontdekkingen hebt genoteerd, zul je daarin een aanwijzing vinden voor je toekomst.

.

Ten slotte

.

Wees geduldig met jezelf. Ook de opbouw van je innerlijk is een geschiedenis van vele tijden. Dit verander je niet in korte tijd. Wees bij de kleine veranderingen en verlaat de grote verlangens. Het eerste hoort bij jou, het tweede bij de wereld.

Om jezelf te kunnen bevrijden zul je ook los moeten komen van al die wereldse beelden en verwachtingen. Zoals: ik ben nu zo en zo oud, zal het me ooit nog lukken? Waarom zien mensen mijn kwaliteiten niet? Waarom hebben anderen wel resultaat en ik niet? Beelden drukken de mens neer. Kleine stapjes, bescheidenheid, alleenheid en een veerkracht die zonder zelfmedelijden en klagen zichzelf verdiept en verhoogt, zorgen ten slotte dat je je van dat deel van jezelf kunt bevrijden dat je nu ontgroeid bent. © Theije Twijnstra

A

Vraag

.

Theije, dank voor deze ontzettend mooie Door.
Wat er in me opkomt is: Als je dankbaarheid voelt na aanleiding van een inzicht dat je hebt gekregen of je gedragen voelt, zou je jezelf dan ook meteen de vraag kunnen stellen: Wat kan ik nu doen om mijn ego te verkleinen?
Waar reageer ik nog op anderen? Waar kan ik eenvoudiger te worden? Om het inzicht meer recht te doen, de dankbaarheid op dat moment te vergroten en het proces in beweging te houden? Of zou het daar los van moeten staan?

.

Antwoord

.

Wanneer men zich dankbaar voelt naar aanleiding van een inzicht, dan is het beste deze dankbaarheid als gevoel te verdiepen.
Dit doet men door in te gaan op wat er gebeurd is.
In de eerste plaats heeft er een aanraking plaatsgevonden vanuit de grotere werkelijkheid.
Alleen deze werkelijkheid is tot deze dragende werking in staat.
Het naar voren halen van deze grotere werkelijkheid als bron van het ontvangen inzicht, is erg belangrijk.
Daarmee wordt de gebeurtenis in een ruimer verband geplaatst.
Deze grotere werkelijkheid uit zich via de aardse vorm en vaak geven we deze vorm de status van bron, terwijl zij slechts de mantel, de boodschapper van de aanraking is.
In welke vorm de gebeurtenis zich ook heeft voltrokken, wanneer we iedere keer daar een grotere en meer ruimere en geestelijke bron achter durven en willen plaatsen, dan verdiepen we de aanraking.
Het betekent namelijk dat er vanuit de onmetelijkheid belangstelling voor ons is.
Dat er vanuit de tijdloosheid aandacht voor ons is.
De diepste bron heeft ons lief, wil het mooiste en krachtigste aan ons te geven.
Het ons dieper realiseren van deze achterliggende werkelijkheid plaatst de ingeving in haar juiste perspectief.

.

Een wereld van zichzelf

.

In de tweede plaats is er de dankbaarheid zelf.
Het gevoel dat we in onszelf hebben ervaren.
Een gevoel van gekendheid, van erkenning.
Dankbaarheid vormt de bodem voor vertrouwen, voor overgave, openheid, vriendelijkheid, mildheid, stilte.
Dankbaarheid is een wereld die ons met onszelf verbindt.
De aanraking vanuit de grotere werkelijkheid laat de verbinding tussen deze mystieke bron en ons zien.
De dankbaarheid is de doortrilling van dit verbond, maar nu vanuit ons dagbewustzijn tot aan de diepste lagen van ons wezen.
We worden opnieuw met onszelf verbonden.
Dankbaarheid maakt ons hechter van structuur, steviger van eenheid, krachtiger van bezieling.
Daarom is dankbaarheid een wereld van zichzelf.
Een wereld waarin we niet vaak genoeg kunnen verblijven omdat het ons reinigt van angsten en onzekerheden, van verdediging en afweer.
Dankbaarheid opent ons innerlijk en maakt het tegelijkertijd meer geborgen dan ooit. Ingaan op wat deze dankbaarheid met je doet, hoe vaak je deze gevoelens beleeft, hoe zeldzaam je deze gevoelens nog om je heen treft, al deze gedachten laten je dwalen door deze wereld die tegelijk de toegang vormt naar het derde deel van dit antwoord:

.

wat te doen met deze aanraking en dankbaarheid?

.

In wezen hoef je niets anders te doen dan op te merken wat er dan in je gevoel gebeurt ten aanzien van wat er vervolgens voorvalt in je leven.
Je hoeft niet iets ’speciaals’ te doen, want daarmee zou je in het denken terechtkomen en dit zou weer heel gemakkelijk in het forceren terecht kunnen komen.
Het enige wat telt is: wat raakt jou nu aan?
En als er niets is, is er niets op dat moment.
Dan komt het wel op een ander moment.
Het is in de uitklank van de dankbaarheid, van de eenvoud en de overgave, dat je dan vanzelf zult voelen en weten wat voor jou het beste is om te doen.
En zo zul je merken dat vanuit de aanraking vanuit de bron en via de aanraking die je met jezelf heeft verbonden, dat uit die opbouw vanzelf de goede actie zal kunnen volgen. De aanraking leidt naar de dankbaarheid, de dankbaarheid naar de aanraking.
Een mooiere keten is niet denkbaar!

Vraag

..

Graag wilde ik ook nog een vraag stellen als het mag.
Mijn jongste kinderen (een tweeling) zijn erg bang voor honden en ik vind het lastig hoe daar mee om te gaan.
Ten eerste hebben we namelijk erg veel honden/pups op ons pleintje en een goede vriendin heeft ook een pup. Dus ze krijgen er veel mee te maken.
Ten tweede ben ik zelf wel een hele grote hondenliefhebber en heb ik m’n hele leven een sterke “hondenwens” en zou ik er graag over een tijdje een willen hebben.
Hoe kan ik mijn kinderen helpen met hun angst en ze leren met meer vertrouwen en ontspanning met honden om te gaan?

.

Antwoord

.

Oorzaak

.

De angst voor honden ontstaat doordat er een traumatische gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Recent of van langer geleden.
Wanneer het kind met deze angst is geboren, is er maar weinig nodig, zoals bijvoorbeeld een erg enthousiaste hond die iedereen wil begroeten, om het kind te laten schrikken.
Vanuit het geheugen van het kind wordt de angst onmiddellijk aangeraakt.
Wat we zien is een overdreven angstige reactie op een vriendelijke of spontane hond.
Natuurlijk kan de oorzaak ook van recenter datum zijn maar dan zal deze angst meestal van voorbijgaande aard zijn en een van de vele gebeurtenissen zijn die zich tijdens de groei kunnen voordoen.
Waarschijnlijk betreft het hier dus een oude angst.
Bij een tweeling zal er dan bovendien sprake zijn van besmetting, waarbij de een de bron van de angst in zich heeft en het andere kind wordt ‘aangestoken’ en daardoor net zo angstig kan reageren.
Het is een vorm van solidariteit en daarnaast een kans weer een beetje extra aandacht te genereren.

.

Werking


Honden hebben meteen in de gaten wanneer een andere levensvorm bang voor ze is.
Hun instinct is voortdurend gefocust op de sociale rangorde van hun omgeving.
Een angstig kind staat dus ‘onder’ hen.
Hierdoor reageren ze sterker op deze angstige kinderen dan op kinderen die daar geen last van hebben.
Het angstige kind trekt de honden aan en hiermee bouwt de angst zich verder op.
Kind en hond houden elkaar vast in dit patroon.

.

Aanpak

.

De kern van opvoeden bestaat uit het weerbaar en zelfstandig maken van kinderen.
Het is in deze staat van onafhankelijkheid dat zij zich het meest gelukkig kunnen voelen en de beste ondergrond hebben voor de ontwikkeling en vormgeving van hun talenten.
Kleine kinderen leven nog in een wereld van magie en betovering.
Een invalshoek die dus gebruikt kan worden ter vermindering en opheffing van deze angst.
Leg eerst aan de kinderen uit dat er overal goede krachten aanwezig zijn die hen kunnen beschermen. ‘Deze goede krachten kunnen overal in zitten. Zoals in een knuffel, een mooie steen, enzovoort. Wanneer we deze goede krachten gebruiken, kunnen ze ons gaan beschermen tegen honden.’
Ga vervolgens eerst samen met de kinderen op zoek naar een goede kracht die hen kan beschermen.
Help ze op weg, maar laat ze deze krachten (het moet natuurlijk wel haalbaar en hanteerbaar zijn) zelf uitkiezen.
Zorg dat ze deze bij zich hebben als ze naar buiten gaan.
De eerste keer zal er misschien nog geen effect zijn.
Leg uit dat ze deze goede krachten wel moeten opbouwen door het voorwerp ‘op te laden’.
Dit kan bijvoorbeeld met een zaklantaren die het voorwerp beschijnt.
Of door het kind een toverspreuk te laten zeggen.
Hoe vaker men dit ritueel met de kinderen uitvoert, hoe meer deze krachten geactiveerd worden in het innerlijk van deze kinderen.
Bouw samen aan de opbouw van deze beschermende kracht en leer de kinderen welke krachten zij aan dit voorwerp willen meegeven.
Zal het hen onzichtbaar maken voor honden?
Of zullen honden een andere kant oplopen als zij eraan komen?
Maak er een spel van waarin ze duidelijk wordt gemaakt dat honden altijd reageren, maar dat mensen altijd kunnen kiezen sterker te zijn dan de hond.
Illustreer deze innerlijke kracht door zelf als opvoeder dit voor te doen als er een hond in de buurt is.

.

Effect

.

Uit ervaring met volwassenen die eveneens een ‘onverklaarbare’ angst voor honden hebben, is gebleken dat wanneer zij om zichzelf ‘een ring van licht’ hadden gedacht, de honden niet meer op hen afkwamen.
Door deze mogelijkheid om zichzelf te kunnen beschermen, nam de angst geleidelijk af.
Deze was immers geen zelfstandigheid meer waarmee ze ‘maar te leven hadden’ maar een veranderbaar gegeven dat zij konden beïnvloeden.
Het resultaat van deze aanpak hangt dan ook nauw samen met de overtuiging die men in deze methode kan leggen.
Wanneer men er zelf niet in gelooft, zal het kind het ook niet geloven.
Laat staan de hond.

Vraag

.

Wat bedoel je met ‘vanuit een lichamelijke nuchterheid met de geestelijke werkelijkheid omgaan’?
zou je een voorbeeld, of enkele voorbeelden, willen geven?

bij voorbaat hartelijk dank!

.

Antwoord

.

Daarmee bedoel ik dat er een paar kenmerken zijn aan te geven hoe we het meest eerlijk met deze grotere werkelijkheid kunnen omgaan.
In de eerste plaats: eenvoud.
En daarmee bedoel ik dat alle koude drukte, moeilijke woorden, ingewikkelde rituelen, opzichtige kleding, dure cursussen, kortom allerlei vertoon van belangrijkheid, ijdelheid en machtsvertoon deze nuchterheid ontberen.
Bij al deze uiterlijkheden gaat het meer om de mens die zo druk is om geestelijk te willen lijken, dan om een mens die juist de geestelijke werkelijkheid zo veel mogelijk naar voren wil laten komen.
Het is een wonderlijk gezicht om al die kardinalen in dure habijten te zien lopen, al die grote imposante kerkgebouwen en rituelen te zien, en tegelijk te weten dat er vele ondoorzichtige geldstromen bestaan die dit alles in stand houden, dat er geheimen angstvallig worden bewaard, dat schaamte en zelfonderzoek meer nodig zijn dan dit eeuwenoude geparadeer.
Niet alleen de katholieke kerk maakt zich hier schuldig aan, ook vele moderne alternatieve richtingen glijden vaak ongemerkt de kant op van machtsverschillen door de een een ‘meester’ te noemen en de ander een nog hogere titel mee te geven. Nuchterheid trekt een streep door al deze uiterlijke behoeften en vraagt zich alleen af: ‘Wat maak je waar? Wat heb je vandaag gedaan? Gisteren telt al niet eens meer. Wat blijft er van je over als je al die tierlantijnen weghaalt?’

.

Navoelbaar én logisch

.

Een tweede kenmerk is: navoelbaarheid in logica.
En daarmee bedoel ik: de grotere werkelijkheid is niet met wetenschappelijke criteria in beeld te brengen noch te bewijzen. (Het lichaam is te bemeten, maar hoe groot is de geest van de mens?)
Maar dit wil nog niet zeggen dat er dan maar op los gefantaseerd kan worden.
Of met allerlei schijnlogica gegoocheld wordt.
Zoals bijvoorbeeld de persoon die aangeeft dat Jezus door haar heen komt, en aan wie gevraagd wordt: ‘Hoe weet je dat het Jezus is?’ antwoordde met: ‘Dat heeft hij mij zelf gezegd.’
Met navoelbaarheid bedoel ik: dat wat iemand zegt, moet je in je gevoel kunnen navoelen, zo kunnen herkennen dat het lijkt alsof je het hebt meegemaakt.
En met logica bedoel ik: klopt het wat er gezegd wordt?
Of is het iets wat ik graag wil horen?
Of klinkt het zo indrukwekkend en vreemd dat je daardoor niet meer nuchter denkt?
In welke staat ben je als je dit verneemt?
Hoe houdbaar is het wat je hebt gehoord?
Voel je het de volgende dag ook nog of is het dan opgelost in de praktijk van alledag?
Juist de vele vaagheden en schijnbare diepzinnigheden vormen vaak een rookgordijn dat als een heldere en diepe kennis wordt gepresenteerd.
En daarbij: velen komen met deze grotere werkelijkheid in aanraking als ze zich ongelukkig voelen.
Dat vertroebelt het beoordelingsvermogen ernstig.
Besef dit en bekijk dezelfde informatie nog eens als je je weer wat beter voelt.

.

Blijf onderzoekend

.

Dat brengt vanzelf het derde kenmerk naar voren: blijf onderzoekend, blijf in verandering, in beweging.
De meeste mensen houden van een geciteerd bestaan, ze hoeven alleen maar iets te pakken en het door te vertellen.
De buit straalt vanzelf op hen af zonder dat ze er iets voor hebben hoeven doen.
Hoe zit dat bij onszelf?
Wat hebben van onszelf?
Hoe minder we van van onszelf hebben ontdekt, hoe meer invloed de ander op ons kan hebben.
Laten we altijd dienend zijn in ons onderzoek, we dienen onszelf en de grotere werkelijkheid doordat we willen weten, willen groeien.
Dit onderzoek is nooit eindigend.
Laten we niet in diploma’s trappen, in getuigschriften en andere wereldse ‘bewijzen van deskundigheid’ want dan zitten we al op een dwalend spoor.
Streef er eveneens niet naar.
Laten we steeds beter begrijpen dat zij die geestelijk willen lijken, zijn het niet. En zij die het zijn, zoeken het niet, maar zijn het.
Laten we nuchter ten opzichte van onszelf zijn.
Daar begint en eindigt alles mee.
Laten we weten wat we in stand houden, wat we kunnen naderen en wat helaas het meest nodig zal zijn: waar we zo ver mogelijk bij uit de buurt moeten blijven. © Theije Twijnstra

Vraag

.

De overgave aan de verandering, meegaan in de stroom van het leven of je laten meeslepen door je (onbewuste) verlangens is voor mij een actuele strijd.
Ik blokkeer hierdoor.
Zo heb ik zo mijn verveel-momenten in mijn vrije tijd.
Ik zou graag een hobby oppakken waarin ik mijzelf kan uitdrukken. Waar vrolijke en frisse energie weer gaat stromen daar waar deze nu mat is.
Hoe herken ik hierin of ik mezelf meegeef aan de stroom van het leven of aan een (onbewust) verlangen?

Veel dank om vragen te mogen stellen.

.

Antwoord

.
Aanvaarding is een proces dat vele fasen kent.
Meegaan met de levensstroom is geen vermogen dat men in korte tijd kan ontwikkelen.
Daarvoor hebben we als mens eerst te veel aan hindernissen opgebouwd.
Hindernissen als gevolg van de vele keuzen die we gemaakt hebben. Zowel recent als lang geleden.
Meegaan met de stroom kan alleen door elke fase die we tegenkomen te doorlopen.
Overal waar we tegenaan lopen of waarvan we het idee hebben dat we mentaal stilstaan, kenmerkt zo’n fase die we moeten leren kennen. We kunnen niets overslaan zonder daarvoor op een later tijdstip aan herinnerd te worden. Maar dan is het weer opnieuw zwaarder geworden.
.
Onbewuste verlangens

.
Onbewuste verlangens spelen op in relatie tot anderen.
Niet in relatie tot ons wezenlijke zelf.
Om de onbewuste verlangens uit ons te zuiveren, zullen we goed moeten onderzoeken in hoeverre we een beeld najagen dat meer met anderen dan met onszelf heeft te maken.
Wanneer we die relatie kunnen onderkennen en onderzocht hebben, zullen we ons ervan kunnen losmaken.
Maar dit kan alleen als we hierin iets nieuws ontdekt hebben. Een gevoelservaring die we nog niet eerder zo hebben beleefd.
Het is dankzij deze nieuwe energie dat we ons van iets ouds kunnen bevrijden.
.
Angst belemmert ons meegaan
.
Meegaan met de stroom kan alleen als we niets uitsluiten, geen voorwaarden stellen.
Het is goed met de stroom mee te willen gaan, alleen de overgave zal stap voor stap veroverd moeten worden.
Iedere keer zullen we iets van onszelf, ons gedachte zelf, moeten leren vrijgeven.
Het vrijgeven van onze identiteit, het beeld van onszelf, is noodzakelijk om mee te kunnen gaan.
Je geeft jezelf vrij door de angsten die je tegenkomt als je je aan deze stroom overgeeft, te doorvoelen en dan te onderzoeken.
Vele angsten schuilen in ons.
Al deze angsten werken op ons in, houden ons tegen, houden ons vast aan zekerheden.
Al deze angsten maken ons te ‘zwaar’ om meegenomen te kunnen worden.
De beantwoording van deze vraag kan in nog geen 10 boeken worden beschreven. Zo diep is de mens en zo weinig zijn we nog in staat onszelf te doorgronden.
.
Zuivering van motieven
.
Het verlangen mee te willen gaan met deze stroom zal keer op keer beproefd worden op zijn kracht.
Vele keren zal men zich dus weer opnieuw moeten overgeven, opnieuw moeten besluiten dit te willen.
Deze worsteling is tegelijk de zuivering van onze motieven.
Wie volhoudt zal zijn motieven steeds sterker en authentieker kunnen maken.
Alleen het allersterkste wordt van ons gevraagd.
Met minder neemt deze stroom geen genoegen.
Onderzoek dus de relatie met anderen om erachter te komen welke verlangens er in je aanwezig zijn. Deze verlangens vertroebelen je overgave.
Onderzoek de angsten die in jezelf aanwezig zijn, deze angsten remmen je kracht.
Weet dat ondanks alle verveelmomenten en gevoelens van leegheid er maar één kracht is die van je gevraagd wordt: een groeiende overgave aan dat wat jou een heelal wil schenken.

Vraag

.

Wij willen graag een vraag stellen n.a.v. Door 127.
Wij willen als ouders ook al aandacht geven aan ons ongeboren kind.
Wat wij nu al ervaren is een druk bewegend kind in de moederbuik.
Zijn de handreikingen die je omschrijft ook van toepassing op het ongeboren kind?
Dankbaar voor jouw bereikbaarheid!

.

Antwoord

.

De essentie van een ongeboren kind is de ‘open energie’ die meer en meer vorm krijgt naarmate het kindje groeit.
Met open energie wordt hier bedoeld: geestelijke energie die zich in gelijke mate opbouwt zoals het fysieke lichaam van het kind.
Deze geestelijke energie is te zien als een sterk geconcentreerde hoeveelheid bezieling die zich heel geleidelijk over het lichaam verdeelt zodat alle delen van het lichaam zich voorbereiden kunnen op het lichamelijke bestaan.
Deze overgang van puur geestelijke energie naar een vormgegeven energie zorgt ervoor dat het kind tijdens deze opbouw bijzonder gevoelig is voor invloeden van buitenaf.
Deze gevoeligheid wordt nog eens extra versterkt wanneer het kindje van zichzelf uit een gevoelige geest is.

.

Twee invloeden

.

Het ongeboren kindje heeft met twee externe invloeden te maken: de invloed van de moeder als lichamelijk en geestelijk drager en overbrenger.
En de invloed van de (mentale) omgeving waarin de moeder zich bevindt.
Beide invloeden worden door het kind opgemerkt en zullen zijn actuele geestelijke welbevinden beïnvloeden.
De geestelijke gesteldheid van een moeder is dus cruciaal voor de geestelijke opbouw van het kindje.
Hoe kalmer, evenwichtiger, levensblijer de moeder is, hoe kalmer en ongestoorder het kind de groei kan ondergaan.
Omgekeerd: hoe ongelukkiger, onrustiger en angstiger de moeder is, hoe meer de zwakkere eigenschappen van het kind gestimuleerd zullen worden.
Let wel: moeder en kind hebben in geestelijke zin met elkaar te maken.
Deze band is er en kan niet door de actuele situatie veranderd worden, wel versterkt in de ene of in de andere richting.
Voor de moeder (maar evenzo voor de vader, zij het op een meer indirecte wijze) is het dus van groot belang haar mentale rust te bewaren en haar ‘grootheid in karakter’ op de voorgrond te plaatsen.
Deze focus (de eigen, meest positieve en krachtige eigenschappen inzetten als hoedster en hoeder van het kind) brengt een bescherming en een rust aan ten opzichte van het kind en van zichzelf.
Moeder en vader van een ongeboren kindje zijn, is ook moeder en vader zijn voor het zwakke en nog in wording zijnde van zichzelf.
Dit betekent dat de eigen, nog in ontwikkeling zijnde eigenschappen die in relatie staan tot anderen, worden aangepakt.

.

Dubbele kracht

Du.

En hiermee komen we op de tweede invloed: de omgeving waarin de moeder (en de vader) zich bevindt.
De moeder als directe verbinding met het ongeboren kind is in geestelijke zin een dubbele kracht.
Zij beschikt over de kracht van zichzelf en de kracht van het kindje enerzijds en haar taak als volbrenger van deze bijzondere levensperiode anderzijds.
Met deze dubbele kracht kan zij dat wat haar in haar omgeving hindert, aanpakken.
Zonder deze focus van dubbele kracht ervaart ze vaak het omgekeerde: een dubbele kwetsbaarheid.
Deze dubbele kracht betekent dat ze opkomt, niet alleen voor het kindje in haar buik, maar voor alles wat beter, sterker, moediger, eerlijker kan.
Elke keer als ze iets in deze stroom van groei en komende geboorte doet, ook al is maar het maar een enkele wijziging, doet de aanstaande moeder recht aan haar kracht en die van het kindje en zal ze zowel in zich als om zich heen een geestelijke groei (geboorte) kunnen meemaken.
Belangrijk bij deze focus is altijd de derde, omvattende kracht erbij te betrekken zodat het geen gevecht wordt maar een ontwikkeling die dankzij deze omvatting door de mystieke derde, ook de moeder en vader als ‘ongeborenen’, voedt, beschermt en in kalmte en kracht verder zal dragen.
Zo maakt men van deze bijzondere tijd een periode waarin vele ‘geboorten’ kunnen plaatsvinden.
Door deze beantwoording aan de kerntaak van een moeder, zal er zowel voor de moeder en de vader, als voor het kind en de omgeving een grotere rust en harmonie kunnen ontstaan.
Begin in gedachten bij elke vorm van aanpak altijd met een eenvoudige zin: ‘dat ik het goede geboorte mag geven.’

Succes!

Vraag

.

Hoi Theije,
Je schrijft: ‘In de grotere werkelijkheid zijn er levenswetten die bewust gemaakt dienen te worden’
Je hebt al geschreven over de levenswet van oorzaak en gevolg. Er zijn meer levenswetten. Is het de taak van de mens om deze andere levenswetten zelf te vinden of mag ik de vraag stellen onder invloed van welke levenswetten sta ik als mens?
Dank!

.

Antwoord

.

De mens zal deze levenswetten zowel zelf moeten vinden als dat duidelijk gemaakt mag worden met welke levenswetten hij te maken heeft en welke invloed deze op hem uitoefenen.
Om dit antwoord zo helder mogelijk te maken, zal ik eerst ingaan op de betekenis van levenswetten voor het menselijk bestaan.

.

Betekenis van levenswetten

.

Levenswetten vormen de geestelijke equivalenten van natuurwetten.
Ze zijn te vergelijken met een onzichtbaar weefwerk waarbinnen de mens zich kan oriënteren op zijn evolutionaire reis.
Levenswetten dienen de schepping, want zonder deze wetten zou er geen bewustzijn ontwikkeld kunnen worden, zou er op geen enkel gebied van een proces sprake kunnen zijn.
De natuur ontwikkelt zich voortdurend doordat elk wezen, van micro-organisme tot zoogdier, gebruikt maakt van de natuurwetten, hij wordt er door gedomineerd.
Wanneer een moederdier met een zwak jong geconfronteerd wordt, laat ze dit aan zijn lot over.
Ze ‘weet’ dat het geen zin heeft energie in dit jong te stoppen, want daarmee zou ze zichzelf en haar andere jongen in gevaar brengen.
Iets in haar kiest voor deze overlevingsstrategie en dat iets is de invloed van een natuurwet die via haar instinct tot haar spreekt.
Levenswetten zijn geestelijke consequenties die het mogelijk maken verbanden in het eigen bestaan te kunnen ontdekken, waardoor de mens in reactie op deze ontdekkingen, zijn gedrag kan aanpassen.
Dit proces van zich meer en meer te richten op de werking van de levenswetten, heet bewustwording.
Levenswetten vormen de geestelijke landkaart van het bestaan.
Ze zijn ontworpen met maar één doel: de mens zijn plaats aan te wijzen zodat hij dankzij deze plaatsbepaling en plaatsaanvaarding ten volle kan deelnemen aan de onmetelijke rijkdom van het aardse en niet aardse bestaan.
De mens heeft een vrije wil gekregen, maar deze dient niet om zijn lagere emoties uit te leven, maar om zijn hogere gevoelens te kunnen waarmaken.
Bij deze transformatie zijn de levenswetten onontbeerlijk.

.

Onder welke invloed sta ik als mens?

.

Een mens staat onder de invloed van vele levenswetten.
Zo is er de ‘levenswet van het behoud’.
Deze wet maakt duidelijk dat er niets in het niets kan oplossen, maar dat alles binnen een gesloten systeem verblijft.
De aarde laat dit zien doordat geen druppel water de aarde kan verlaten.
Ze kan van vorm veranderen, tijdelijk onzichtbaar zijn als damp, maar de druppel als hoeveelheid kenmerkende eigenschappen blijft.
Deze wet geldt ook voor de mens.
Niets verlaat de mens.
Geen gedachte, geen handeling, alles wat hij voelt, denkt of doet, blijft bij hem en zal hij tot bewustzijn moeten leren maken.
Het is dankzij deze levenswet dat elke verkeerde gedachte door het innerlijk wordt geregistreerd en op het goede moment opnieuw aan de mens wordt gepresenteerd.
De mens wordt zo in de gelegenheid gesteld deze verkeerde gedachte te herstellen.
Door dit herstel bevrijdt de mens zichzelf van een remming op zijn ontwikkeling.
Zonder de levenswet zou de mens zichzelf snel tot volledige stilstand brengen.
Daarmee zou elke mogelijkheid om gelukkig te kunnen worden, zijn uitgesloten.
Een ander voorbeeld is de ‘wet van de juiste volgorde’.
Deze wet houdt in dat ieder individu met een bepaalde volgorde van gebeurtenissen te maken zal krijgen. Deze volgorde hangt enerzijds samen met wat hij in eerdere tijden heeft gedaan, maar ook met wat nu de beste tijd is om de actuele gebeurtenissen te kunnen omzetten in bewustzijn.
Deze volgorde is uiterst persoonlijk omdat iedere beslissing, ook al doen duizenden mensen precies hetzelfde, persoonlijk geladen is met een unieke bezieling.
Het is dus de combinatie van verleden en deze individuele toevoeging die de volgorde der gebeurtenissen zal bepalen.
Het is in dit verband ondoenlijk nog meer wetten te behandelen.
Een ieder moet deze zelf tegenkomen, beleven, de waarden en krachten ervan ervaren en zal pas naderhand, als de wet door hem heen is gegaan, kunnen zeggen: ‘Hoe precies, hoe feilloos en met hoeveel voorzienende liefde is dit alles ontworpen!’

Vraag

Beste Theije,

Graag wilde ik een vraag stellen die niet direct aansluit op de dagelijkse door…
Tijdens mijn pauze op het werk kwam een onderwerp ter sprake waardoor ik het gevoel kreeg dat ik waarschijnlijk niet meer in de realiteit leef.
Het schijnt tegenwoordig geweldig te zijn dat men eicel en zaadcel kan onderzoeken of er erfelijke ziekten aanwezig zijn zodat men de
eicel en of zaadcel kan elimineren zodat ALLEEN het ‘goede’ celmateriaal wordt gebruikt voor terugplaatsing in de baarmoeder.
Kom ik nu van een andere planeet? Waar zijn wij als mensen in vredesnaam mee bezig?
Waar wil de mens zich voor beschermen? De mensen zijn zooooo blij als er weer leed bespaard blijft….
Weet jij misschien een antwoord op de vraag wat voor gevolgen dit heeft voor het ongeboren zieltje als men dit toepast?
Sorry, maar dit kan ik gewoon niet meer bevatten.
Alvast bedankt voor alle moeite.

.

Antwoord

.

Van autoriteit naar zelfbeschikking

.

In de beheersing van de kosten gaan meer en meer medisch-ethische aspecten een grotere rol spelen.
Ook in het traject van de ivf (in-vitrofertilisatie of reageerbuisbevruchting) is dit het geval.
Vele ontwikkelingen in de medische wetenschappen zijn op zich natuurlijk een prachtig iets. Talloze zijn en worden door de grotere werkelijkheid geïnspireerd waardoor behandelingen sterk verbeterd zijn, pijnbestrijding aanmerkelijk effectiever is geworden en sommige ziekten zelfs geheel verdwenen zijn.
Bij al deze vorderingen neemt de ethische norm altijd een cruciale plaats in.
Zolang deze dienstbaar is aan de gezondheid en het geluk van de mens, zal er sprake van een humane vooruitgang zijn.
Zodra deze dienstbaarheid zich verlegt naar de dienstbaarheid aan de belangen van enkele marktspelers, wordt het heel anders.
En daarmee komen we in de actuele tijd terecht waarin de wereld als leefgebied een zeer gelaagde maatschappij van misleiding is geworden.
Veel heeft zijn authenticiteit verloren. Deze is ingeleverd voor grote zakelijke belangen die op hun beurt weer sociaal aanvaardbaar en politiek verdedigbaar naar buiten worden gebracht.
Binnen dit gemaskeerde spel van machten, bevindt zich de individuele mens.
Deze wordt hierdoor meer en meer op zichzelf aangewezen.
Hoe sta ik hier tegenover?
Wil ik dit?
Laat ik het me nu opdringen of wil ik dit zelf?
Voor alles is het van belang te beseffen dat men van een patiënt een actieve deelnemer is geworden.
Men kan zich niet langer verschuilen achter de dokter die het aanbeveelt, de statistieken die het bewijzen of de familie die het al eens heeft meegemaakt. Meer en meer zal de persoon op zichzelf gericht worden en zal ieder individu zijn eigen antwoorden moeten vinden.
De vroegere autoriteiten die eerst de weg aangaven, hebben hun geloofwaardigheid vaak al verspeeld, de mens zal nu zelf moeten leren kiezen.
Binnen dit verband van een toenemend wantrouwen aan de ene kant en een overvloed aan informatie aan de andere kant, ontstaat een individu dat ook steeds meer op zijn eigen oordeel durft te vertrouwen.
In deze ontwikkeling van een groeiende zelfverantwoordelijkheid gaat ook de rol van het eigen geweten een steeds prominentere functie krijgen.
Dat is op zich heel goed.
Het is immers ook daar waar de onrust als gevolg van een minder goede keuze of de rust als gevolg van een juiste keuze, zich zal openbaren?

.

Welke gevolgen heeft dit voor het ongeboren zieltje?

.

De erfelijke eigenschappen die men met deze methode probeert te voorkomen, zijn tot op zekere hoogte op te sporen.
Dit zal op een steeds dieper niveau mogelijk worden.
Hierdoor wordt de natuurlijke doorstroming van ‘nieuwe’ zielen verstoord.
Hoe meer de mens in dit vroege stadium ingrijpt, hoe meer deze natuurlijke ordening verlegd zal worden.
Kinderen die anders bij bepaalde ouders geboren zouden worden, worden nu bij andere ouders geboren.
Op deze manier kan er een onderscheid ontstaan tussen preselectieve ‘landen’ en landen waar dit niet gebeurt.
Gezondheid en ziekte zijn een fysieke en psychische eenheid.
Deze eenheid zal hierdoor eveneens verstoord worden.
Afhankelijk van de schaalgrootte van de toepassing van deze methode zullen er in het ene land ‘gezonde’ kinderen opgroeien en in het andere land een groter aantal kinderen met aangeboren ziekten of afwijkingen.
In het ‘gezonde’ land zullen er echter door de verstoring van een natuurlijk evenwicht meer psyschisch labiele kinderen naar voren treden. Dit is de uitwerking van een methode die qua techniek verder is dan het ethische bewustzijn van de mens.
En toch zal ook dit zich na verloop van tijd weer gaan herstellen doordat het verlangen naar een natuurlijke bevruchting, een natuurlijke zwangerschap en een natuurlijke bevalling weer zal terugkeren als een ode aan het oorspronkelijk bedoelde.
De innerlijke wijsheid van de mens zal hem dan de weg wijzen.
Ondanks alle mogelijkheden zal hij dan niet meer willen ingrijpen, maar leert hij de technische en medische mogelijkheden in te zetten voor een nog betere opmerkzaamheid van wat er is, in plaats van een nog hoogmoediger beslisser te worden van wat er volgens zijn (commerciële) motieven zou moeten zijn.

Vraag

.

Dank je wel Theije voor al het mooie, wat je met ons deelt!
Ik heb nog veel te leren op deze wereld die ik te leen heb.
Mijn vraag is:( daar worstel ik wel mee) hoe laat je toch je verlangens los (ook dit is een verlangen)!
Oprecht mijn gevoelens dat je hier aandacht aan wil schenken.
Ik wens je ook veel inspiratie en licht!

Antwoord

.
Verlangens zijn geïdealiseerde gevoelens, gedachten, ideeën en beelden.
Ze brengen ons naar een toekomst waarin iets beter is dan nu of naar een verleden waarin het beter was dan nu.
In beide richtingen vervormen ze de werkelijkheid want de actuele waarneming ontbreekt.
We kunnen die andere tijden net zo mooi maken als we zelf willen.
Toch worden verlangens als reële sensaties beleefd.
De wereld als organisatie van belangen is gebaseerd op onze verlangens.
Door het opwekken van verlangens blijven we consumeren. Doordat we elkaar van alles aanpraten van wat we nodig hebben om gelukkig te kunnen zijn, activeren we ook bij elkaar steeds weer nieuwe verlangens.
Dit gebeurt zo veel en zo vaak en al zo lang dat we volkomen doordrenkt zijn van (aangenomen) verlangens en tegelijkertijd het idee hebben dat we het zelf zijn die het willen.
Verlangens hebben dan ook een sterk vervreemdend effect op de werkelijkheid van het bestaan.
Verlangens zijn een vlucht uit een bestaande situatie en wanneer deze vlucht mislukt, wordt het een ruw ontwaken, een harde landing in de nuchterheid.
Verlangens loslaten is dus een wezenlijke bijdrage aan een grotere innerlijke stabiliteit.
.
Hoe verlangens los te laten
.
Verlangens laat je los door niet meer ‘weg’ te willen maar voor ‘hier’ te kiezen.
Verlangens loslaten is je niet langer met dit verlangen bezighouden, maar je aandacht verleggen naar dat wat op dit moment in je leven aanwezig is.
Stel je voor dat je naar een levenspartner verlangt.
Het eerste wat je dan te doen staat is om dit verlangen niet langer belangrijk te vinden, maar je over te geven aan het idee: wanneer er iemand in mijn leven kan komen, dan zal dit onvermijdelijk plaatsvinden. Geen macht zal dit tegen kunnen houden. Daar hoef ik niet voor te zorgen, daar zijn grotere en wijzere krachten die dat veel beter kunnen dan ik. Aan deze krachten geef ik mijn vertrouwen.
Daarnaast richt je je op jezelf.
Wat is de relatie met jezelf?
Als de grotere werkelijkheid een partner voor me vindt en deze op me af wil sturen, wat voor iemand komt deze dan tegen?
Ben ik aandachtig voor mezelf?
Weet ik wat er in me omgaat?
Hoeveel tijd besteed ik aan mijn gevoelsleven?
Hoelang is het geleden dat ik blij was?
Hoe open ben ik in mijn contacten?
Vele vragen zijn er aan onszelf te stellen om te achterhalen hoe het wezenlijk met ons gesteld is.
Doordat we enerzijds het verloop van ons leven uit handen geven aan de logica van de levenswetten en ons vertrouwen daarin elke dag weten te verdiepen, en anderzijds de actuele waarneming van onszelf en ons bestaan als een verantwoordelijkheid willen leren kennen, ontstaat in ons zowel een grote ontspanning ten aanzien van de gebeurtenissen als een meer bewuste relatie met onszelf en onze levensinvulling.
Binnen dit ‘huwelijk’ van vertrouwen en verantwoordelijkheid lossen de verlangens op als smeltende sneeuw in de voorjaarszon.
Ze zijn niet meer nodig om ons naar elders te brengen.
Waar we zijn is ons goed genoeg.
Het is met deze levensaandacht dat we onszelf en alles wat in ons leven zal gebeuren, de meest natuurlijke en optimale kansen zullen geven.

Vraag

.

Hoe ver moet je gaan?
Ik ben nu op een punt gekomen dat er voor mijn gevoel innerlijk ‘iets’ afsterft.
Dat ik onder mijn basiswaarden (die minimaal zijn) leef, en merk dat ik na vele, heel veel innerlijk terugkeren blokkeer.
Dat wat zich momenteel voordoet buiten mijn bereik is, tenminste dat is wat ik ervaar na een lange uitademing.
Hoe kun je dan het beste je eigen kracht vinden, positief te blijven om door te gaan?

A.

Antwoord

.

Het is altijd door ons verlangen dat we grenzen willen stellen.
Graag willen we weten waar we aan toe zijn.
Op de vraag: hoe ver moet je gaan? is er vanuit de geestelijke groei een duidelijk antwoord: ‘Verder dan je nu bent.’
Wij mensen houden van grenzen. Daarmee kunnen we ons oriënteren. Dan weten we hoe lang de reis nog duurt (nog drie uur) of hoe groot de schade is (500 euro exclusief BTW).
Wij willen graag weten waar we aan toe zijn en juist dit verlangen werkt blokkerend, want in de geestelijke groei zijn er steeds minder kaders.
Integendeel, je komt meer en meer in een beweging terecht, in een eindeloze voortgang, wisseling en groei. Elke behoefte aan grenzen stellen zullen we moeten laten oplossen, steeds iets meer, want met elke vorm van zekerheid die we onszelf toedenken (of van anderen hopen te krijgen) houden we onszelf voor de gek, willen we eigenlijk binnen het overzichtelijke en omlijnde blijven.
Voor een werkelijke innerlijke groei is dat niet mogelijk.
Deze weg vraagt een voortdurende weggave van onze verlangens.
Het gevoel innerlijk te sterven, is dan ook juist gevoeld, maar niet goed geïnterpreteerd.
Er sterft inderdaad iets, maar dit is niet ons innerlijk, het zijn onze houvasten, onze identificaties, maar niet ons innerlijk.
Veel zal er nog moeten sterven en vaak zullen we denken: moeten we nog meer afsterven? Nog meer achterlaten?
En steeds zal het antwoord zijn: ‘Ja. Je bent nog maar net begonnen. Klaag niet, heb geen medelijden met jezelf. Wil jij innerlijk sterk worden? Is dat je wens? Dan ga door. ‘

.

Bezie je reacties

.

Bezie je reacties op de weg die je bent ingeslagen.
Je reacties zijn volkomen natuurlijk, want voorlopig is er alleen maar achter te laten.
Het is als met een reis waarin we te veel bagage met ons hebben meegenomen.
Door al deze bagage gaan we langzaam vooruit.
Het wordt zelfs onmogelijk bepaalde punten te passeren.
De bagage houdt ons tegen.
Daarvoor is de toegang te klein.
Wat laten we achter?
Wat kunnen we missen?
In het begin denken we niets te kunnen missen. We hebben alles nodig, want dit alles zijn wij. Het is ons leven, onze identiteit.
Maar elke keer als we weer iets achter durven te laten, met weer iets minder verwachtingen en verlangens durven verder te gaan, zullen we sterker worden.
Daar waar we ‘onszelf’ durven achter te laten, zullen we een nieuw en beter zelf ontvangen.
De oude bedekking is er dan van afgehaald.
Sterker word je dus door moedig te zijn in je achterlaten, in het laten oposssen van wie je denkt te zijn of denkt nodig te hebben.
En positief word je als je merkt dat juist als je doorgaat in vertrouwen zonder verwachtingen te koesteren, een innerlijk dragen merkbaar wordt.
Een dragen dat je daarvoor nog niet eerder hebt ervaren.