Wie te veel doet, veroorzaakt boosheid.
Elke keer dat er te lang wordt doorgewerkt
terwijl de energie ervoor ontbrak,
het plezier allang naar huis was afgereisd,
elke keer wordt boosheid in het innerlijk gewekt.
Elke keer wanneer iets door de vingers wordt gezien
omdat je niet op ‘alle slakken zout kunt leggen’
spaar je boosheid op.
Elke keer als je denkt:
‘ik hou m’n mond maar, het heeft toch geen zin,’
verzamel je een beetje woede.

.

Zo kan een ogenschijnlijk vriendelijk en kalm persoon
lange tijd kleine beetjes boosheid in zich opbouwen
zonder te beseffen dat in het innerlijk een bom wordt samengesteld.
Tot die ene aanleiding deze frustratiegranaat tot ontploffing brengt
en de woede er zo onhandig, overdadig, vervormd en grimmig uitkomt
dat elke vorm van redelijkheid uit dezelfde  persoon lijkt te zijn verdwenen.

‘.

Het sluipende proces van woede-opbouw
kan onderbroken worden door te beginnen met een eenvoudige oefening.
Deze oefening leert je op je energie te letten.
Wanneer je iets aan het doen bent,
bijvoorbeeld thuis,
je werkt aan een klusje,
in de tuin,
op zolder,
dan bestaat deze oefening eruit
dat je ophoudt zodra je voelt dat je energie afneemt.
Je kunt dus nog wel zin hebben om door te gaan,
maar de noodzakelijke scherpte in aandacht voel je verminderen.
Zodra je deze vermindering merkt,
rondt je de klus af en gaat iets anders doen.

.

Velen zijn gewend door te gaan na dit punt.
Ze denken: ‘nog even en dan is het klaar.’
Maar deze gedachte komt voort uit een patroon van gedragingen
waarin opvoeding, algemene verwachtingen, invloed van anderen,
een grote rol speelt
en die er tegelijkertijd voor zorgt
dat je niet meer in je eigen energie verblijft.
Je wilt vooral voldoen aan het beeld
dat je aan anderen wilt laten zien.
Een beeld van iemand ‘die de dingen afmaakt’.
Iemand die doorgaat,
iemand die geen doetje is, enz.
Allemaal ideeën en vaste patronen
die niets met je eigen energie van doen hebben,
maar alles met hoe een gemiddeld mens vindt
dat hij zich behoort te gedragen.
Daarom gaan velen op ditzelfde punt door.
Ze gaan aan het eigen energiesignaal voorbij.

.

Het is door de geforceerde energie
die dan wordt aangesproken
dat je woede opbouwt.

.

De keuze om goed te luisteren naar je energie,
daarover gaat deze oefening.
Het is jouw werkelijkheid, een energieniveau
waar jij alleen verantwoordelijk voor bent
en waar jij alleen de positieve of negatieve gevolgen van ondervindt.

.

Woede ontstaat doordat jouw persoonlijke energie wordt genegeerd.
Deze verkwansel je voor ideeën die met fatsoen,
verplichting, schuldgevoel of ijdelheid te maken hebben.
Maar niet met jou.

.

Wie zijn innerlijke gevoelsenergie
die tot uiting komt via de kwaliteit van je aandacht,
serieus ter harte neemt,
keer op keer,
leert de verbinding met zijn eigen werkelijkheid te herstellen.
Hij zal nadat hij dit principe heeft leren toepassen
en er de effecten van ondervindt,
gemotiveerd zijn de meer complexe patronen te doorbreken
die in samenhang met anderen zijn ontstaan.

.

Woede is het gevolg van vele keren niet geluisterd te hebben naar jezelf.
Elke boosheid wordt dan ook een uiting van onmacht
die vooral de omgang met je eigen verleden blootlegt.

.

(c) Theije Twijnstra

Er is maar één manier om uit de ellende te komen,
waaruit deze ellende ook bestaat.
En dat is via de logica
waarom jij deze ellende meemaakt.
Waarom deze proeft vanuit jouw smaak,
eruitziet in jouw kleur
en voelt in jouw graad van aanraakbaarheid,
waarom je je deze herinnert vanuit jouw verleden,
begrijpt vanuit jouw aanvaarden,
of verwerpt vanuit jouw weigering,
eronder lijdt vanuit jouw zwakte,
ertegen strijdt vanuit jouw weerstand,
of verwerkt vanuit jouw verlangen naar vrijheid.

.

De logica dat de ellende en jij samen iets hebben.
Iets ongewoons.
Iets wat uitzonderlijk is
en zich alleen tussen jullie afspeelt.
Hier wordt een geheim gedeeld,
een raadsel beleefd,
een ondoorgrondelijkheid tot verzoening
en nieuwe harmonie gebracht.
Tenminste, als je het wilt.

.

De logica ook
dat ellende altijd persoonlijk is,
nooit algemeen,
nooit uitgespreid als een weiland over velen,
maar alleen voor jou
als een in jouw vorm en maat uitgereikt kledingstuk,
op jouw lijn gesneden,
voor jouw geur gemaakt,
op jouw intelligentie afgesteld,
op jouw bewustzijnsgraad gericht.

.

De logica ook
dat ellende een vorm is,
maar hecht geen betekenis aan deze vorm.
Denk niet dat de vorm de ellende is
want dan zeg je eigenlijk dat je er niets van begrijpt
en dwing je de vorm tot nog meer stekeligheid,
scheermesjeshuid, giftandigheid
en ander sijpelend, druipend en lekkend gevaar.

.

Ellende is alleen de verpakking.
De betekenis ligt in jou,
niet in de ellende.
Dit moet je begrijpen:
als je gewond raakt
dan gaat het niet om het bloed dat je ziet,
maar om de rust waarmee je erop reageert.

.

Als je door een ongeluk getroffen wordt
dan gaat het niet om het voorval zelf,
maar om de specifieke reactie die jij erop geeft.
Wie kalm blijft,
lost de ellende op.
Wie in paniek raakt,
kwaad wordt,
gelooft de vorm en wakkert deze verder aan
als blies hij op smeulend hout.

.

De logica van welke ellende ook
ligt in jouw antwoord
en hoe meer dit antwoord onverstoorbaarheid is,
gelijkmoedigheid,
alsof er niets gebeurd is,
alsof er niets kan gebeuren,
wat er ook plaatsvindt,
hoe meer de ellende stukloopt op jouw grootsheid.
Jouw onafhankelijkheid,
jouw onbegrensdheid in doorgaan,
groei en ondeelbare eigenheid.

.

(c) Theije Twijnstra

Er zijn er die vaak ruzie hebben met anderen.
Meestal gaan deze ruzies niet waarover ze lijken te gaan.
Dat waarover ruzie wordt gemaakt
is vaak alleen de aanleiding,
de druppel die de emmer doet overlopen.
De onderliggende frustraties,
vaak in lange tijd opgebouwd,
vormen de werkelijke bron van deze uitbarsting.

.

Daarmee zijn veel ruzies in de kern onredelijk.
Omdat veel ruzies onredelijk en uit verhouding zijn tot wat er actueel speelt,
creëert de ene ruzie als vanzelf een volgende.
Deze serie schakelingen in onbegrepenheid, ergernis en woede
laten een vervolg zien dat sprekend lijkt
op hoe het ooit is begonnen.

.

Ergens in het verleden ontstaat een kiem van de ruzie.
Het kan een opmerking zijn,
een gebaar, een blik,
maar wat het ook is,
het doet pijn.
Deze pijn wil men niet voelen.
Ze wordt weggeredeneerd, uitgegumd, ontkend.
Er zijn vele redenen om dit te doen.
Een veelvoorkomende is dat men geen ruzie wil maken,
geen onenigheid of ‘gedoe’.
Men verbijt zich,
zegt tegen zichzelf:
zo zal die ander het niet echt bedoeld hebben
en gaat verder.

.

Dan volgt een tweede ergernis.
Deze wordt opnieuw ‘geparkeerd’, weggepoetst.
Maar deze reactie op ergernissen wordt steeds moeilijker vol te houden
naarmate de irritaties toenemen.
De voorraad ongewenste emoties bouwt zich op,
de druk wordt groter,
een explosieve situatie is in de maak.

.

En dan op een dag is daar die ene aanleiding,
die ene opmerking
en barst de opgebouwde bom
van duizend weggestopte ergernissen uit elkaar.
Men heeft ruzie.
Het wordt niet langer geparkeerd
en ‘alles komt eruit’.

.

Klaart de lucht daarmee op?
Soms.
Meestal niet.
Ruzies lossen meestal niets op.
Ook de ander heeft immers zijn gram opgespaard.
De uitgesproken woorden tijdens de ruzie
kunnen nu bij beiden lange tijd nadreunen.
Ze vormen een eerste bodem voor een nieuwe opbouw.
Ongewild werken beiden  naar een volgende,
disharmonische explosie toe.

.

Hoe dit patroon te doorbreken?
Wie zo veel als mogelijk verwerkt,
zal geen ruzies opbouwen.
Alles wat dwarszit van een ander
verwerk je door zelf de verantwoordelijkheid te nemen
en deze niet bij de ander neer te leggen.
Alles wat je ergert aan anderen
kun je vertalen naar een aanraakbaarheid van jezelf.
Waarom ben je aanraakbaar op dat punt?

.

Elk mens heeft een eigen standpunt ten opzichte van het bestaan.
Letterlijk en figuurlijk.
Waarom iemands standpunt willen bepalen?
Voel je je misschien onzeker over het standpunt dat je wil innemen?
Onzekere mensen zoeken bevestiging bij anderen.
Kun je dit gegeven achterlaten
en deze bevestiging bij jezelf leren vinden?

.

Verwerken is je alles toerekenen als brandstof van nieuwe weerbaarheid,
onafhankelijkheid en scheppingskracht.
Hoe onafhankelijker je wordt,
hoe minder je de in vloed van een ander nodig hebt.

.

Opmerkingen, ergernissen,
ze leggen je aanraakbaarheid bloot om daarmee om te gaan.
Wat maakt het uit wat iemand van jou vindt?
Veel belangrijker is het om te achterhalen
of dat wat je gezegd wordt
een kern van waarheid in zich heeft of niet.
Van een ieder valt altijd iets te leren.
Waar je van een ander leert jezelf steeds vollediger te maken,
worden ruzies meer en meer overbodig.

.

(c) Theije Twijnstra

Er zijn veel misvattingen over reïncarnatie.
Zowel vanuit de new-agehoek
als vanuit religieuze stromingen.
Dit maakt een zinnig gesprek erover bijna onmogelijk.
Zolang iemand gelooft dat je ook als een dier kunt reïncarneren,
is het niet vreemd dat anderen dit belachelijk maken.

.

Ook alle niet controleerbare verhalen over wie men is geweest,
met welke beroemde personen men is omgegaan
of zelf is geweest,
dragen niet bij aan een grotere bereidheid
dit onderwerp serieus te willen onderzoeken.

,

In al mijn werk streef ik ernaar de logica als leidraad te nemen voor mijn zienswijze.
Juist de navolgbaarheid in redelijkheid vind ik essentieel
voor het kunnen aanvaarden of tenminste te overwegen
erover na te willen denken.

.

Ik ervaar allen die ooit iets hebben vernomen
en dit met een eigen interessant sausje hebben overgoten
als even grote misleiders en vervormers van de werkelijkheid
als zij die vanuit een rigide rationaliteit
elke vorm van gevoelskennis als bijgeloof afdoen.
Beiden bemoeilijken het zicht op een kennis
die beter verdient dan wantrouwen en ijdele fantasieën.

.

In beide gevallen speelt het ego een centrale rol.
Vanuit de zweverige hoek omdat men met oncontroleerbare kennis
op velen grote indruk kan maken
en vanuit de rationele hoek
omdat ook vanuit die opgebouwde kennisstof
geïntimideerd kan worden via vaktermen,
indrukwekkende statistieken en andere gekaderde maatstaven.

.

Terug naar de reïncarnatie.
Heeft het zin dit onderwerp naar voren te brengen?
Hoe moet je aantonen dat elk mens gedurende de evolutie
zowel in het lichaam van een man
als in het lichaam van een vrouw op aarde heeft geleefd
opdat de mens beide invalshoeken leert kennen
waardoor het gevoelsleven optimaal ontwikkeld kan worden?

.

Voor mij is reïncarnatie een overtuigend onderdeel van de evolutie
waardoor een persoonlijke groei mogelijk is.
Het betekent dat een begaafd pianist
die al op heel jonge leeftijd zijn talent laat zien
eerder een pianist is geweest.
Hij zet zijn studie en aandacht in dit leven voort
en zal daardoor altijd een voorsprong hebben
in techniek en in talent ten opzichte van anderen
die hun hele leven kunnen studeren zoveel als ze willen,
maar nooit die vanzelfsprekende lichtheid en virtuositeit kunnen bereiken
die deze persoon al van jongs af aan bezit.

.

Ieder mens bevindt zich in zijn verleden.
Hij is daar uit voortgekomen.
De ouders maken het aardse lijf,
de bewoner van dit lichaam blijft een onafhankelijk reiziger.
Toch heeft elk kind eveneens een verbinding met één of beide ouders
of er was geen sprake van een aantrekking geweest.

.

Niets is toevallig omdat niets zonder geschiedenis is.
Bereid te zijn hierover te willen nadenken,
alleen,
zonder religieus systeem of verdwazingen die afleiden,
zal al veel informatie kunnen opleveren.

.

Voor wie het aanvoelt en geïnteresseerd is:
mediteer op je verleden.
Begin met vandaag,
ga de volgende keer naar gisteren,
daarna naar vorige week,
vorig jaar, kindertijd,
leer terug te gaan,
dit is:
afdalen in het onwaarschijnlijke verhaal dat je in je draagt.

.

(c) Theije Twijnstra

Een goede vraag zou zijn:
neem je de verantwoordelijkheid?

.

Veel keuzen worden impulsief genomen.
Vanuit een opwelling omdat men iets gezien heeft dat aansprak,
wat warme gevoelens opriep,
of dé oplossing leek.
Evenveel redenen als er mensen zijn om impulsief te reageren.

.

Zonder er langer bij na te denken schaft men zich (bijvoorbeeld) een hond aan.
Kinderen enthousiast,
ouders blij,
hond kwispelt wat onwennig mee,
iedereen gelukkig.

.

Maar de dagen slijten elke impuls tot er niets meer van over is gebleven.
Behalve een nieuwe verplichting minimaal drie keer Beppie uit te laten.
Afgezien van rondslingerende haren,
een onaangename geur na een wandeling in de regen,
dierenartskosten en andere onvoorspelbaarheden.

.

‘Neem je de verantwoordelijkheid?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Dat je ook voor Beppie zal zorgen als je geen zin hebt,
als je ziek bent,
als je je chagrijnig voelt,
als je het buiten te guur vindt
en de hond het liefst haar behoefte in de tuin laat doen
om er verder niet meer naar om te hoeven kijken?’
‘Ja natuurlijk, dat is toch logisch!’
‘Logisch?
Want als je deze verantwoordelijkheid niet neemt,
verdwijnt de hond weer.
Dan breng ik haar naar het asiel.
Dan zal dat de uitkomst zijn van jouw keuze
en het niet willen nemen van de verantwoordelijkheid.’

.

‘Waarom reageer je zo dogmatisch?’
‘Omdat we nu beter ruzie kunnen maken over iets wat er nog niet is
dan straks als we naast ruzie ook nog een paar hondenogen op ons hebben gericht.’
‘Laat maar.
Mijn plezier is al over.’
‘En daarmee laat je aan mij weten dat je geen verantwoordelijkheid wil nemen.’
‘Hoe dan?’
‘Door je reactie nu.
Had je je verantwoordelijkheid wel genomen, dan zou je zeggen:
je hebt gelijk.
Ik ga daar nog eens heel goed over nadenken.
Maar omdat je ook op dit moment die verantwoordelijkheid niet wilt aangaan,
weet ik ook hoe je dit straks zult doen.’

.

Veel impulsieve keuzen kunnen voorkomen worden
door na te gaan of je in staat bent
dezelfde keuze ook op de lange duur aan te willen gaan.
Impulsieve keuzen worden gedragen door de wind die vandaag waait,
maar dezelfde keuze wordt neergesmeten door de wind van morgen
die heel andere plannen met ons voorheeft.
Het is de wind die onze boot laat zeilen,
maar het is onze koers die bepaalt waar we heen willen gaan.

.

(c) Theije Twijnstra

Je moeder zet je af.
Dan kom je in een zaal.
Je bent publiek.
Een kind nog.
Je mag er ook bij.
Maar wel daar waar alle kinderen zijn.

.

Daarna mag je op een andere plaats.
Nog steeds kind maar niet meer klein.
Je begint al een beetje mee te doen.
Zeker in gedachten.
En in je dromen.

.

Je droomt ervan eens op het toneel te staan.
Dat het doek je afsluit voor de zaal.
Dat je dan door het gaatje tuurt om te kijken hoe vol de zaal is.

.

Je gaat je dromen waarmaken.
Voor zover het lukt.
Wat ervan overblijft.

.

Je concurreert.
Je wordt beter.
Er vindt onderscheid plaats.
Je mag nu in de zaal vooraan zitten.
Je hebt het verdiend.

.

Dan gebeurt eindelijk wat je al lang wou:
je mag het toneel op.
Eerst nog op de achtergrond.
Je rol is nog klein.
Je mag niets zeggen.
Alleen iets aandragen.
Maar zelfs dat kleine is spannend.
Je hoopt dat je goed zult aandragen.
Dat je de beste aandrager zult zijn sinds tijden.

.

Alles gaat goed.
Je hoort bij de groep die het applaus mag ontvangen.
De volgende rol heeft al een beetje tekst.
Niet veel en pas helemaal aan het einde maar toch,
je mag je stem laten horen.

.

Zo werk je je naar voren.
De rollen worden belangrijker,
de teksten langer,
het uiterste wordt gevraagd aan concentratie en gevoelsuitdrukking.

.

Nu ben je aan de top.
Je hebt de hoofdrol.
Je schittert.
Iedereen krijgt applaus maar jij het meest.
En bovendien is het alleen voor jou
en pas daarna voor het hele gezelschap.

.

Je geniet van je plaats,
de aandacht en het succes,
maar merkt ook dat de prijs zwaar weegt op je innerlijk.
De spanning komt niet meer tot ontspanning.
Ze bouwt zich op.
Je lijkt wel een elektriciteitscentrale.

.

Je gaat rustiger aandoen.
De hoofdrol laat je aan een ander.
Het gaat beter.
Je geniet weer.
Maar dan wordt ook deze plaats te zwaar.
Geleidelijk verdwijn je naar achter.

.

Je wordt ouder.
Het geheugen faalt,
teksten worden met trucs en techniek ondersteund,
maar de meewarigheid maakt plaats voor medelijden.
En daarna voor ergernis.

.

Je wordt overbodig.
Het is beter dat je de eer aan jezelf houdt.
Je stopt.
Je vindt het mooi geweest.
Het afscheidsbetoon is overweldigend.
Je krijgt zelfs nog een prijs.
Je bent ontroerd.

.

Een poosje later merk je
dat je weer in de zaal zit.
Je kijkt maar het beeld is wazig.
Je luistert maar het geluid is vervormd.

.

Toch blijf je komen.
Tot je de spelers niet meer herkent.
Er geen reden meer is ze in de kleedkamer op te zoeken.

.

Je verlaat de zaal.
Het is stil op straat.
Vaag herinner je je dat je hier als kind werd afgezet.

.

Dan zie je in de verte je moeder.
Ze zwaait.
Je zwaait terug.
De lege straat heeft jullie beiden opgenomen.

.

(c) Theije Twijnstra

Vergeet je kindertijd niet.
Stel dat je een ongelukkige jeugd hebt gehad.
En je wilt er niet meer aan denken.
Je wilt nu leven,
nu genieten,
maar ondertussen jaagt deze verbannen kindertijd
je op en wordt al dit genieten geforceerd,
te krampachtig in zijn verlangen je jeugd te willen vergeten.

.

Een ongelukkige kindertijd is altijd gelaagd samengesteld.
Als je er op terugkijkt
dan zie de manieren die je vond
om je staande te houden.
Dan onderzoek de uren die je doorbracht
in relatieve ‘veiligheid’ of ‘geluk’.
Een kind in nood wordt vindingrijk.
Een eenzaam kind vindt altijd wel een plek
waar een dier met hem verkeert,
waar een boom hem beschutting biedt,
waar een weiland of duin hem opneemt en aanvaardt.

.

Terugkijken naar onze kindertijd
en dan gericht zijn op de wijze waarop we ondanks de omstandigheden ons wisten te redden,
geeft vele aanwijzingen voor hoe we het nu ook kunnen doen.

.

Dat kind is niet verdwenen, begraven of verbrand.
Dat kind leeft in ons en houdt zich nu stil.
Waarom zou het van zich laten horen als het genegeerd wordt?
Verbannen naar een tijd die afgesneden is
met bedachte messen en rationele hakbijlen?

.

Het kind dat we waren is er nog.
En als dit kind een gelukkig kind was,
de bescherming ervoer die het verlangde,
de liefde ontving die het kon dragen
en dit kind mist als volwassene zijn jeugd,
dan is er ook nog steeds die oproep
vanuit dezelfde kindertijd
om dezelfde omstandigheden
als verworvenheden nu in jezelf waar te maken.
Wat toen als vanzelf,
licht en stromend ging,
zul je nu als volwassene moeten bevechten en veroveren,
gram voor gram in bewuste keuzen moeten omzetten.

.

Altijd is in de kindertijd een oproep geplaatst voor onze actuele dagen.
Dit komt omdat we dit kind blijven.
Zoals we waren zo zijn we nu.
Zoals we nu zijn,
zo waren we meestal niet.
De meeste mensen worden minder
dan het kind dat ze waren.
Ze missen de fantasie,
de dromen,
de stilte,
de avond,
de geheimen die ontdekt kunnen worden.

.

Ze verloren de spontane weerklank,
ze bedachten zich,
ze sloten zich af met een verstandig wantrouwen.
In zo’n klimaat kan geen kind overleven.

.

Onze jeugd, hoe miserabel deze ook is geweest,
valt in het niet bij wat we later onszelf aandoen uit zelfbescherming.
Om ons veilig te kunnen voelen.
Maar het is een veiligheid die gevangenen ook beleven.
Een soort gehechtheid aan wat bekend is geworden.

.

Terug naar de kindertijd gaan
en deze opnieuw ontsluieren levert andere beelden op.
Maar alleen als we terug blijven gaan.
Want één keer teruggaan is te weinig.
Dat is hetzelfde als een volwassene
die vanuit een volle agenda tien minuten met zijn kind inplant.
Terug en terug en terug
en dan erachter komen dat je toch vindingrijker,
sterker en creatiever bent
dan je ooit had gedacht.

.

(c) Theije Twijnstra

Zorg altijd dat het stroomt.
Als het niet vloeiend en vanzelf gaat,
dan hou ermee op.
Het heeft geen zin.
Het is je wil die je verder laat gaan,
het is je verlangen dat je duwt en forceert,
maar niet de stroming die bij je hoort.

.

Je hebt relaties,
ze stremmen,
ze stroeven,
ze sneuvelen.

.

Je hebt gesprekken.
Ze stokken,
ze sterven,
ze smoren in onbegrepen stilten.

.

Je hebt werk.
Het strubbelt,
het struikelt,
het scheurt je uiteen.

.

Er zijn dagen.
Ze huiveren.
Ze willen zich verbergen.
Ze zijn er niet als je ze vraagt.

.

Moeilijk is het de stromendheid te vinden
en daarin te verblijven als een fontein,
als bron van de vloeiendheid zelf.

.

Er zijn morgens.
Ze haken zich vast aan elke minuut.
Ze halen op aan elke oneffenheid.
Ze hellen naar achteren toen je nog sliep.

.

Er zijn middagen.
Ze strompelen als vergane benen.
Ze zakken weg in herinneringen
die je nooit had willen bewaren.
Ze drijven als lege kisten op een dodemansrivier.
Maar stromen doen ze niet.

.

Er zijn avonden.
Ze flonkeren als kristal
maar als je dichterbij komt
is het plastic dat nog druipt.
Ze fluisteren van beloften
maar als je luistert naar wat ze bedoelen,
wordt het vals en laag bij de grond.
Gebukt gaat deze avond onder de last van een stilgevallen dag.

.

Stromend zijn betekent dat het tijd is verder te gaan,
dat de weg openligt en hindernissen zich hebben gesleten
in de begrepenheid van het bestaan.

.

Je staat op.
De zon schijnt maar ze verblindt niet.
Ze schijnt en jij schijnt
en jullie beider straal belicht de morgen
die geen morgen is maar een tijdloos gaan
dat in en overgaat in zichzelf
en daarna in een steeds meer zichzelf.

.

Stromend te zijn is voor de enkeling
die alle hindernissen zich heeft aangerekend
als keuzen die hij ooit maakte.
Keuzen als hekken die hijzelf
een voor een moest openen
om daarna bij het laatste hek
de vrijheid te voelen die nu leven heet.

.

Vrij is hij nu.
Niemand die hem nog begrijpt.
Die hem wil begrijpen.
Iedereen die hem zou willen zijn.

.

(c) Theije Twijnstra

Stel dat ieder mens in zijn gehele leven één seconde meer geduld had gehad.
Eén seconde langer had nagedacht over zijn reacties, zijn keuzen, zijn uitlatingen.
Hoe anders zou de wereld dan zijn?
Waarschijnlijk zou een conflict dat nu vele slachtoffers veroorzaakt
er dan niet gekomen zijn.
Ook zouden vele huwelijken en relaties niet begonnen zijn
of op een andere manier zijn verlopen.
Zelfs de afronding zou anders zijn geweest.
Kinderen zouden anders zijn opgevoed.
Of er niet zijn geweest.
.

Eén seconde lijkt weinig,
maar er passen vele beslissingen in.
Het aantal zelfmoorden zou veel minder zijn geweest.
Zowel doordat er meer aandacht was geweest voor de wanhopige
als meer twijfel bij de uitvoerende.
Evenzo zou euthanasie minder worden gekozen,
zou politiek minder op direct resultaat of effectbejag zijn gebaseerd,
zou de natuur er beter voor staan.

.

Eén seconde van stilte,
van ingekeerdheid,
van voorkomende gedachten
kan alles wat erna gebeurt, beïnvloeden.
En omdat het om zoiets eenvoudigs als één seconde gaat,
kunnen we er meteen aan beginnen.
Eén seconde langer wachten voordat je uit ontevredenheid, boosheid of ergernis reageert,
iets aanschaft als troost,
iets kapot maakt uit vergeldingsdrift.
Eén seconde waarin je beseft hoe weinig tijd je inruimt voor een extra gedachte,
een toegevoegde ruimte,
een wijziging die anders door de altijd voortdenderende patronen onopgemerkt zou blijven.

.

Eén seconde meer tijd te geven aan wat je echt belangrijk vindt,
om te kiezen,
om terug te kijken,
om vooruit te voelen.
Eén seconde lijkt niets te zijn.
Maar tijd is wat je bedenkt,
een seconde is wat je beleeft.

.

Elke seconde meer geduld is een toegang tot een andere tijdbeleving.
En misschien krijg je de smaak te pakken.
Maak je er twee of meer seconden van.
Wie weet wat er dan niet allemaal kan gebeuren!

.

(c) Theije Twijnstra

De smartphone verbindt de mens met een andere wereld.
De wereld waarin ze zich bevinden
maakt meer en meer plaats voor een wereld op afstand, ergens daar.
Het gevolg is dat de directe gewaarwordingen verdwijnen.
Het gras wordt niet meer geroken.
De stemmen die tegen je spreken,
raken op de achtergrond.
De temperatuur wordt niet meer gevoeld.
Maar ook gevoelens als:
waar ben ik?
Hoe ziet het er hier eigenlijk uit?
Wie wonen hier?

.

Zo wordt de mens een behoeftig wezen.
De weg vinden van A naar B zonder navigatiemiddelen
maar op basis van een kompas zal alleen nog door de Rode Baretten worden geleerd.
De rest verdwaalt hopeloos door afgeleerde oriëntatievermogens.
Ook vissen die altijd in het donker zwemmen verliezen hun ogen.
De wetten van de evolutie voor lichaam en gevoel zijn consequent:
wat je niet gebruikt, sterft af.
Wie zijn spieren niet meer gebruikt,
verliest spierkracht.
Wie zijn denken eenzijdig gebruikt,
verliest fantasie, veelzijdigheid, oorspronkelijkheid.

.

In hoog tempo verliezen mensen natuurlijke capaciteiten.
Gemakzucht is een grote verleider.
Als het nóg gemakkelijker kan dan heel graag.
‘Hoe los ik dit op?’ vraagt de mens.
Je hoeft alleen maar op deze knop te drukken en wij nemen al je zorgen (lees: keuzen) over.
‘O, graag!
Ik word helemaal gek van al die keuzen.
Deze knop?’
Ja.
‘Ingedrukt!’
Fijn. Nu nog uw handtekening dat u ons niet gaat aanklagen als het anders loopt.
‘O, maar u bent zo vriendelijk en behulpzaam.
Ik vertrouw u volkomen.’
Mooi, het is een wettelijke verplichting, maar volkomen overbodig.
Hier bij dit kruisje, alstublieft.

Gefeliciteerd.
U hebt een belangrijke stap gezet naar een probleemloos leven.
Vanaf nu hoeft u niet meer zelf te denken.
Dat doen wij voor u.

‘O, heerlijk!’
Als u morgen wakker wordt,
geven we via uw smartphone de eerste aanwijzingen.
We loodsen u door de dag,
vertellen u wat u het beste kunt eten en wanneer,
dit alles volgens de meest actuele metingen
die gedurende de dag plaatsvinden
en die rechtstreeks naar een centraal medisch dossier worden doorgestuurd
zodat zodra er iets is,
u gebeld wordt,
een behandeling kan worden gestart.

‘Heerlijk. Geen zorgen meer!’
Het dagprogramma is afgestemd op uw levenspatronen
waardoor elke impuls tot denken of kiezen overbodig is geworden.
Aan het einde van de dag ontvangt u de laatste aanwijzingen
voor een goede nachtrust,
inclusief eventuele medicijnen of slaaptherapie.
Heeft u nog vragen?

‘Eh… zo net wist ik het nog.’
U zult zien,
morgen heeft u ook deze laatste herinnering aan een eigen gedachte niet meer.

‘O, heerlijk!’

.

(c) Twijnstra