Violeta Parra schreef het lied Gracias a la vida,
onvergetelijk vertolkt door Mercedes Sosa.

.

Het lied verhaalt over de dankbaarheid die ze voor het leven voelt.
Tegelijk is het een afscheid.
Kort erna pleegt ze zelfmoord.

.

Ook zonder deze kennis
voelt het lied als een melancholieke ode aan het bestaan
dat ondanks alle mooie dingen toch heel triest is.

.

Veel mensen beleven de diepte van het leven
als een uiteindelijke, vergankelijke en droefstemmende aangelegenheid.
Wie je liefhebt,
blijft niet altijd bij je.
Al waar je van geniet,
zal je weer achter moeten laten.
Het is een grens waar velen tegenaan lopen.
Voor hen is het beleven van deze grens de kern van de werkelijkheid.
Dit betekent dat het leven geen bevrijding kent,
maar gedoemd is om opgesloten te zijn in zijn eigen onvolmaaktheid.
Wie gelovig is, ziet via zijn geloof een uitweg.
Wie niet gelovig is
en toch een uitweg ziet,
wordt niet serieus genomen,
want op welke basis is deze bevrijdingsgedachte dan gebouwd?

.

Ik zie mezelf niet als een religieus iemand.
Ik geloof in een god noch in de onbetwistbaarheid van een heilig boek.
Ik geloof in een voortbestaan waarin mensen verblijven
die ooit op aarde leefden zoals ik nu.
Er zijn er die zich tot grote liefde en wijsheid hebben ontwikkeld.
Hen zie ik als voorbeeld.
Er zijn er die zich in grote kwaadheid en wraakzucht hebben ontwikkeld.
Hen zie ik als mensen die gesterkt moeten worden de goede weg te kiezen,
tegelijk zie ik ze ook als de uitkomst van hun keuzen.
Waar ze weigeren laat ik ze met rust.
Ik dring niet aan.

.

Dit is mijn bevrijdingswereld.
Voor mij geen idee maar een werkelijkheid
die ik vele malen echter en concreter ervaar dan de aardse waarin ik verblijf.

.

Het leven bedanken tekent de goede ziel van Violeta.
De zelfmoord uit liefdesverdriet omdat haar partner de relatie had verbroken,
zo gaat het verhaal,
maakt haar ook tot een kwetsbaar mens.
Goedheid en kwetsbaarheid zijn een fase.
Goedheid en kracht vormen eveneens een fase.
Goedheid en kwetsbaarheid horen bij de aarde.
Goedheid en kracht,
daar komt een ieder ten slotte op uit.

.

(c) Theije Twijnstra

Aarde zal met aarde zijn.
Wind met wind.
Zee met zee
en mens met mens.

.

Rijken zullen met rijken zijn,
armen met armen.
Wie rijk is en bij arm verkeert,
herinnert zich zijn armoede
of voorziet deze als toekomst.
Waar hij innerlijk is, zal hij uiterlijk zijn.

.

Dier met dier,
neerslachtig met neerslachtig,
vrolijk met opgewekt,
een ieder zal daar zijn waar zijn bewustzijn is gekomen.

.

Avond met avond,
duister met duister,
boef met boeven
en edelen met edelen.

.

Goedhartig met goedhartig,
zachtmoedig met zachtmoedig,
waar dit niet zo lijkt,
zal beter gekeken moeten worden.
Want ook al lijkt het alsof men met een tegenstelling omgaat,
men is met zijn gelijke
of men was er niet.
Vorm zal met vorm zijn,
inhoud met inhoud,
zienden zullen met zienden zijn,
de bevooroordeelde met de bevooroordelenden.

.

Geluk zal met geluk zijn,
er is geen andere plaats
dan waar de groei iemand heeft gebracht.

.

Hoogbegaafden zullen met hoogbegaafden zijn,
zwakbegaafden met zwakbegaafden.
Wanneer een hoogbegaafde een zwakbegaafde verzorgt,
verzorgt hij zichzelf als verleden,
er is geen andere plaats
dan daar te zijn waar men gelijk is.

.

Mensen denken zich verschillend van elkaar,
maar zij die werkelijk verschillend zijn
gaan met niemand om.
En daardoor met iedereen zonder uitzondering.

.

Mens met mens zal de mens zijn.
En waar hij zich als mens is ontgroeid,
zal hij ontmensd zijn,
ontvleesd,
ontbot,
ontaardt.

.

Hij zal met de alleenheid zijn.
Met de alleenheid zijn
is met de aarde zijn.
De oude aarde
die voor het laatst wordt gezien.

.

(c) Theije Twijnstra

Beloof niets.
Beloven is onmogelijk.
Je kunt wel zeggen: ik zal altijd bij je blijven,
maar alles verandert.
Hoe weet je hoe je over een tijd zult zijn?
Ik beloof je dat je weer beter wordt.
Flauwekul.

.

Hoogmoed en sentiment maken vele beloften aan.
Maar we kennen onszelf nu al niet,
laat staan hoe we straks zullen zijn.

.

Beloven is hopen
en daarna geloven
dat als je maar genoeg hoopt.
dat het ook zal gebeuren wat je hebt beloofd.
Ik beloof je dat we de volgende vakantie naar een warm land zullen gaan.
O ja?
Hoe wou je daarvoor zorgen als je intussen bent overleden,
ziek of zo arm bent geworden
dat je nauwelijks in staat bent het dagelijks voedsel te betalen?

.

Beloften roepen rampen aan.
Rampen die verhinderen dat de beloften zullen uitkomen.
Al was het maar om ons te leren
dat we niets kunnen beloven.
We kunnen op iets vertrouwen.
Dan gaat het vooral ons aan.
We kunnen op iets hopen,
dat gaat meestal de ander aan.
Verder reikt ons vermogen niet.

.

Ik beloof dat ik de moordenaar zal vinden,
zegt de rechercheur tegen de bedroefde vrouw van de vermoorde man.
Maar dat kan ook alleen in een serie van 50 minuten.

.

Waarom kunnen we niets beloven?
Beloven veronderstelt een voorkennis van wat zal gebeuren.
En ook van macht om die voorkennis te kunnen richten,
te besturen en te beheersen.
Daarom is beloven hoogmoedig.
Je schrijft jezelf krachten en toekomstbeheersingen toe
die bovenmenselijk zijn.
En als de ander jou iets belooft,
zeg je alleen: niets beloven.

.

Beloften maken niet alleen schuld maar ook zwakte aan.
Want wat als je het niet waar kunt maken?
Schaamte?
Ontkenning?
Zoeken naar uitvluchten?

.

En bij de ander: teleurstelling?
Ontgoocheling?

.

Beloven is een loos gebeuren,
voortkomend uit een verlangen naar geruststelling en troost,
maar struikelend over de reikwijdte van ons werkelijke kunnen.

.

(c) Theije Twijnstra

Het leven is te zien als een persoonlijke puzzel die je moet oplossen.
Wie hier niet mee bezig is,
wordt op een zeker moment door de omstandigheden gedwongen
om aan deze puzzel te beginnen.

.

Er zijn mensen die deze puzzel te moeilijk vinden,
terwijl het toch een puzzel is die alleen zij kunnen oplossen.
Ze schakelen anderen in.
Deze bedoelen het meestal goed.
Dit zegt niets over de kwaliteit van de hulp.
Of ze bedoelen het minder goed
en zien de hulpvrager als onderdeel van hun verdienmodel.
Deze hulp kan in kwaliteit even goed of beperkt zijn als die van de goed bedoelende.

.

De adviezen die worden ingenomen worden al dan niet gebruikt.
Soms lijkt verlichting van de klachten op te treden.
Men kan weer verder.
Dit toe te schrijven aan de hulpgever is aardig maar niet terecht.
Goede of slechte hulp,
de ontvanger bepaalt wat ermee gedaan wordt.
Een goede ontvanger kan ook van slechte hulp wel iets maken.
Een goede hulp kan in de wind worden geslagen
omdat men vindt niet goed geholpen te worden
terwijl in werkelijkheid men zelf nog niet verder wil groeien.

.

Of men nu met of zonder hulp de puzzel wil oplossen,
het feit blijft dat men het in alle gevallen het zelf moet doen.
Hoe dieper dit besef doordringt,
hoe effectiever de groei kan worden.

.

Afhankelijkheid van anderen wordt cultureel bepaald,
wanneer het er op aan komt staat een ieder voor zichzelf,
afgezonderd van zelfs de meest nabije persoon.

.

Het oplossen van de levenspuzzel is geen opgelegde straf
maar een uiterst intelligent systeem om ons bestaan
en daarmee onszelf te leren kennen.
Elke vorm van afhankelijkheid betekent een vertraging.
Dit betekent niet dat men niet geïnspireerd kan worden door anderen.
Het betekent wel dat deze inspiratie terechtkomt
waar men zelf al kiemen had gevormd.

.

Hoe meer men inziet
dat men voor de eigen groei
alleen zelf verantwoordelijk is en kan zijn,
hoe sneller men bereid is de puzzel te willen oplossen.
De hoekstukjes eerst,
de rechte stukjes volgen,
dan zoeken op kleuren,
op vormen,
op samenhang.
Langzaam ontwikkelt zich een levensontwerp.

.

Wie zo zijn puzzel tot levenseenheid kan brengen,
zal bezig zijn met zijn levensreden.
Dit te ervaren,
geeft ongekende energie.
Deze energie straalt uit.
De puzzel is in een voorbeeld overgegaan.

.

(c) Theije Twijnstra

De logica van het leven wordt me per dag duidelijker en inzichtelijker.
Toch kan ik er nog niet veel over meedelen,
want ook de onthulling ervan heeft haar eigen tijd en plaats,
eveneens geordend in de logica van mijn bestaan.
Maar omdat ik het niet kan laten,
toch een tip van de sluier:
de mensen die we in ons leven tegenkomen,
bieden mogelijkheden voor onze groei.
Dat is een fascinerend gegeven,
vooral als het om mensen gaat waar we het moeilijk mee hebben.

.

De logica maakt duidelijk
dat de moeilijkheid weliswaar via die persoon tot ons komt,
maar roept ons tegelijk op
niet in de val te trappen dat het door die ander wordt veroorzaakt.
Je kunt stellen dat elk mens in je leven
jou in staat stelt iets over jezelf te weten te komen
en je zo helpt je innerlijk te ontwikkelen.

.

Laten we als voorbeeld onze jeugd nemen.
Sommigen hebben een gelukkige jeugd ervaren.
Vader was altijd vrolijk en ondernemend,
moeder zong de hele dag en wist op alles raad,
kortom, één groot jeugdfeest met het hele gezin.

.

Als volwassene denkt deze persoon vaak terug aan die zo gelukkige kindertijd.
De onbezorgdheid, de lichtheid, de vele avonturen en verrassende oplossingen
van grote en kleine obstakels
zijn nog levend aanwezig in het gevoel.
Waarom denkt deze persoon daar zo vaak aan terug?
Omdat het nu heel anders is dan toen.
De partner is zwaar op de hand,
voelt zich vaak onrechtvaardig door iedereen behandeld,
de kinderen leren traag op school,
vinden alles moeilijk
en hebben voortdurend hulp nodig.
Alsof deze mens in de volmaakte tegenhanger is beland van de eigen jeugd.
Waarom?
Welke logica schuilt hierachter?

.

De kern van al het leven bestaat uit het verlangen naar groei.
De opdracht van de actuele omstandigheden voor deze persoon is dan ook:
wat kan ik hiervan leren?
Ik heb mezelf in deze positie gebracht.
Ik heb deze partner uitgekozen,
deze kinderen hebben op hun beurt ons als ouders gekozen,
wat heeft deze samenstelling voor mijn groei te beduiden?

.

Het is heel goed mogelijk dat wat in de jeugd als een levende mogelijkheid werd aangedragen,
dat deze zelfde mogelijkheid nu als bewuste keuze vanuit het individu moet worden waargemaakt,
zonder enige steun vanuit het gezin.
Integendeel,
vanuit een omgeving die op geen enkele manier in de buurt komt
van die ervaringen van toen.
Dan wordt duidelijk dat men zichzelf wil beproeven:
kan ik nu ook datzelfde beleven
wat ik vroeger in de meest gunstige omstandigheden heb meegemaakt?
Zal ik daartoe in staat zijn?
En welke krachten zal ik daarvoor moeten ontwikkelen?
De optimale activering wat eerst passief werd ondergaan
zal nu vanuit een bewuste,
dagelijkse keuze moeten worden opgebouwd.
En dat alles vanuit een diep verlangen te groeien.
Hoe mooi is de logica van het bestaan!

.

(c) Theije Twijnstra

Zolang de mens vanuit zijn aanpassing op het leven reageert,
bevindt hij zich aan de buitenkant van zichzelf.
Hij bevindt zich als het ware in de huid van zijn identiteit.
Het is daar dat hij aangeraakt kan worden,
het is daar dat hij zich leert afschermen
en het is ook in diezelfde huid
dat hij zich een nieuwe identiteit vormt;
de identiteit van de aangepaste mens.
Hoe meer hij zich aanpast,
hoe verder hij van zijn innerlijk afraakt,
hoe meer hij van de buitenwereld afhankelijk wordt.
Zijn identiteit bevindt zich vooral aan de rand van zichzelf
en het is dan ook niet meer dan logisch
dat hij vanuit deze buitenkant
het leven benadert en naar oplossingen zoekt.

.

Uit: Diep in u.
(c) Theije Twijnstra

Voordat je een kind de weg in het leven kunt aanwijzen,
zul je je eigen weg moeten leren bewandelen.
Dit betekent dat je het eigene zoekt
voordat je in staat kunt zijn het oneigenlijke op te merken.

.

Veel ouders corrigeren hun kinderen
maar falen zichzelf te corrigeren.
Dit geeft frustraties bij het kind.
Waarom ik wel en jullie niet?
Waarom moet ik wel opruimen
en maken jullie er zelf een puinhoop van?
Waarom mag ik niet schreeuwen
terwijl jullie voortdurend ruzie maken,
vloeken, ontevreden zijn?

.

Een klein kind heeft nog geen analyses of strategieën tot zijn beschikking,
maar wel een extreem groot opmerkingstalent.
Al wat het opmerkt moet het ook weer verwerken.
Dit gebeurt bij de meeste kinderen in externe ontlading
via huilen, schreeuwen, onrustig gedrag.
Soms door interne ontladingen door zich af te zonderen,
of zichzelf te beschadigen.
Maar al dit is een vorm van verwerking.
Geen karakterfout maar een gevoelsleven
dat weer in evenwicht probeert te komen.

.

Opvoeden vraagt van elke ouder
dat deze eerst zelf waarmaakt
wat van het kind wordt verwacht.
Als ouders willen dat hun kind rustig is,
zullen ze eerst zelf deze rust moeten uitstralen
als een ouderwetse houtkachel.
Allebei.
En als één van de ouders niet rustig wordt,
zal de andere ouder deze niet rustige partner rustig moeten zien te krijgen.
Pas daarna kunnen ze opvoeden.
En als de ene partner niet rustig kan worden,
kan deze ook niet aan de opvoeding deelnemen,
want alles wat deze overbrengt is niets anders dan eigen onverwerktheden.

.

Kinderen vangen veel van hun ouders op.
Als enorme schalen dragen ze de vele onhebbelijkheden van hun ouders mee.
Kinderen met een gelukkige, evenwichtige jeugd
kunnen later net zo goed ontsporen
als kinderen met een ongelukkige, beladen jeugd.
Evenzo kunnen kinderen met een disharmonische jeugd
later stabiele volwassenen worden.
Opvoeden is dan ook niet naar de toekomst kijken,
deze is van het kind,
die tijd werkt zich sowieso uit, hoe dan ook.
Opvoeden is in de eerste en laatste plaats een oefening voor de ouders zelf.
Maak je waar wat je van je kinderen wilt?
Meestal is dat niet zo.
Opvoeden is daardoor vaak een tijd van een stel vreemden
die met elkaar verkeren
en die zich later realiseren
dat de ouders ze helemaal niet
of juist heel goed hebben geholpen
zichzelf een beetje meer te kunnen terugvinden.

.

(c) Theije Twijnstra

Het loslaten van rechtvaardigheid is onafhankelijk kunnen reageren op situaties.
Onafhankelijk van wat anderen zouden doen (volgens hun zeggen),
onafhankelijk van wat uw zenuwen zeggen
en onafhankelijk van de vele verlokkingen
die geweld lijkt te herbergen.
Onafhankelijkheid is een zeldzaam gegeven
in een wereld waarin de ene helft zegt
wat de andere moet doen.
Onafhankelijkheid is geen erfgoed
maar een nieuwe wereld,
een onontgonnen gebied.
Durft men in het oog van alle onrechtvaardigheid te zeggen
dat men onafhankelijk is van anderen mensen,
andere ideeën,
andere verwoestingen en onrechtvaardigheden?

.

Uit: Het Plan.
(c) Theije Twijnstra)

Veel mensen houden ervan over ongrijpbare zaken te schrijven en te spreken.
Of daar cursussen in te geven.
Het ongrijpbare is zo populair omdat het gezag van de verifieerbare werkelijkheid ontbreekt.
Ieders woord is evenveel waard.
Ieders oordeel even waar of onwaar.
Hoe binnen deze wereld van ideeën en wanen,
van echte ervaringen en hoogmoedige bespiegelingen,
oprechte aanbevelingen en arrogante manipulaties nog de weg te vinden?
Wie is te vertrouwen?
Welke boodschapper brengt iets waardevols
en welke alleen zijn eigen belangrijkheid,
frustraties of onverwerktheden?

.

In de 24-jarige opleiding die ik tot nu toe vanuit de onzichtbare wereld heb ondervonden,
staat één begrip altijd centraal:
dienstbaarheid.
Dienstbaarheid betekent:
je bent een schakel in de keten van de evolutie.
De schakel links van jou
geeft zijn ervaringen aan jou door
en jij geeft deze aan de schakel rechts van je door.
Met deze opstelling wordt ook de relativiteit duidelijk.
Wat je doet is doorgeven wat weer aan jou is doorgegeven.
De kwaliteit van je dienstbaarheid bepaalt de mate waarin je iets kunt doorgeven.
Het is deze ‘doorlaatbaarheid’ die je plaats in de evolutie aangeeft.
Hoe meer je op de voorgrond wilt treden als degene die het doet,
als degene waar anderen van afhankelijk zijn,
die zich beter denkt dan anderen,
hoe minder dienstbaar je kunt zijn.
Je ego blokkeert de doorgifte.
Je ego is dat deel van je bewustzijn dat meent zichzelf te moeten aanwijzen.

.

Het begrip ego is in wezen de afkorting van:
Een Grote Onzekerheid.
Of: Een Grote Opgeblazenheid.
Hoe groter je dienstbaarheid kan zijn,
hoe meer de behoefte ontstaat dat door te geven waar de mens vandaag,
in de praktijk van zijn dagelijkse uren het meest aan heeft.
Daarmee vallen veel abstracte grootheden als engelen,
opgestegen meesters, allerlei geweldige hemelen
en andere oncontroleerbare onderwerpen af.

.

Wie dienstbaar wil zijn,
wil zijn ego wil afbreken.
Wie verantwoordelijk wil zijn voor zijn doorgifte,
geeft het doorlatende van zichzelf.
Niet een afgifte van abstracte begrippen,
overgeleverde religies,
vage en verre rituelen,
maar de directe ervaringen met het leven van elke dag.
En in welke doorlaatbaarheid hij of zij daarin een schakel wil en kan zijn.

.

Het bestaan schreeuwt om eenvoud,
echtheid en de directe toepassing van deelname aan persoonlijke groei.
Al het verhevene, ongrijpbare en o zo mooi klinkende
zijn uitingen van een diep verlangen naar harmonie en bevrijding.
Een werkelijkheid die alleen via de meest actuele keuze bereikt kan worden.

.

(c) Theije Twijnstra